Lamproïet

Lamproïet

Lamproïet is een magnesium- en kaliumrijk fijnkorrelig stollingsgesteente met een mafische tot intermediaire samenstelling. Lamproïet is een verzamelnaam voor mafisch tot intermediair gesteente dat zeer rijk is in kalium en veel "vreemde" kristallen en fragmenten ("klasten") bevat. Het heeft altijd een vulkanische of hypabyssale herkomst.

Eigenschappen

Lamproïet bevat vaak xenolieten en xenocrysten, fragmenten en kristallen met een "vreemde" herkomst. Het heeft dit gemeen met kimberliet. Zulke "vreemde" objecten komen in magma terecht terwijl deze omhoog beweegt door de aardmantel of -korst. De xenolieten zijn vaak ultramafisch en bestaan bijvoorbeeld uit duniet of harzburgiet. Ook andere peridotiet en eclogiet komen voor als xenolieten. Dit duidt op een herkomst uit de bovenste (chemisch verarmde) deel van de mantel. Onder de xenocrysten kan zich diamant bevinden. Het laatste maakt lamproïet economisch interessant voor de mijnbouw.

Chemisch gezien bevatten lamproïeten weinig CaO, Al2O3 en Na2O, maar juist zeer veel K2O/Al2O3 ("ultrapotassisch") en relatief veel MgO.

De mineralogie van lamproïeten wordt bepaald door de bijzondere chemische samenstelling. Het gesteente bevat zeldzame silicaten en andere mineralen.

Typische mineralen in lamproïeten zijn:

Ook kunnen lamproïeten veel chroom en nikkel bevatten. Bij de verwering ontstaan mineralen als talk, serpentijn, chloriet en magnetiet. Ook zeolieten en zelfs kwarts kunnen in het mafische gesteente voorkomen.

Voorkomen

Lamproïet is relatief zeldzaam maar komt op plekken over de hele wereld voor, overal slechts in kleine volumes. In tegenstelling tot kimberliet, dat slechts in Archaïsche kratons voorkomt, werd lamproïet gedurende de gehele geologische geschiedenis gevormd. Archaïsche lamproïeten worden gevonden in West-Australië en een voorbeeld van een recentere lamproïet is gelegen tussen Murcia en Cabo de Gata in Zuid-Spanje. De jongst bekende lamproïet is gedateerd op 56.000 +/- 5000 jaar oud.

De xenocrysten en xenolieten in lamproïet hebben een zeer diepe herkomst (meer dan 150 km). Als het magma door kraterpijpen omhoog kwam nam het de xenolieten en xenocrysten mee.

Lamproïet ontstaat door vulkanisme onder postorogene omstandigheden.

Recent onderzoek en lood-isotopen geochemie heeft aan het licht gebracht dat de bron van lamproïeten de overgangszone tussen gesubduceerde lithosfeer in de mantel zou kunnen zijn. Dit zou ook de uitzonderlijke diepte van ontstaan verklaren.

Mijnbouw

Sinds 1979 is bekend dat lamproïeten economische waarde hebben, toen in Australië de Argyle diamant pijp ontdekt werd. De ontdekking hiervan leidde tot intensieve studies en herziening van andere voorkomens van lamproïeten op Aarde, omdat voorheen werd aangenomen dat diamanten slechts in kimberlieten gevonden konden worden.

Ondanks het onderzoek is de Argyle diamant mijn de enige grote bron van diamanten gebleken. De hoeveelheid diamanten in dit complex is relatief hoog, de kwaliteit van de diamanten juist relatief laag. Onderzoek wees uit dat ze waarschijnlijk afkomstig zijn uit eclogieten en gevormd bij temperaturen van 1400 graden Celsius. De Argyle mijn is ook de belangrijkste bron van de zeldzame roze diamant.

Ook in pyroclastisch gesteente met lamproïet kan diamanten bevatten, die als xenocrysten naar het aardoppervlak vervoerd zijn.