Oedogonium

Oedogonium
Oedogonium sp.: oogonium (gezwollen cel) en antheridia (dicht gestapelde cellen)
Taxonomische indeling
Domein:Eukaryota (Eukaryoten)
Clade:Archaeplastida
Orde:Oedogoniales
Familie:Oedogoniaceae
geslacht
Oedogonium
Link ex Hirn, 1900
Oedogonium concatenatum
Oedogonium acrosporum
Oedogonium ciliatum
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Oedogonium op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Oedogonium is een geslacht van draadvormige, vrijlevende groene algen, voor het eerst ontdekt in 1860 door W. Hilse in de zoete wateren van Polen en later beschreven door de Duitser K.E. Hirn. Het geslacht omvat 623 soorten.[1]

Kenmerken

De leden van het geslacht vormen een thallus van onvertakte celdraden. De draden hebben een diameter van 3 tot 60 μm. De celkern zit in het midden van de cel, de netvormige chloroplasten liggen tegen de celwanden en hebben pyrenoïden.

De vorming van kapcellen maakt het geslacht onmiskenbaar: tijdens vegetatieve celdeling binnen het filament vormt de ene dochtercel een ringvormige kap, de tweede niet. Dit herhaalt zich bij elke celdeling, waardoor kap-cellen veel terminale kappen kunnen dragen.

Ongeslachtelijke voortplanting vindt plaats via grote, stefanokonte (met talrijke in een krans staande flagellen) zoösporen. Deze ontsnappen afzonderlijk uit normale draadcellen.

Geslachtelijke voortplanting vindt plaats door oögamie: individuele cellen vormen een bolvormig oögonium. Een of twee spermatozoïden worden gevormd in speciale korte cellen (antheridium).

Veel soorten vormen dwergmannetjes als tussenstadium: de door de korte cel vrijgekomen flagellate cel versmelt niet met de eicel, maar nestelt zich dicht bij het oögonium en vormt een klein, uit weinige cellen bestaand draadvormig dwergmannetje. Dit vormt een of twee antheridia, van elk waarvan een spermatozoïde ontsnapt. Na de bevruchting wordt een zygote gevormd. De zygote is eerst groen, maar wordt oranje-geel en ontwikkelt een dubbele celwand. Die verdikte celwanden hebben een soortspecifieke structuur.[1] Voordat de zygote ergens ontkiemt en een nieuwe thallus gaat vormen kan hij langere tijd of permanent onder slechte omstandigheden overleven.

Voorkomen

De vertegenwoordigers van het geslacht Oedogonium leven meestal vastzittend (enigszins in de vorm van pelsalgen) in stilstaand of stromend, overwegend voedselarm zoet water. Zelden komen ze vrij zwevend voor. Ze verschijnen vooral in het voorjaar.