Kritiek op de democratie

Democratie

Vormen van democratie
Atheense democratie · consensusdemocratie · constitutionele democratie · directe democratie · deliberatieve democratie · demarchie · liquid democracy · lottocratie · parlementaire democratie · participatieve democratie · representatieve democratie


Kenmerken van een democratie
gelijkheidsbeginsel · grondwet · persvrijheid · politieke vrijheid · maatschappelijk middenveld · scheiding der machten · volksvertegenwoordiging · vrije verkiezingen


Democratische participatie
burgerinitiatief · burgermotie · correctief bindend referendum · correctief niet-bindend referendum · keuzereferendum · petitie · plebisciet · volksvergadering


Controle en toetsing
constitutioneel hof · parlementaire controle · motie van wantrouwen · constitutionele toetsing · vierde macht


Kritiek en kwetsbaarheden
democratiekritiek van Plato · democratische erosie · democratisch tekort · ijzeren wet van de oligarchie · kritiek op de democratie · ochlocratie · tirannie van de meerderheid


Portaal  Portaalicoon  Politiek

Sinds democratie ontstond in de klassieke oudheid, is er kritiek op de democratie.[1] In een democratie wordt een zekere mate van kritiek en zelfs protest beschouwd als belangrijk. Kritiek uiten is deel van de vrijheden die worden gegarandeerd en van het democratische debat.[2][3]

Sommige kritiek komt voort uit de vergelijking met andere politieke organisatievormen. Die andere organisatievormen kunnen verschillende richtingen uitgaan:

  • Meer autoritaire politieke organisatievormen (autocratie), met een kleinere groep leiders die daadkrachtig overkomt.[4]
  • Meer democratische politieke organisatievormen, met minder machtsconcentratie.[5]

Kritiek: burgers zijn niet geschikt om macht te krijgen

Deze kritiek gaat erover dat bij een democratie alle burgers macht hebben, ook burgers die niet bekwaam zijn. Zo zijn sommige kiezers slecht geïnformeerd over politiek en beleid, of niet geïnteresseerd. Dit zou leiden tot slechte bestuurders en slecht bestuur. De Griekse filosoof Plato was onder meer om deze reden tegenstander van democratie. Hij pleitte voor een heerschappij van de "meest geschikten".[6][7]

Verder bouwend op deze kritiek wordt soms voorgesteld om bepaalde testen op te leggen. Slechts gekwalificeerde burgers mogen dan een stem uitbrengen of zich kandidaat stellen.[8] Zulke testen benadelen echter bepaalde groepen, bijvoorbeeld kortgeschoolden of laaggeletterden. Daarnaast kan het misbruikt worden door machthebbers om de stem af te nemen van kiezers met een voor hen ongewenst profiel.[9][10][11]

Een andere formulering van deze kritiek, is dat het in een democratie van belang is om burgers op te leiden en te informeren over democratie, politiek en beleid.[12] Zo heeft over de eeuwen heen de ontwikkeling van communicatiemiddelen een rol gespeeld in de democratisering.[13]

Kritiek op het toekennen van de macht aan een meerderheid (meerderheidsdenken)

Deze kritiek gaat erover dat in een democratie een meerderheid beslissingen kan nemen die nadelig zijn voor andere groepen. In verregaande gevallen spreekt men over tirannie van de meerderheid.[14] Om dit te voorkomen, staan in de grondwet vaak belangrijke vrijheden en beschermingen, die slechts kunnen gewijzigd worden met een bijzondere meerderheid.[15]

Onder meer groepen die slecht vertegenwoordigd zijn in een democratie, kunnen nadeel ondervinden van meerderheidsdenken.[16]

De politieke strijd tussen verschillende groepen kan leiden tot spanning en polarisatie in de samenleving.[17]

Kritiek: de machthebbers in de democratie vormen een elite

In een democratie ligt de macht in theorie bij het volk, dat gelijkwaardig is. Toch werd bij de oprichting van veel democratieën, na debat, beslist om een bepaalde elite te behouden. Deze elite wordt gevormd door onder meer verkozenen, partijleiders, hoge magistraten en hoge ambtenaren. Ze bestaat vooral uit mensen uit hogere sociale kringen en met specifieke opleidingen, en geniet een bepaalde status en voordelen. Een argument dat soms wordt gebruikt ter verdediging van deze aanpak, is dat op die manier meer gewone burgers hun toestemming kunnen geven aan het bestuur, bijvoorbeeld via verkiezingen, dan bijvoorbeeld wanneer bestuurders door loting bepaald worden. Bij loting is er geen manier voor gewone burgers om hun goedkeuring of afkeuring te uiten over de manier waarop de macht is georganiseerd.[18]

Toch kent het principe van het loten van bestuurders ook voorstanders, zoals auteur David Van Reybrouck, die erop wijzen dat het veel van de tekortkomingen van representatieve democratieën verhelpt.[19] Ook vormen van directe democratie worden soms voorgesteld om de macht van de politieke elite te verminderen. Politicoloog Robert Dahl stelde voor om in gevorderde democratieën groepen in te schakelen van bijvoorbeeld duizend gelote burgers, om prioriteiten te stellen of om specifieke grote problemen aan te pakken. Hij noemde deze groepen "minipopuli", die hij zag als een aanvulling op, eerder dan een vervanging van, wetgevende organen.[20]