Duniet

Kleine vulkanische bom van zwart basaniet en groen duniet.

Duniet is een type peridotiet, een ultramafisch kristallijn gesteente. Het bestaat voornamelijk (meer dan 90%) uit het mineraal olivijn.[1] Daarnaast bevat het meestal een klein aandeel chromiet.

Duniet kan kleine hoeveelheden orthopyroxeen (enstatiet), clinopyroxeen (diopsied), granaat (pyroop) of spinel (chromiet of magnetiet) bevatten. Als peridotiet minder dan 90% olivijn bevat, spreekt men niet van duniet maar van lherzoliet, harzburgiet of wehrliet.

De naam duniet werd voor het eerst gebruikt door de Oostenrijkse geoloog Ferdinand von Hochstetter in 1859. Hij noemde het gesteente naar Mount Dun in de buurt van Nelson op het Nieuw-Zeelandse Zuidereiland.

Peridotiet is een zeldzaam gesteente aan het oppervlak, maar vormt verreweg het belangrijkste bestanddeel van de aardmantel. De normale samenstelling is lherzoliet, maar door partieel smelten kunnen andere vormen zoals duniet of harzburgiet ontstaan. Duniet is meestal waarschijnlijk gevormd als cumulaat dat overbleef na partieel smelten.

Zie de categorie Dunite van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.