Pacing (energiemanagement)

Pacing is een zelfmanagementtechniek die wordt toegepast bij chronische aandoeningen zoals myalgische encefalomyelitis/chronischevermoeidheidssyndroom (ME/CVS), chronische pijn en het post-COVID syndroom. Het heeft als doel het optimaliseren van energiemanagement door een bewuste balans te vinden tussen activiteit en rust, waardoor overbelasting en verergering van symptomen worden voorkomen.[1][2][3][4]

Werking en doel

Pacing heeft als doel de balans te bewaren tussen activiteit en rust. Door bewust te doseren en activiteiten te spreiden over de dag (of over meerdere dagen) kunnen patiënten overbelasting vermijden en daarmee samenhangende post-exertionele malaise (PEM) - een verslechtering van symptomen na inspanning - voorkomen.

Toepassing

Bij pacing leren patiënten hun grenzen te herkennen en activiteiten in behapbare stukken op te delen. Rustmomenten worden actief ingepland en patiënten passen hun activiteiten aan op basis van hun momentane energieniveau en klachtenintensiteit. Hierbij kunnen hulpmiddelen zoals activiteitendagboeken of stappentellers worden gebruikt om inspanning en belasting te monitoren.

Pacing kan zowel zelfstandig als onder therapeutische begeleiding worden toegepast. Vaak worden trackers zoals smartwatches, smartrings en andere gezondheidstrackers met hartfrequentiemonitoring ingezet. Hartfrequentietracking kan een effectief hulpmiddel zijn bij het detecteren van variaties in de autonome balans bij ME/CVS-patiënten.[4]

Therapeutische interventies van pacing omvatten het gebruik van tools zoals een RPE (Rating of perceived exertion)-schaal of een CR-10 schaal.[5] In sport-, gezondheids- en inspanningstesten is de beoordeling van de waargenomen inspanning (RPE), zoals gemeten aan de hand van de Borg CR10-schaal, een kwantitatieve maatstaf voor de waargenomen inspanning tijdens lichamelijke activiteit.

Effectiviteit

Wetenschappelijke studies tonen aan dat pacing effectief kan zijn in het verminderen van vermoeidheid en het verbeteren van de kwaliteit van leven bij mensen met ME/CVS en vergelijkbare aandoeningen zoals long COVID. Correct en individueel toegepast kan pacing ook helpen psychische klachten zoals stress en depressie te verminderen. Het grootste effect wordt gezien wanneer pacing onderdeel uitmaakt van een begeleid programma waarbij patiënten leren signalen van overbelasting te herkennen.[4] [6]

Beleving en acceptatie

Patiënten en zorgverleners ervaren pacing doorgaans als een acceptabele en praktische techniek. Het geeft patiënten meer regie over hun klachten en verbetert de beheersbaarheid van hun aandoening. Toch zijn er ook uitdagingen, zoals sociale verplichtingen en het gebrek aan begrip bij de omgeving.[1]

Onderzoek en toekomst

Hoewel pacing wetenschappelijk ondersteund wordt, is verder onderzoek nodig naar de optimale uitvoering, de langetermijneffecten en de toepassing bij verschillende patiëntgroepen. Grootschalige, gecontroleerde onderzoeken worden aanbevolen om de effectiviteit en best practices verder te onderbouwen.[3]

Geschiedenis

Het concept van pacing werd in de jaren 1980 geïntroduceerd voor wat toen myalgische encefalomyelitis of epidemische neuromyasthenie werd genoemd, nadat wetenschappers ontdekten dat de toestand van patiënten verslechterde door overbelasting. De term 'pacing' als zelfmanagementstrategie is onder meer gepopulariseerd door psycholoog Ellen Goudsmit.[7]

Zie ook

  • Wat is Pacing?, Video van de ME-CVS Vereniging, YouTube