Novales-muiterij

De Novales-muiterij was een kortdurende muiterij van Spaanse militairen in Manilla in 1823 in de Spaans-koloniale Filipijnen. De soldaten onder leiding van Andrés Novales kwamen op 2 juni in opstand tegen het beleid om lokaal geboren Spaanse militairen te vervangen door Spaanse militairen. De opstandelingen wisten de ommuurde binnenstad van Manilla, Intramuros, in te nemen, maar werden nog dezelfde dag verslagen door de Spaanse troepen onder leiding van gouverneur-generaal Juan Antonio Martínez. Bij de opstand werd voormalig gouverneur-generaal Mariano Fernández de Folgueras doodgestoken. Novales en de andere bij de opstand betrokken officieren en onderofficieren werden geëxecuteerd.

Voorgeschiedenis en aanloop

Gouverneur-generaal Juan Antonio Martínez ten tijde van de muiterij

In 1821 raakte Spanje haar kolonie Nieuw-Spanje kwijt toen Mexico onafhankelijk werd. In de Filipijnen zou het nog vele tientallen jaren duren voor de uitbraak van de Filipijnse Revolutie in 1896, maar het verlies van de kolonie in Midden-Amerika had wel degelijk gevolgen voor de Filipijnen. Zo kwamen de Filipijnen vanaf toen rechtstreeks onder Spaans bestuur vanuit Madrid te staan. Door het wegvallen van de directe verbinding met Mexico verslechterde ook de economische situatie in de Filipijnen. Zo kwam de handel definitief tot stilstand en viel de jaarlijkse subsidie (situado) uit Mexico weg. Dit werd niet voldoende gecompenseerd vanuit Spanje. Ook kwamen door het wegvallen van werk in de kolonie in Midden-Amerika Spaanse ambtenaren en soldaten uit Europa naar de Filipijnen toe. Dit veroorzaakte spanningen met de lokaal geboren Spaanse ambtenaren en militairen, de zogenaamde creolen.

Niet lang na het verlies van Nieuw-Spanje, arriveerde de nieuwe Spaanse gouverneur-generaal van de Filipijnen Juan Antonio Martínez in de Filipijnen, waar hij in oktober 1822 het bestuur van de kolonie overnam van interim-gouverneur-generaal Mariano Fernández de Folgueras. Op advies van zijn voorganger verving Martínez creolen door Spanjaarden. Ook werden ze vaak naar gevaarlijke locaties gestuurd. Door het wegvallen van de kans op promotie en discriminatie van creolen ten faveure van de zogenaamde peninsular officieren in het algemeen raakten veel militairen verbitterd. Een van hen was kapitein Andrés Novales, een in de Filipijnen geboren officier, die net als zijn vader en broer diende in het Spaanse leger en op jonge leeftijd had gevochten in de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog. Er ontstonden in die periode geruchten over ophandenzijnde opstanden. De gouverneur liet diverse verdachten arresteren en verbande hen naar Spanje. Ook Novales werd in die tijd verdacht van het treffen van voorbereidingen voor een opstand tegen het bewind in de kolonie. In een tegen hem ingesteld onderzoek werd hier echter geen bewijs voor gevonden.

Verloop van de opstand

Fort Santiago wisten de opstandelingen niet te veroveren
Puerta de Santa Lucía; De poort waardoor de Spaanse troepen zich toegang verschaften tot Intramuros

De gouverneur-generaal vertrouwde hem echter niet meer en besloot om hem naar het noorden van Mindanao te sturen om daar te gaan vechten tegen moro-piraten. Op 1 juni 1823 vertrok het schip met Novales, maar slecht weer dwong Novales nog dezelfde dag om terug te keren naar Manilla. Die nacht verzamelde Novales zo'n 400 tot 800 mannen en begon een opstand tegen de koloniale autoriteiten. Op het moment van de opstand bevond gouverneur-generaal Martínez zich vanwege de hitte in een buitenverblijf op niet al te grote afstand van Manilla. Novales stuurde vroeg in de nacht een zekere luitenant Ruiz naar het verblijf van voormalig gouverneur-generaal Fernández de Folgueras, die bij afwezigheid van Martínez die leiding had. Ruiz schakelde de wachter uit en stak daarna Fernández de Folgueras dood.

Met diens sleutel van de stad verschaften de opstandelingen zich vervolgens toegang tot de ommuurde stad Intramuros. De gevangenen werden bevrijd en hooggeplaatste mannen van de stad werden in hun plaats opgesloten. Belangrijke gebouwen als het paleis van de gouverneur, de kathedraal van Manilla en het stadhuis werden veroverd. Daarna werden barricades op straat opgeworpen en de stadspoorten geblokkeerd. Fort Santiago wisten ze echter niet te veroveren. Andres Novales had verwacht dat zijn broer, de commandant van het Fort, zich bij de opstand aan zou sluiten, maar hij bleef loyaal aan de Spaanse autoriteiten. Desondanks werd Novales met grote euforie door zijn mannen uitgeroepen tot keizer van de Filipijnen.

In de ochtend van 2 juni kwam gouverneur-generaal Martínez met het Koninginne-Regiment (Regimiento de la Reina) ondersteund door het Artillerie Corps en het Pampanga-Regiment aan bij de stad, waar ze de Puerta de Santa Lucía aan de westzijde van Intramuros openbraken. Na drie uur durende gevechten in de straten van Intramuros werden de meeste opstandelingen overmeesterd. Novales werd gevangen genomen, maar luitenant Ruiz en 14 sergeanten wisten te ontsnappen naar Tondo. Novales, en alle onderofficieren, onder wie sergeant Mateo werden na een snelle krijgsraad nog dezelfde middag geëxecuteerd door een vuurpeloton in Luneta. De ontsnapte Ruiz en de sergeanten werden snel daarna ook opgepakt en geëxecuteerd. Andere betrokken werden verbannen naar Mexico en Spanje. Ook de broer van Andres werd door de gouverneur-generaal veroordeeld tot executie door het vuurpeloton, ondanks het feit dat hij door zijn loyaliteit aan de Spaans autoriteiten een belangrijke rol speelde bij het beëindigen van de opstand. De publieke woede die dit veroorzaakte zorgde ervoor dat hij vlak voor de executie toch gespaard werd. Hij zou later bezweken zijn aan een psychische aandoening, door het besef dat zijn weigering om de poorten van Fort Santiago te openen, zijn broer het leven had gekost en door hem de opstand was mislukt.

Bronnen

  • Paul P. de La Gironière (1854), Adventures in the Philippine Islands, Londen: C.H. Clarke, online te lezen via o.a. deze link
  • Blair, E.H., Robertson, J.A. (1907), The Philippine Islands, 1493-1898, The Arthur H. Clark Company, Cleveland, Vol. 51, p. 47-48
  • Gregorio F. Zaide (1949), The Philippines Since Pre-Spanish Times, R.P. Garcia Publishing Co., Manilla, p. 434-436
  • Zoilo M. Galang (1950), Encyclopedia of the Philippines, 3 ed. Vol III & IV., E. Floro, Manilla
  • O.D. Corpuz (1989), The Roots of the Filipino Nation, Vol I, The University of the Philippines Press, Quezon City, p. 550
  • Joaquin, Nick (1999), Manila, my Manila, The Bookmark, Inc, Makati, p.142-144