Mannenbeweging

De mannenbeweging is een maatschappelijke beweging die streeft naar gelijke rechten en een volwaardige plaats in de samenleving voor mannen. Net als de vrouwenbeweging bestaat deze uit meerdere stromingen met verschillende uitgangspunten. Deze variëren van gematigd tot radicaal. De mannenbeweging wordt soms verward met de meer vrouwonvriendelijke manosfeer, terwijl veel mannenrechtenactivisten ook positief staan tegenover het feminisme; ze benadrukken dat beiden nastrevenswaardig zijn en dat de mannenbeweging niet ten koste hoeft te gaan van vrouwenrechten.

De mannenbeweging zou grofweg opgedeeld kunnen worden in een aantal stromingen (verderop in het artikel wordt dit verder uitgewerkt):

  • De pro-feministische mannenbeweging: hierbij zetten mannen zich actief in om ook de man te veranderen. Het idee hierachter is dat mannen ook beter af zijn in een wereld met gelijke rechten.
  • De vaderbeweging: zet zich in voor gelijke rechten voor vaders in voogdijzaken en een grotere rol in de opvoeding.
  • De mannenrechtenbeweging: deze activisten stellen dat niet alleen vrouwen op bepaalde punten achtergesteld worden maar dat ook mannen op bepaalde fronten hulp nodig hebben.
  • De bevrijding van de man: ook veel mannen hebben last van het traditionele manbeeld waar ze aan moeten voldoen, zoals machismo, zich niet mogen uitten (of huilen), en niet vrij zijn om hun eigen weg te gaan omdat ze aan hoge verwachtingen moeten voldoen.
  • Het antifeminisme bepleit het terugdraaien van de vrouwenemancipatie en terugkeer naar de traditionele man-vrouwverhouding. Dit is een stroming die zich negatiever opstelt richting de vrouw.

Mannenbeweging vs vrouwenbeweging

De theorie van het feminisme laat meestal weinig ruimte voor het bestaan van een mannenbeweging of vaderbeweging anders dan als aanvullend en ondersteunend element van het feminisme. Wel zijn er feministes en vrouwelijke schrijfsters die vroeger (Esther Vilar) of later (Doris Lessing) afstand namen tot de vrouwenbeweging ten gunste van de emancipatie van mannen. Een van de belangrijkste mannenactivisten is Warren Farrell die in de jaren zeventig nog een hoofdrol speelde in de vrouwenemancipatie. Later werd hij mannenactivist omdat hij vond dat een deel van de emancipatie de mannen te veel buitensloot (i.p.v. gelijkheid te bevorderen) en feministen de vrouwen vooral als slachtoffers bestempelden en mannen als daders.[1]

Stromingen

Er zijn een aantal richtingen te onderscheiden. Deze indeling is uiteraard te grof om alle nuances tot hun recht te laten komen. In de literatuur worden beide hoofdstromingen zelden tegelijkertijd besproken.

Samen met vrouwenbeweging

Een richting parallel en dienstig aan de vrouwenbeweging. Al in het begin van de tweede feministische golf waren mannen nauw betrokken bij de ontwikkeling en vormgeving. In eerste instantie namen ze gewoon deel in bewegingen als Man-Vrouw-Maatschappij. Toen de vrouwenbeweging meer op het spoor ging zitten van een autonome ontwikkeling zochten groepen mannen elkaar op in bijvoorbeeld mannen-oefengroepen Radicale Therapie. Secundair kreeg ook het vaderschap aandacht in deze beweging.

Vaderbeweging

Zie Vaderbeweging voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Vanaf de zeventiger jaren van de twintigste eeuw was er sprake van een opkomende vaderbeweging die met horten en stoten het recht op gelijke zorg voor hun kinderen opeiste. Door echtscheidingen bleken veel vaders hun kinderen minder te zien en vaak zelfs helemaal niet meer. Verschillende stichtingen, zoals de Dwaze vaders streden voor het recht op omgangsrecht. Aan het begin van eenentwintigste eeuw verschoof de nadruk naar de eis om gelijkwaardig ouderschap. Ook streed men voor gelijke voorzieningen voor vaders, zoals ouderschapsverlof, opvanghuizen, vadercentra, kinderopvang. Binnen deze stroming kan onderscheid gemaakt worden tussen twee groepen. Zo zijn er de uitgesproken progressieven die samen optrekken met de vrouwenbeweging. Daarnaast is er de groep die reconstructie van oude waarden nastreeft; terug naar het gezin als hoeksteen en een leidende rol voor de vader als hoofd van het gezin. Hierbij wordt o.a. de term tradwife gebruikt.

Mannenrechten

Het idee hierachter is dat de vrouwenemancipatie veel goeds heeft gebracht voor de vrouwen en dat er nu ook ruimte zou moeten zijn voor het verbeteren van de positie van de man. Onderwerpen die hier vaak genoemd worden zijn:[2]

  • De achterstand van jongens in het onderwijs t.o.v. meisjes.
  • Het groeiende gebrek aan positieve rolmodellen voor jonge jongens. Dit komt o.a. doordat veel vaders hun kinderen te weinig zien na een echtscheiding en doordat het aantal mannelijke leerkrachten afneemt. Dit lokt jonge jongens richting negatieve rolmodellen o.a. in de manosfeer.
  • Doordat jonge vrouwen gemiddeld hoger opgeleid zijn dan jonge mannen blijken steeds meer mannen moeite te hebben om een partner te vinden. Vanuit de mannenbeweging klinkt de roep om praktische beroepen maatschappelijk meer te waarderen i.p.v. erop neer te kijken.
  • Geweld tegen mannen. Zo zou er meer aandacht zijn voor geweld tegen vrouwen dan tegen mannen terwijl mannen een grotere kans hebben om hier slachtoffer van te worden. Huiselijk geweld tegen mannen komt waarschijnlijk minder voor maar er is zelden goede opvang of zorg voor mannelijke slachtoffers. Voor veel mannen is het bovendien een taboe om over huiselijk geweld of psychisch geweld te praten. Nederlandse Blijf-van-mijn-lijfhuizen nemen alleen vrouwen op.
  • De MeToo-beweging heeft veel wantoestanden jegens vrouwen aan het licht gebracht. Tegelijkertijd heeft het er ook voor gezorgd dat veel mannen bang zijn geworden om te flirten of seks te hebben uit angst voor (valse) beschuldigingen van ongepast gedrag, aanranding of verkrachting. Ook na vrijspraak of zelfs bewezen onschuld zijn de gevolgen voor de beschuldigde groot. Veel jonge mannen zouden dit als een dilemma ervaren: "Als je geen lef toont vind je geen partner, als je wel lef toont kun je makkelijk beschuldigd worden."[1]
  • Onder de vroegtijdig schoolverlaters, daklozen en zelfmoordcijfers zijn mannen oververtegenwoordigd. Kennelijk hebben mannen een grotere kans om te ontsporen.
  • Bestrijden of opname in het strafrecht van mannelijke besnijdenis.
  • Hervorming van het alimentatierecht.

De bevrijding van de man

De bevrijdingsbeweging draait om het loskomen van traditionele opvattingen over de man. Het idee dat mannen sterk, stoer en macho moeten zijn en veel status moeten nastreven zou alleen maar slecht zijn voor de mentale gezondheid. Het zou beter zijn als mannen ook zouden huilen en hun gevoelens uitten i.p.v. alles weg te lachen of op te kroppen. Ook zouden mannen er voor moeten mogen/durven kiezen om een baan aan te nemen die minder status uitstraalt. Ze zouden beter voor iets kunnen kiezen wat hen gelukkig maakt, ook als ze dan minder verdienen en minder aantrekkelijk zijn voor vrouwen. Tegelijkertijd klinkt de roep richting vrouwen om mannen meer om hun persoon dan hun status te waarderen.

Een van Nederlands bekendste feministen, Anja Meulenbelt, zei het zo: ‘Dat mannen ook problemen hebben staat inmiddels buiten kijf, maar hoe overtuigend de dwang van ‘mannelijkheidscoderingen’ ook is: als mannen er alleen maar last van hebben, waarom houden ze er dan niet mee op? Kortom, wanneer de baten van mannelijkheid ontkend worden blijft het onduidelijk waarom zoveel mannen wel de ‘kosten’ blijven dragen en niet massaal, net als vrouwen in opstand komen tegen deze dwang.’[3]

Mythopoëtische mannenbeweging uit Amerika

Belangrijke inspiratoren en vertegenwoordigers van deze zogeheten 'mythopoëtische mannenbeweging'[4] zijn Robert Bly, Robert A. Johnson, James Hillman, Joseph Campbell en Michael Meade. De belangrijkste tekst binnen deze beweging was het boek De wildeman: Een boek over mannen, geschreven door de Amerikaanse dichter Robert Bly.[5] Bly ging met zijn boek op zoek naar een robuust manbeeld, en haalde daarvoor inspiratie uit het sprookje IJzerhans. Het naar voren gebrachte idee is dat mannen, om zich te ontwikkelen, andere mannen nodig hebben. Ze dienen in contact te staan of te komen met hun wilde natuur. Het idee is uitdrukkelijk niet om een wildeman te worden. Om de wilde kant van de man te cultiveren komen mannen samen, luisteren naar verhalen, en wordt gebruikgemaakt van rituelen (o.a. van Indianen) zoals trommelen, zingen en samenkomen in zweethutten. Met deze rituelen willen ze de persoonlijke en spirituele groei bevorderen om zo de diepe mannelijke identiteit, het temperament en het innerlijke zelf te vinden.

Zie ook