Kotelny

Kotelny
Eiland van Rusland
Kotelny (Jakoetië)
Kotelny
K
Locatie
Land Rusland
Eilandengroep Anzjoe-eilanden
Locatie Noordelijke IJszee
Regio Jakoetië
Coördinaten 75° 25 NB, 141° 0 OL
Algemeen
Oppervlakte 11,665 km²
Inwoners geen
Hoogte 374 m
Foto('s)
De militaire basis Severny klever gezien vanuit de lucht (2016)
De militaire basis Severny klever gezien vanuit de lucht (2016)

Kotelny (Russisch: Котельный; "ketel"; Jakoets: Олгуйдаах арыы, Olguidaach aryy[1]) is het grootste eiland van de Anzjoe-eilanden, een subgroep van de Nieuw-Siberische Eilanden, in de Noordelijke IJszee. Bestuurlijk behoort Kotelny net als de rest van de eilanden tot de oeloes (district) Boeloenski van de Russische deelrepubliek Jakoetië.

Het is een van de 50 grootste eilanden in de wereld en werd tot begin 20e eeuw nog gezien als een samenstel van 2 eilanden. Het eiland werd in 1773 ontdekt door de Russische koopman Ivan Ljachov.[2]

Het eiland wordt beschermd via het natuurreservaat Lena-Delta binnen de zapovednik Lenadelta. Het oostelijke deel van het eiland is daarnaast beschermd onder de zakaznik Nieuw-Siberische Eilanden. Van 2014 tot 2019 werden diverse grote opruimacties uitgevoerd op de kusten van Kotelny en andere eilanden in de Noordelijke IJszee door militairen van het 'milieupeloton' van de Noordelijke Vloot. Daarbij werden duizenden verroeste olievaten en andere in de 20e eeuw achtergelaten voorwerpen afgevoerd. Dit werd onder andere gedaan om te voldoen aan de milieueisen voor de bouw van nieuwe militaire bases.

Op het eiland staan een aantal povarni (Oost-Siberische jachthutten), een drietal actieve poolstations en een Russische militaire basis.

Geografie

Geografische kenmerken

Kotely op een uitgesneden satellietbeeld van Nasa Landsat (2016)

Kotelny beslaat de westelijke en centrale delen van de Anzjoe-eilanden. Het eiland wordt in het westen begrensd door de Laptevzee en in het noorden, oosten en zuiden door de Oost-Siberische Zee. De Straat van Sannikov scheidt het eiland van Klein-Ljachovski in het zuiden, de Straat van Blagovesjtsjensk van het eiland Nieuw-Siberië in het oosten en de Straat van Zarja van het eiland Belkovski in het westen. Ten noorden van Kotelny ligt de Dragotsennajabaai, die de eilanden Zjeleznjakova, Matar, Srykryty en andere kleinere en naamloze eilanden omvat. Ten westen ligt de Nerpitsjjabaai met de lagunes Nerpalach en Doernaja. Iets ten noorden van de baai ligt de Golf van de Arctische Stachanovieten. Niet ver van de zuidwestkust ligt het eiland Posadny en bij de zuidoostkust liggen de Neïzvestnye-eilanden en het eiland Tas-Ary.

Kotelny ligt binnen de WWF-ecoregio van de toendra van de Nieuw-Siberische Eilanden (PA1109). De noordelijke uiteinden van het eiland behoren tot de subzone van de (half)poolwoestijnen. Het hoogste punt is de heuvel Malakatyn-Tas (afhankelijk van de bron 361[3] of 374 meter[4]) in het zuidwesten van het eiland. De meren van het eiland zijn geconcentreerd in de laaglandstrook in het oostelijke deel van het eiland. De grootste rivier op het eiland is de 205 kilometer lange Balyktach in het westen van het eiland.

Het noordelijkste punt is Kaap Anisi, het westelijkste Kaap Rozovy, het zuidelijkste Kaap Medvezji en het oostelijkste Kaap Blagovesjtsjenski.

Twee eilanden of een eiland?

Kotelny heeft een totale oppervlakte van ongeveer 23.200 km² en strekt zich van west naar oost uit over ongeveer 230 km en van noord naar zuid over ongeveer 170 km.

Het eiland wordt momenteel gezien als een samenstel van drie delen:

  • Het westelijke deel, van 11.665 km², dat oorspronkelijk Kotelny genoemd werd;
  • Het schiereiland Faddejevski van 5300 km², dat oorspronkelijk als eiland werd gezien;
  • De lagere landengte Bungeland van 7280 km² tussen beide delen.

Ten zuiden van Bungeland worden het westelijke Kotelny en het oostelijke Faddejevski gescheiden van elkaar door de Gedensjtrombaai.

De perceptie van de grootte en vorm van het eiland zijn in de loop der tijd aanzienlijk veranderd. Aanvankelijk verwees de naam "Kotelny" alleen naar het westelijke deel, ongeveer de helft van het huidige eilandgebied. Het schiereiland Faddejevski aan oostzijde werd beschouwd als een apart eiland en de ruimte ertussen als een vrij brede zeestraat. In de 19e eeuw werd Bungeland ontdekt. Omdat Bungeland een extreem vlak reliëf heeft, werd het echter lange tijd als een zandbank beschouwd. Pas eind 20e eeuw accepteerde de wetenschappelijke gemeenschap Bungeland als een laaggelegen gebied, dat alleen periodiek bij stormvloeden in het voorjaar en de zomer gedeeltelijk overstroomt, en dat samen met het westelijke "oorspronkelijke Kotelny" en Faddejevski onderdeel vormt van één eiland. Als gevolg hiervan werd de naam Kotelny uitgebreid tot het gehele grondgebied van het eiland dat aldus was ‘gegroeid’.[5][6][7] Het is daarmee niet alleen het grootste eiland van de Nieuw-Siberische Eilanden, maar omvat ook ruim de helft van het gehele grondgebied van deze archipel. Russische geologen zijn het er nog niet over eens hoe Bungeland precies ontstaan is.[8]

Geologen en oceanografen denken dat Bungeland in de 22e eeuw volledig onder water kan verdwijnen als gevolg van de stijgende zeespiegel en erosie door stromingen. Daardoor zou Kotelny zich 'wederom' splitsen in de eilanden Kotelny en Faddejevski.[9][10]

Geologie

Kotelny behoort tot het tektonisch hoge blok van de zogeheten Plooigordel van de Nieuw-Siberische Eilanden en Tsjoekotka.[10] De westelijke en oostelijke delen van het eiland bestaan uit verplaatste platformafzettingen, waaronder alle perioden van het Paleozoïcum (behalve het oudste: het Cambrium) en het Mesozoïcum.[11] Bungeland in het centrale deel bestaat uit geplooide Mesozoïsche gesteenten (zandstenen en argillieten) en Tertiaire sedimenten.[10] Laat-Pleistocene en Holocene afzettingen zijn wijdverspreid op het eiland.[12]

Zes gesteentecomplexen van verschillende ouderdom vormen de basis van de structuur van Kotelny[13]:

  1. afzettingen uit het Vroeg-Ordovicium - Midden-Devoon van het carbonaatplatform;
  2. riftogene carbonaat-terrigenische gesteenten uit het Laat-Devoon - Vroeg-Tournaisien;
  3. carbonaatafzettingen uit het Carboon - Perm van het ondiepe platgebied;
  4. terrigene sedimenten van de aangrenzende trog;
  5. kleiachtige platsedimenten uit het Trias - Vroeg-Jura;
  6. continentale steenkoolhoudende afzettingen uit het Vroeg-Krijt en continentale afzettingen uit het Paleogeen - Neogeen.

Argilliet-siltsteenflysch is wijdverspreid op het eiland; er worden organogene structuren aangetroffen.[14] Alle afzettingen op het eiland, met uitzondering van de actieve laag en taliks onder grote meren, bevinden zich in een toestand van permafrost. De cryogene structuur van de gesteenten is divers. Veel afzettingen bevatten ijswiggen van verschillende groottes en ouderdommen.[15]

Reliëf

De zandvlakte van Bungeland steekt scherp af tegen de hogere gebieden van Kotelny en Faddejevski aan weerszijden (2019). Ten oosten is de Gedensjtrombaai duidelijk zichtbaar.

Het eiland heeft een ongelijkmatig reliëf. Het is in wisselende mate verhoogd in het westelijke deel en op Faddejevski, waarbij beiden van elkaar worden gescheiden door de laaglandvlakte van Bungeland. Het oppervlak vertoont door de continue permafrost verschillende microvormen van cryogeen reliëf.[7] In het westen liggen de hoogste delen. De gebieden meer naar het binnenland aldaar vormen een plateau dat door scherpe richels wordt gescheiden van de kustvlaktes. In het zuiden van dit plateau bevinden zich verschillende pieken van ruim 200 meter boven zeeniveau. Hier ligt ook de ruim 350 meter hoge Malakatyn-Tas. De hellingen van deze bergen zijn meestal bedekt met puin en steenslag en soms met fijne aarde (melkozjom).[16] De kustvlaktes rondom het plateau lopen op tot een gemiddelde hoogte van 20 tot 40 meter, tot maximaal ongeveer 60 meter. De vlaktes worden doorsneden door een netwerk van rivieren en ravijnen en er zijn landvormen die onderhevig zijn aan thermokarst: bajdzjarachen, alassen en verschillende polygonale structuren.[5][16][7]

Pingo's op de kust van Kotelny

Bungeland in het centrale deel van het eiland bestaat hoofdzakelijk uit een zandwoestijn, hetgeen uniek is voor het noordpoolgebied gezien de gemiddelde temperatuur van -15°C.[16][7][5] In het zuidoosten van Bungeland ligt het gelijknamige Hoogland van Bungeland en in het centrale deel het Hoogland van Jevsekjoe-Bulgoennjach. Deze gebieden van Bungeland zijn juist niet woestijnachtig, maar bestaan uit 'Kotelny-gesteente'; harde pre-kwartaire gesteenten met tekenen van thermokarst en op sommige plaatsen doorsnijding als gevolg van erosie.[7] Het hoogste punt van Bungeland (58 meter) ligt in het Hoogland van Jevsekjoe-Bulgoennjach.[16][7][5] Het Hoogland van Bungeland-hoogland loopt op tot slechts 12 tot 14 meter. Het woestijngedeelte van Bungeland is uitzonderlijk vlak en reikt niet verder dan 8 meter hoogte.[7][16][17][18] Het kent geen permanente waterstromen, maar in de zomer vormen zich er wel brede getijdengeulen voor smeltwaterafvoer.[7] Omdat een aanzienlijk deel van de woestijn onderhevig is aan seizoensgebonden overstromingen of overstromingen als gevolg van stormvloeden, dragen het gehele middelste deel van Kotelny en het Hoogland van Bungeland dezelfde naam. Lange tijd werd het hoogland in het zuidoosten namelijk beschouwd als een apart eiland van Kotelny of een apart, permanent bestaand gebied. Tijdens stormvloeden is vooral het oostelijke deel van de woestijn vanaf de Gedensjtrombaai onderhevig aan overstromingen, maar ook het zuidelijke deel wordt getroffen: zeewater kan zich vanaf de kust tot wel 10 kilometer of meer verspreiden. Omdat de grens tussen land en zee in de ondiepe wateren van de aangrenzende gebieden instabiel is, vinden er in het noorden en zuiden van Bungeland vergelijkbare processen plaats met veranderingen in de kustlijn.

Op het schiereiland Faddejevski, het oostelijke deel van het eiland, ligt de gemiddelde hoogte tussen de 20 en 30 meter. Het noordelijke uiteinde ligt relatief hoog, op 65 meter.[16][7] Een opvallend kenmerk van Faddejevski is de sterke erosie van het terrein, onder andere door alassen en rivierdalen.[16][5] Het zuidoostelijke deel van het schiereiland is het meest geërodeerd. In het centrale deel overheersen sterk begroeide laaglanden.[16]

Hydrologie

Het eiland telt een aantal kleine en ondiepe riviertjes, die door nauwe beddingen stromen. De enige uitzondering is de rivier de Balyktach, die bij de monding uitloopt in de kleine Tsjarevabaai. Een andere rivier is de Rybnaja ("visrivier"), waarbij de naam verwijst naar de overvloed aan vis (vooral noordelijke zeewolf). De belangrijkste rivieren liggen aan de westkust,. Dit zijn van noord naar zuid de Krestovayja, Sannikova, Resjetnikova, Chastjoer-joe-tach, Tsjoekotsjja, Rozsocha, Chreptovaja en Oerasicha. Aan de zuidoostkant van het eiland liggen de Volokitina en de Jenisej en aan de oostkant van de Balyktach stroomt onder andere de Dragotsennaja. Aan de oevers van de Dragotsennaja en de Sannikova zijn in grote harde kleiballen grote ammonieten gevonden.

Het grootste meer is Jevsekjoe-Kjoejel.

Flora en fauna

Het eiland ligt in de poolwoestijnzone. De bodem is doorgaans vochtig, fijnkorrelig en vaak heuvelachtig. Faddejevski en het grootste deel van Kotelny worden bedekt met schaarse zeer laagblijvende toendravegetatie van grassen, biezen, kruiden, cryptogamen, mossen, korstmossen en levermossen tussen rotsachtige afzettingen en polygonale bodems.[4][19]

Bungeland en het oostelijke deel van het aangrenzende Kotelny wordt volledig bedekt door kruipende dwergstruik- en kruidentoendra. Dit betreft droge toendra die de grond van 20% (fragmentarisch/open) tot 80% bedekt. De belangrijkste plantensoorten zijn hier struiken, waaronder soorten uit het geslacht Dryas en Salix arctica (minder dan 5 cm hoog), grassen en kruidachtige planten. Korstmossen komen ook veel voor.[19] De meeste plantensoorten bevinden zich aan de zuidkust.[20]

Er komen poolvossen voor, die worden bejaagd voor hun pelzen.[4] Er is ook een populatie rendieren op het eiland. Verder komen er ijsberen en patrijzen voor.

Mammoeten

Het eiland bevat veel overblijfselen van uitgestorven wolharige mammoeten. Het onderzoek naar mammoeten wordt bemoeilijkt doordat ijsberen de resten soms opgraven en het de lokale bevolking toegestaan is om met vergunning mammoettanden te 'oogsten' voor de export.[20] De mammoeten leefden tijdens het Pleistoceen, toen Kotelny nog verbonden was met het vasteland. Er zijn sporen van menselijke jachtactiviteiten gevonden op mammoetresten zoals krassen en sneden op mammoetbotten.

Aangrenzende eilanden

  • Diep in de baai aan de noordkant van Kotelny ligt het eiland Skryty (75° 40 1 NB, 140° 49 59 OL). Het meet 11 bij 5,5 km.
  • Vlak bij de noordwestkust van Bungeland ligt direct voor de noordwestelijke kaap het eiland Zjeleznjakova en ten oosten daarvan het eiland Matar. Beide eilanden zijn ongeveer 5 km lang.
  • Direct ten noorden van de noordelijke baai tussen Kotelny en Bungeland ligt het kleine eiland Nanosny (76° 16 59 NB, 140° 24 58 OL). Het eiland heeft een C-vorm en is slechts 4 km lang. Het is het meest noordelijke eiland van de Nieuw-Siberische Eilanden.

Vroeger lag ongeveer 30 km ten oosten van het eiland Nanosny nog het eiland Figuoerina. In 1822 werd het ontdekt door Pjotr Anzjoe tijdens zijn zoektocht naar Sanniekovland en had toen een oppervlakte van ongeveer 8 tot 9 km². Volgens de beschrijvingen uit die tijd had het kliffen van wel 20 meter hoog aan zeezijde. Het eiland komt voor op kaarten uit 1926, 1941 en 1945, maar begin jaren 1940 concludeerde een Sovjet-hydrografische expeditie dat het eiland niet meer bestond.[21]

Klimaat

Het eiland Kotelny heeft een streng en guur poolklimaat, waarbij de temperatuur slechts kort boven het vriespunt uitkomt tijdens de korte zomermaanden. Er ligt 9 tot 10 maanden sneeuw per jaar. De gemiddelde julitemperatuur ibedraagt 3,3°C, met nachttemperaturen die dalen tot 1°C. Slechts op enkele warme dagen kan de temperatuur hoger oplopen. Februari is de koudste maand qua gemiddelde (-29,1°C) en minimumtemperatuur (-49,9 °C). Van oktober tot en met april kunnen temperaturen onder de -30 °C voorkomen. De middernachtzon duurt van ongeveer 28 april tot 16 augustus en de poolnacht van 5 november tot 7 februari.[22]

Weergemiddelden voor Kotelny[23][24]
Maand jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt nov dec Jaar
Hoogste maximum (°C) −7,2 −3,3 −4,8 1,2 6,3 22,4 25,1 20,2 13,6 2,8 −1,7 −3,1 25,1
Gemiddeld maximum (°C) −25,6 −25,8 −23,3 −15,1 −5,6 2,1 5,9 5,2 1,1 −6,4 −16,5 −22,9 −10,5
Gemiddelde temperatuur (°C) −28,8 −29,1 −26,6 −18,5 −7,8 0,2 3,3 2,9 −0,3 −8,7 −19,6 −26 −13,2
Gemiddeld minimum (°C) −32,1 −32,3 −30 −22,3 −10,5 −1,6 1 0,9 −2 −11,5 −23 −29,3 −16
Laagste minimum (°C) −44,9 −49,9 −46,1 −46,2 −28,6 −14,9 −6 −9,2 −18,6 −40,2 −40,2 −45 −49,9
Neerslag (mm) 6 5 6 7 9 17 28 23 23 18 8 7 157
Zonuren (uur/dag) 0 6 146 282 198 177 167 99 45 12 0 0 94,7
Regendagen (dag) 15 14 16 15 22 21 19 22 26 26 18 16 230
Relatieve luchtvochtigheid (%) 82 82 82 83 87 90 90 91 90 88 84 82 85,9

Geschiedenis

Prehistorie

Op het eiland zijn sporen aangetroffen van menselijke activiteiten in het Paleolithicum, toen er op mammoeten werd gejaagd. Latere sporen (palen van joerten en resten van sleden) tonen aan dat ook de Joekagieren hier vroeger kwamen.[25]

Verkenningsmissies

In 1770 zag koopman Ivan Ljachov rendiersporen die over het zeeijs richting zee liepen. In 1773 volgden hij en een andere koopman genaamd Protodjakonov per boot de richting van deze sporen en ontdekten vervolgens de Ljachovski-eilanden. Vervolgens ontdekten ze ook dit eiland, dat toen onbewoond was.[2] Ljachov mat het eiland op en beschreef het. Nadat ze tijdens een verkenningstocht een koperen ketel vonden, noemden het eiland "Keteleiland".[26] Het is niet bekend wie deze ketel achterliet.[27] Op sommige kaarten stond dit eiland vroeger vermeld als "Thaddeus" of "Thaddeus-eilanden".

Jakov Sannikov maakte in dienst van koopmannen Semjon en Lev Syrovatski tussen 1800 en 1805 talrijke jacht- en cartografische expedities naar het gebied. Tijdens een van deze expedities in 1805 voer hij vanuit het eiland Kotelny naar het oosten en ontdekte het eiland Faddejevski. Tussen 1809 en 1810 gingen Jakov Sannikov en Matvej Gedensjtrom op een cartografische expeditie naar de Nieuw-Siberische Eilanden. Gedensjtrom bezocht Faddejevski in 1809 samen Sannikoc en landmeter Kozjin. Hij gaf Kozjin de opdracht om Faddejevski te beschrijven en Sannikov om de zeestraat te verkennen tussen Kotelny en Faddejevski. Zelf vertrok hij naar Nieuw-Siberië. Kozjin beschreef de westelijke, zuidelijke en oostelijke kusten van Faddejevski. Sannikov stak ondertussen de zeestraat over op verschillende plaatsen en constateerde dat deze een breedte had van 7 tot 30 wersten (kilometers). Andere leden van de expeditie waren de landmeter Psjenitsyn en de onderofficier Resjetnikov.

In 1811 voerde Sannikov een verkenning uit van de rivieren op Faddejevski die in zee uitmondden. De ruimte tussen Kotelny en Faddejevski bleek daarbij geen zeestraat, maar een baai (de Gedensjtrombaai) en Kotelny en Faddejevski bleken dus samen één landmassa te vormen. Tijdens deze expeditie meldde Sannikov ook een "nieuw land" te hebben gezien ten noorden van Kotelny. Dit groeide uit tot de mythe van Sannikovland.[27]

In 1822 verkende kapitein Pjotr Anzjoe de westelijke en noordoostelijke delen van het schiereiland Faddejevski.

In 1886 deed de Russische ontdekkingsreiziger Eduard von Toll namelijk opnieuw de melding dat hij land ten noorden van het eiland had gezien. Na verschillende missies werd helder dat dit eiland vermoedelijk niet bestond. Op het eiland ligt het graf van Hermann Walter, die lid was van de Russische poolexpeditie van 1900-1902 onder leiding van Eduard Toll en tevergeefs op zoek was naar Sannikovland. Zijn zwaar gehavende graf werd in 2011 verplaatst naar een hogere locatie om minder onder invloed te staan van permafrostprocessen.[28]

Gebruik

Poolstation Proliv Sannikova op de zuidwestkust met rechts de kapel (2014)

Vanaf 1933 werd een eerste poolstation opgezet genaamd Ostrov Kotelny ("Eiland Kotelny") aan de noordwestkust, bij de monding van de rivier de Resjetnikov. Dit station werd gebouwd in het kader van het Tweede Internationale Pooljaar. Om dit mogelijk te maken loste de ijsbreker Aleksandr Sibirjakov in september 1932 eerst een lading voorraden af bij Kaap Sjalaoerova op het nabijgelegen eiland Groot-Ljachovski. Vandaaruit werd het met sledehonden en rendieren vervoerd over een lengte van 4500 kilometer naar de plek van het toekomstige poolstation. Daar werd onder zeer moeilijke omstandigheden het station vervolgens opgezet.[29]

Later volgden nog de poolstations:

  1. Proliv Sannikova ("Straat van Sannikov") aan de zuidwestkust bij de Straat van Sannikov (vanaf 1942).[30] In 2009 voorzien van een kapel.[31]
  2. Temp ("tijdelijk") op een landtong aan de westkust (vanaf 1949) Hierbij ligt een vliegveld, dat sinds 2013 is gemoderniseerd tot een luchtmachtbasis.
  3. Zemlja Boenge ("Bungeland") aan de zuidkust (vanaf 1953[32]). Gesloten rond 1987 met achterlating van een grote hoeveelheid rommel.[33]

Op het hoogtepunt van de Koude Oorlog eind jaren 1960 werd door het Rode Leger een radarstation opgericht met verschillende kazernes, waar een compagnie luchtverdedigingstroepen werd gehuisvest van de tactische groep van de Noordelijke Vloot. De militairen beschreven hun diensttijd destijds als 'een dagelijkse strijd om te overleven'. Seismologen vestigden nabij dit radarstation een expeditiekamp.[34]

Met het uiteenvallen van de Sovjet-Unie hieven de wetenschappers hun bases op wegens gebrek aan geld en in 1993 vertrok ook het leger.[34]

Tussen 2013 en 2014 werd de aanwezigheid van het Russische leger door minister Sergej Sjoigoe nieuw leven ingeblazen. Ten noorden van Temp werd de militaire basis Severny klever ("noordelijke klaver") gebouwd als onderdeel van de Russische vooruitgeschoven noordelijke verdedigingsgordel "Arctisch Schild". Daarvoor is ook een aanlegplaats aangelegd om schepen aan te kunnen laten leggen tijdens het korte zeevaartseizoen.[35] Het betreft een 'gesloten stad'. In 2022 werd ook het poolstation Ostrov Kotelny naar deze locatie verplaatst.

Literatuur

  • De roman César Cascabel van Jules Verne uit 1890 speelt zich deels af op het eiland. De Europese hoofdpersonen ontmoeten er 350 tot 400 leden van een "Finse stam" die de kost verdienen met de jacht op walvissen en zeehonden.