Orde der Mopsen

Inwijding in de orde der Mopsen, gravure uit L'ordre des Franc-Maçons trahi et le Secret des Mopses révélé (1745)

De Orde der Mopsen was een para-maçonniek genootschap. Het werd halverwege de achttiende eeuw opgericht door rooms-katholieke vrijmetselaars. Het ontstond als tegenreactie op het verbod om lid te worden van een vrijmetselaarsloge, wat in 1738 vanuit de Rooms-Katholieke Kerk aan haar leden werd opgelegd.

Geschiedenis

Over het ontstaan van de Orde der Mopsen zijn weinig details bekend. Aangenomen wordt dat zij rond 1740 in Frankrijk is ontstaan en zich van daaruit heeft verspreid naar Duitsland en de Nederlanden.

Als oprichter wordt Clemens August I van Beieren (1700-1761) genoemd, een Duits edelman, aartsbisschop van Keulen en keurvorst. Aanleiding voor de oprichting was de pauselijke bul In eminenti, welk door paus Clemens XII in 1738 werd uitgevaardigd. In deze bul werd het lidmaatschap van een vrijmetselaarsloge verboden aan katholieken, op straffe van excommunicatie. Katholieke vrijmetselaars verlieten daarop veelal hun loge.

Zowel mannen als vrouwen konden lid worden van de Orde der Mopsen, mits zij katholiek waren. De mops of mopshond was gekozen als symbool van de Orde, vanwege de aan het ras toegedichte karaktereigenschappen als trouwheid, betrouwbaarheid en vasthoudendheid.

De logeleden noemden zichzelf 'mopsen'. Elke loge had zowel een vrouwelijke als een mannelijke meester van de loge, die zich 'grootmops' mochten noemen en om de beurt steeds zes maanden de leiding over de loge hadden. Andere functies, zoals secretaris en opziener, konden eveneens door zowel mannelijke als vrouwelijke leden van de loge worden ingevuld. Alleen de grootmeester van de Orde was altijd een man.

In 1745 werd in Amsterdam een zogeheten onthullingsgeschrift uitgegeven, L'ordre des Franc-Maçons trahi et le Secret des Mopses révélé, in het Nederlands vertaald als De geheimen der vrye-metselaars en der mopsen geopenbaard. Hierin werd het inwijdingsritueel van de Orde der Mopsen beschreven, het bevatte ook twee gravures hierover.

Hoewel niet exact bekend is wanneer de Orde der Mopsen weer verdween, wordt algemeen aangenomen dat dit vóór het eind van de achttiende eeuw was. Oorzaak zou de verdere opkomst van de vrijmetselarij zijn en het ontstaan van de zogeheten adoptieloges. Dit waren loges waarin vrouwen werden ingewijd volgens een aangepast ritueel, en welke onder bescherming van een mannenloge stonden[1].

Inwijdingsritueel

Het inwijdingsritueel in de Orde der Mopsen zoals beschreven in het bovengenoemde onthullingsgeschrift, was een persiflage op dat van de vrijmetselarij. De kandidaat werd geblinddoekt en moest aan de deur van de loge krabbelen en blaffen om binnengelaten worden. Bij binnenkomst werd hem een halsband om gedaan en werd hij negen keer door de loge rondgeleid terwijl de aanwezige logeleden zoveel mogelijk kabaal maakten.

Hierna moest de kandidaat de vraag beantwoorden of hij bang was voor de duivel. Zijn moed werd vervolgens getest door te vragen of hij het achterste van een mopshond (in andere versies dat van de duivel) of dat van de grootmeester wilde kussen. De kandidaat moest – tegen wil en dank – het achterste van een mopshond van was of stof kussen, om zijn bereidheid te tonen om lid te worden.

Daarna werd de hand van de kandidaat op een degen (bij een man) of een spiegel (bij een vrouw) gelegd, en moest hij een gelofte afleggen. Ten slotte werd hem gevraagd of hij het licht wilde zien en werd de blinddoek afgedaan. Om de kandidaat heen stonden dan de leden van loge met in de ene hand een degen of een spiegel en in de andere hand een – symbolische – mopshond. In een latere periode werd het nieuw aangenomen lid ook nog op ceremoniële wijze de geheime handgebaren en paswoorden van de Orde aangeleerd.

De leden van de Orde droegen – niet zichtbaar – een zilveren medaillon met daarop een mopshond afgebeeld.

Zie ook

Zie de categorie Orde der Mopsen van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.