Laat-Kimmerische fase

De Laat-Kimmerische of Laat-Cimmerische fase was een fase van tektonische beweging in de ondergrond van het noordwesten van Europa tijdens het Laat-Jura en Vroeg-Krijt. De fase zorgde voor de verdere ontwikkeling van de rift onder Nederland en de zuidelijke en centrale Noordzee. Ze ging gepaard met opheffing van de ondergrond.

De fase was onderdeel van extensie die leidde tot het opbreken van het supercontinent Pangea en het ontstaan van de Noordelijke Atlantische Oceaan. Deze bewegingen waren eerder tot uiting gekomen tijdens de Vroeg- en Mid-Kimmerische fases. De Laat-Kimmerische fase verliep in pulsen, die plaatsvonden in het tijdsinterval tussen het Vroeg-Kimmeridgien (rond 157 miljoen jaar geleden) en het Valanginien. De belangrijkste pulsen worden aangeduid als Laat-Kimmerisch I en II, de eerste in het Kimmeridgien en de tweede in het Laat-Berriasien (140 miljoen jaar geleden).

In het Jura en Krijt leidde de extensie van de continentkorst tot de ontwikkeling van riftsystemen. Niet alleen in het Atlantische bekken, maar ook in de korst onder de huidige Noordzee ontstond een dergelijk systeem van slenken. De rift onder de Noordzee bestond uit (onder andere) de Centrale Noordzeeslenk, de Hornslenk, het West-Nederlands Bekken en de Roerdalslenk. Het vormen van de rift ging gepaard met vulkanisme en de afschuivingen.

Door de tektonische opheffing van de Laat-Kimmerische fase kwam de sedimentatie in het gebied waar tegenwoordig Nederland ligt tot stilstand en vond er erosie plaats. De Laat-Kimmerische fase komt tot uiting als een hiaat en soms een erosieve discordantie tussen de gesteentelagen van het Midden- en Vroeg-Jura (Laat-Kimmerische discordantie). Het hiaat bevindt zich tussen de top van de Altena Groep en de basis van de Schieland, Scruff en Nedersaksen Groepen.

Na afloop van de Laat-Kimmerische fase volgde een periode van thermische subsidentie die aanhield tot de Austrische fase in het Albien.