Abdülmecit
| Abdülmecit | ||
|---|---|---|
| 23 april 1823 - 25 juni 1861 | ||
![]() | ||
| Sultan | ||
| Periode | 1839 tot 1861 | |
| Voorganger | Mahmut II | |
| Opvolger | Abdülaziz | |
| Familie | ||
| Dynastie | Ottomaanse sultans | |
Abdülmecit (Arabisch: عبد المجيد الأول) (andere spellingsvormen zijn bijvoorbeeld 'Abd ül-Mecid en Abd-ul-Mejid) (Istanbul, 23 april 1823 — aldaar, 25 juni 1861) was de 31e sultan van het Ottomaanse Rijk en volgde op 2 juli 1839 zijn vader Mahmud II op. De jonge sultan probeerde het verval van het rijk te voorkomen door het te moderniseren. Zijn regering werd echter ook gekenmerkt door opkomend nationalisme in het rijk.
Abdülmecit genoot een goede opleiding en was de eerste sultan die Frans sprak. Hij werd al op jonge leeftijd sultan en leunde sterk op zijn ministers Mustafa Reşid Pasja, Mehmed Emin Âli Pasja en Fuad Pasja. Hij zette de hervormingspolitiek van zijn vader verder. Zo hoopte hij steun te krijgen van de Europese grootmachten, maar probeerde hij vooral zijn rijk bijeen te houden.
Zijn troonsbestijging kwam vlak na de Ottomaanse nederlaag tegen Mohammed Ali van Egypte in de Slag bij Nezib. Enkel na tussenkomst van de Europese grootmachten wist hij de situatie in Egypte onder controle te houden. Tijdens de Krimoorlog tegen Rusland kon hij rekenen op de steun van Groot-Britannië, Frankrijk en Sardinië. Maar op de Balkan werden zijn pogingen om zijn greep op de regio te versterken door centralisatie gedwarsboomd door de Europese mogendheden. Ook moest hij onder Europese druk meer autonomie toekennen aan Libanon.
Enkele maanden na zijn aantreden kondigde zijn regering het 'Decreet van de Rozentuin' (Gülhane Hatt-ı şerif) af, waarmee de periode van de Tanzimaat begon. Een tweede hervormingsdecreet (Hatt-ı hümayun of 'Keizerlijk edict') volgde in 1856. Christenen en Joden zouden voortaan aanspraak hebben op dezelfde behandeling door de overheid en de justitie. Belastinghervorming en dienstplicht zouden een einde moeten maken aan willekeur. Nieuwe wetboeken werden afgekondigd en er kwam een landhervorming en een hervorming van de rechtbanken en het onderwijs.
Abdülahmit liet in 1843 het Dolmabahçepaleis bouwen bedoeld voor zijn nieuwe residentie. Hij liet grote restauratiewerken uitvoeren aan de Hagia Sophia onder supervisie van de Zwitserse bouwkundige Gaspar Fossati. Hij stichtte een Frans theater in Constantinopel en een Ottomaanse school in Parijs.[1]
Abdülmecit werd vader van niet minder dan vier sultans (Murat V, Abdülhamit II, Mehmet V Reşat en Mehmet VI Vahdeddin, de laatste sultan van het Ottomaanse Rijk).
- ↑ (en) Abdülmecid I : Ottoman sultan. britannica.com. Geraadpleegd op 11 december 2025.
