Mustafa Reşid Pasja

Mustafa Reşid Pasja

Mustafa Reşid Pasja (ook: Mustafa Resit of Moestafa Resjid, Constantinopel, 13 maart 1800 - aldaar, 7 januari 1858) was een Ottomaans diplomaat en politicus. Hij was minister van Buitenlandse Zaken en grootvizier onder de sultans Mahmut II en Abdülmecit. Hij was een van drijvende krachten achter de hervormingen van het Tanzimaat.

Leven en carrière

Mustafa Reşid was een neef van Ispartalı Ali Pasja en werd door zijn oom geïntroduceerd al op jonge leeftijd geïntroduceerd in het staatsapparaat. Later werd hij een beschermeling van Pertev Effendi. In 1834 werd hij aangesteld als speciaal gezant in Parijs. Het jaar erop werd hij ambassadeur in Londen. Tijdens deze periode leerde hij Frans, verdiepte zich in de westerse cultuur en legde contacten met Franse en Britse staatslieden. In 1837 werd hij door sultan Mahmut II aangesteld tot minister van Buitenlandse Zaken. Zijn eerste grote verwezenlijking was het handelsverdrag van Balta Limanı met het Verenigd Koninkrijk in 1838.

In 1839 volgde Abdülmecit zijn vader op als sultan en hij steunde sterk op Mustafa Reşid bij het verderzetten van de hervormingen begonnen door Mahmut II. Dit leidde tot het afkondigen van het 'Decreet van de Rozentuin' (hatt-ı şerif) dat gelijke behandeling van alle onderdanen beloofde ongeacht religie of ras. Ook was Mustafa Reşid betrokken bij het afschaffen van de slavernij, het schrijven van nieuwe wetboeken inzake straf- en handelsrecht en administratieve hervormingen. Bij het uitbreken van de Krimoorlog was hij grootvizier.

In totaal diende hij zes keer als grootvizier en twee maal als minister van Buitenlandse Zaken.[1] Hij overleed in 1858 aan een hartaanval en werd begraven nabij de Beyazıt-moskee.[2]