Milford Haven Waterway

.jpg)
Milford Haven Waterway is een natuurlijke haven in Pembrokeshire, in het zuiden van Wales. Het is een verdronken vallei die aan het einde van de laatste ijstijd onder water kwam te staan. Door de diepte is het een druk scheepvaartkanaal, bevaren door veerboten van Pembroke Dock naar Ierland, olietankers en plezierjachten. Een groot deel van de kustlijn van de Waterway is aangewezen als een Site of Special Scientific Interest (SSSI), en staat geregistreerd als Milford Haven Waterway.[1]
Ligging
De Milford Haven Waterway ligt in het zuiden van Wales. Het is een vallei die sinds het einde van de laatste ijstijd onder water staat. In het oosten komen de Oost- en West-Cleddau rivieren bijeen en vormen de Daugleddau estuarium. In het uiterste westen wordt de grens van het estuarium gevormd door de vuurtoren van St Ann's Head bij het Sint-Georgekanaal. De Milford Haven Waterway is ruim 15 kilometer lang en bij de monding ongeveer drie kilometer breed. Bij eb en vloed stromen grote hoeveelheden zeewater uit en in het estuarium, bij springtij is het verschil tussen de twee getijden ongeveer 6,5 meter en bij doodtij 2,5 meter.
Geschiedenis
Van de jaren 790 tot de Normandische invasie in 1066 werd de waterweg af en toe gebruikt door Vikingen die er beschutting zochten. Uit opgravingen naar metaalbewerking in het gebied zijn er sporen gevonden van enige vorm van industrialisatie in de periode 750-1100.
In 1171 gebruikte Hendrik II het gebied als verzamelplaats voor zijn Ierse expeditie. Een leger van 400 oorlogsschepen, 500 ridders en 4000 manschappen verzamelde zich in de haven alvorens naar Waterford en vervolgens naar Dublin te varen. Dit was de eerste keer dat een Engelse koning voet op Ierse bodem zette en het begin van Hendriks invasie van Ierland.
Tegen 1590 waren er twee forten gebouwd om de ingang van de haven te verdedigen. De ligging maakte het kwetsbaar voor aanvallen vanuit Ierland, wat mogelijk zou kunnen leiden tot een invasie van Engeland via Wales. In 1405 landden de Fransen in groten getale, nadat ze in juli Brest hadden verlaten met meer dan 2800 ridders en manschappen onder leiding van Jean II de Rieux, de maarschalk van Frankrijk, om de opstand van Owain Glyndŵr te steunen.
In april 1603 vertrok Martin Pring vanaf deze plek voor zijn ontdekkingsreis naar Virginia.

De natuurlijke haven kreeg in de 17e eeuw een extra strategische betekenis. Karel I gaf royalistische troepen opdracht een fort te bouwen in Pill. In 1643 was het gereed en had als belangrijke taak te voorkomen dat parlementaire troepen bij Pembroke Castle zouden landen en om royalistische troepen die vanuit Ierland landden te beschermen. Op 23 februari 1644 stak een parlementaire troepenmacht onder leiding van Rowland Laugharne het water over en landde bij Pill. Het fort werd zowel vanaf het land als vanaf het water beschoten en ingenomen. Nog geen vijf jaar later, in 1649, werd Milford Haven gekozen als verzamelplaats voor invasie van Ierland onder leiding van Oliver Cromwell. Cromwell kwam daar op 4 augustus aan en op 15 augustus vertrok Cromwell met meer dan honderd schepen naar Dublin.
Tegen het einde van de 18e eeuw nam de belangstelling voor de haven vanuit een commercieel oogpunt toe. Er kwamen twee havens voor de over- en opslag steenkool, graan en kalksteen. Omstreeks het begin van de 19e eeuw ging een veerdienst op Ierland van start. Rond deze zelfde tijd werden twee nieuwe steden gebouwd: Milford in 1790 door Sir William Hamilton en Pembroke Dock in 1802. In deze laatste plaats werd ook een nieuwe marinewerf voor de Royal Navy gebouwd. Deze twee plaatsen profiteerden van de schaalvergroting in de scheepvaart. Zij hadden de ruimte om de grotere schepen te ontvangen en namen zo het transport weg uit de kleinere havens. In de loop der jaren hebben deze twee hoofdplaatsen zowel bloei als neergang gekend in de scheepsbouw, de visserij en als spoorwegknooppunten en terminals.
Aan het einde van de 19e eeuw leidde de dreiging van de Franse marine tot de bouw van een aantal Palmerston-forten op verschillende strategisch belangrijke kustlocaties, waaronder Fort Stack Rock ten westen van Milford Haven. De meeste forten zijn nu buiten gebruik.
Aan het einde van de 20e eeuw kwamen de aanlegsteigers, terminals en raffinaderijen van de olie- en gasindustrie. In 1960 werd een olieterminal en raffinaderij gebouwd voor Esso, vier jaar later werd de Texaco raffinaderij in gebruik genomen en in 1958 volgde een derde raffinaderij voor Gulf. In 1974 werd 59 miljoen ton aan goederen overgeslagen, een record hoeveelheid waarmee de haven op de eerste plaats stond van alle Britse havens gemeten naar volume.
De bouw van de Esso raffinaderij begon in 1957 en in 1960 was de officiële opening. Aanvankelijk had het een capaciteit van 4,5 miljoen ton olie per jaar, maar dit werd uitgebreid naar 15 miljoen ton. In maart 1983 werd de raffinaderij gesloten en grotendeels gesloopt om plaats te maken voor de South Hook gasterminal. Gulf bouwde een raffinaderij met een capaciteit van drie miljoen ton, maar dit verdubbelde over de tijd. De productie werd gestopt in december 1996, een deel van het tankpark is nog in gebruik als olieopslagplaats en een ander deel wordt gebruikt door de Dragon gasterminal. De voormalige Texaco raffinaderij is nog altijd actief, maar kwam in 2012 in handen van het Amerikaanse Valero.
Haven
Het is de grootste haven van Wales en de op twee na grootste haven van het Verenigd Koninkrijk. De scheepvaartactiviteiten in Milford Haven worden beheerd door de onafhankelijke Milford Haven Port Authority. De havenautoriteit is verantwoordelijk voor het beheer van Milford Docks, Milford Marina en Pembroke Port and Ferry Terminal. In 1992 startte Irish Ferries een veerdienst tussen Pembroke en Rosslare.
Bij eb kunnen schepen met een diepgang van 17 meter de terminals bereiken.
Naast de overslag van aardolie is Milford Haven ook de locatie voor twee vloeibaar aardgas (LNG)-terminals die voorzien in een kwart van de Britse gasbehoefte. De Grain-LNG terminal is de derde terminal van het land, maar staat aan de oostkust. Beide terminals kwamen in 2009 in gebruik. South Hook is veruit de grootste van de twee en staat op de plek van de voormalige Esso-raffinaderij. Hier kan jaarlijks 15,6 miljoen ton vloeibaar gas worden verwerkt. Dragon staat op het Gulf Oil terrein en is voor 50% in handen van Shell en VTTI heeft de resterende aandelen. Het hervergaste aardgas wordt via pijplijnen verder in Engeland getransporteerd.
De havenautoriteit begon in 2003 met de promotie van Pembrokeshire als bestemming voor cruiseschepen.
In 2024 bezochten 1893 schepen de haven en er werd 32,8 miljoen ton lading overgeslagen.
- Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel Milford Haven Waterway op de Engelstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.
- (en) Port of Milford Haven
- ↑ (en) SSSI Milford Haven Waterway. Countryside Council for Wales (2002). Geraadpleegd op 22 januari 2026.