De wildeman: Een boek over mannen

De wildeman: Een boek over mannen (oorspronkelijke Engelstalige titel: Iron John: A Book About Men) is een boek uit 1990 geschreven door de Amerikaanse dichter Robert Bly.

Aan de hand van het sprookje IJzerhans door de gebroeders Grimm vertelt Bly het verhaal van het opgroeien van het kind tot jongeman tot volwassene. Daarbij is het van belang dat het kind een mentor heeft. Die vindt het in het sprookje in de wildeman IJzerhans. IJzerhans staat symbool voor het ongebruikte potentieel in de man. Op het moment dat het prinsje in het sprookje IJzerhans ontmoet, kan de wildeman zijn ongebruikte potentieel gaan benutten en daarmee zichzelf tevens verwerkelijken. Het verhaal gaat net zo goed over de ontwikkeling van de prins als over die van de wildeman IJzerhans.

Achtergrond

Bly ging met het boek op zoek naar een beeld van de man dat robuust was. Met de ondermijning van het gezag in de jaren '60 in het Westen, veranderde de samenleving van een bevelshuishouding, met respect voor autoriteit, naar een onderhandelingshuishouding, waar de mondige burger zijn intrede deed. De man leerde zijn vrouwelijke kant kennen en gebruiken. De industriële revolutie had de vaders zowel fysiek als emotioneel van de zonen gescheiden. Daarmee was het intensieve contact van zonen met hun vaders, van wie ze eerder dingen kon leren en afkijken, verloren geraakt. Geïnspireerd door het verdriet dat Bly bij mannen op mannenbijeenkomsten zag, en geïnspireerd door het denken van literatuurwetenschapper Joseph Campbell, schreef hij het boek De wildeman.

Receptie

Het boek is het bekendste werk van Robert Bly en stond 62 weken op de New York Times-bestsellerlijst. Het is een zeer belangrijk werk geweest in de zogeheten mythopoëtische mannenbeweging uit de Verenigde Staten.[1][2] In Nederland werd het boek door Van Kooten en De Bie op de hak genomen. In het kader van het overlijden van Bly in 2021 besteedden Jelle van Baardewijk en Ad Verbrugge van platform De Nieuwe Wereld aandacht aan het werk van Bly, met name aan De adolescentenmaatschappij en aan De wildeman, en waren er zeer over te spreken.