Kanaal Gent-Terneuzen

Kanaal Gent-Terneuzen
Kanaal Gent-Terneuzen
Lengte 32 (14 op Nederlands, 18 op Belgisch grondgebied) km
Scheepsklasse VIb[1]
Jaar ingebruikname 1827
Van Gent (Haven van Gent)
Naar Terneuzen (Noordzeesluizen)
Loopt/Liep door Oost-Vlaanderen, Zeeland
Portaal  Portaalicoon   Maritiem
Graafwerkzaamheden aan het kanaal Gent-Terneuzen; 1878.
Nieuwe schutsluis beoosten Sas van Gent en draaibrug in de weg van Sas van Gent naar Axel, gezien uit het zuidoosten; 22 januari 1907.
Sluizencomplex Terneuzen; 2011.
Zicht op de Oostkade, aan de vroegere loop van het Kanaal Gent-Terneuzen in Sas van Gent; 2008.
Binnenschip op het kanaal. Rechts het Alphonse Sifferdok.
Zeeschip met sleepboten ter hoogte van Sas van Gent.
Kanaal Gent-Terneuzen op Nederlands grondgebied, ter hoogte van de brug Sluiskil.
Het veer te Terdonk.
Schip Lieven Bauwens, veerdienst Langerbrugge.

Het Kanaal van Gent naar Terneuzen is een kanaal dat de stad Gent in België via de Noordzeesluizen verbindt met de Westerschelde, waardoor de stad een rechtstreekse verbinding met de Noordzee heeft. Het kanaal mondt uit in Terneuzen, op enkele honderden meters van de Westerscheldetunnel.

Het kanaal loopt door drie gemeenten, namelijk Gent en Zelzate in België en de Nederlandse gemeente Terneuzen.

Het kanaal is van wezenlijk belang voor de Gentse economie. Het verbindt de haven van Gent, de op twee na grootste haven van België (na Antwerpen en Brugge-Zeebrugge), met de zee.

Geschiedenis

In 1823 besliste koning Willem I (toen België nog deel uitmaakte van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden) om de Sassevaart te verlengen naar Terneuzen. Het traject liep van Gent naar Sas van Gent, voornamelijk in de oude bedding van de Sassevaart. Van Sas van Gent naar Terneuzen liep de vaart door een schorrengebied (De Braeckman-inham, Sassegat en Axelse Gat). In Terneuzen werden twee sluizen gebouwd: een van 8 meter en een van 12 meter breed.

Vier jaar later opende Pieter van Doorn, gouverneur van Oost-Vlaanderen het kanaal namens de koning:

op het canaal van Neuzen op Gent, geopend den XVIII November 1827, voeren er weer zeeschepen.

De afmetingen waren toen 4,5 meter diep tot Sas van Gent en 2,5 meter diep tot Gent. De breedte van het kanaal was op de bodem 10 meter en op waterspiegelniveau 24 meter. Ter gelegenheid van de opening waren er festiviteiten in Terneuzen, Sas van Gent en Gent, en in Gent bovendien een kosteloze broodbedeling voor de armen. Herdenkingsmedailles in goud, zilver en brons werden geslagen, de "Kraker".

Tussen 1830 en 1841 was er geen vaart door het kanaal van Gent naar Terneuzen, aangezien Nederland de Westerschelde had afgezet na de onafhankelijkheid van België. Ter hoogte van Zelzate plaatste de Belgische generaal Niellon palen in het water om te voorkomen dat Nederlandse schepen Gent zouden bereiken. Het kanaal verzandde. Pas in 1841, nadat de vaart was uitgebaggerd, was weer scheepvaart mogelijk door het kanaal.

In 1869 werd er bij Sluiskil een draaibrug over het kanaal gebouwd ten behoeve van de Spoorlijn 55 Gent - Terneuzen.

Vanaf 1870 werd het kanaal van Gent naar Terneuzen verdiept en verbreed. Hinderlijke bochten zoals in Langerbrugge, Rieme, Rodenhuize en Zelzate werden afgesneden. Ook werd het kanaal verlegd via een nieuwe kanaalarm bij Zelzate. Diverse bruggen op het Belgisch grondgebied werden eveneens herbouwd. De werken in België waren klaar in 1881.

De verdere verbetering van het kanaal Gent–Terneuzen werd geregeld door de wetten van 22 april 1880 (Nederland) en 29 april 1880 (België).

Op 24 december 1881 werden de werken aanbesteed voor de bouw van een schutsluis in het zijkanaal ten oosten van Sas van Gent, evenals voor het verbreden en verdiepen van het kanaal op Nederlands grondgebied. Ackermans & Van Haaren nam deel aan deze aanbesteding. In januari 1882 vroeg Nicolaas van Haaren om een snelle goedkeuring van de aanbesteding van 24 december 1881, aangezien hij reeds in onderhandeling was met leveranciers over het benodigde materiaal. Nadat Charles-Xavier Sainctelette, minister van Openbare Werken in België, namens zijn regering toestemming had verleend, werden de werken toegewezen.

De bouw van de schutsluis en de ijzeren draaibrug werd toegewezen aan Célestin Poiry en Simon Frères uit Antwerpen. Nicolaas van Haaren en Hendrikus Theodorus Wiegerinck kregen de opdracht voor het graven van het zijkanaal ten oosten van Sas van Gent en voor het verbreden en verdiepen van het Nederlandse gedeelte van het kanaal, voor een totaalbedrag van 406.000 Nederlandse gulden. De werken moesten uiterlijk in juni 1884 voltooid zijn. Cornelis van Haaren, broer van Nicolaas, en Wannerus Jacobus Wiegerinck stelden zich persoonlijk borg voor beide aannemers; hun solvabiliteit werd bevestigd door de burgemeesters van Kerkdriel en Groenlo.

De oostelijke kanaalarm ten oosten van Sas van Gent, met de nieuwe sluis, was voltooid op 1 september 1885. Het kanaal had toen een diepte van 6,5 meter, een bodembreedte van 17 meter en een breedte aan de waterspiegel van 68 meter.

Door de steeds toenemende afmetingen van zeeschepen en de geleidelijke vervanging van zeilschepen door aanzienlijk grotere stoomschepen werd duidelijk dat Gent met het bestaande kanaal zijn concurrentiepositie moeilijk zou kunnen behouden. Daarom werden nieuwe onderhandelingen met Nederland opgestart over verdere aanpassingen van het kanaal Gent–Terneuzen.

Op 29 juni 1895 sloten België en Nederland een overeenkomst die voorzag in de uitvoering van 21 verbeteringswerken aan het kanaal Gent–Terneuzen, met name in Terneuzen, Sluiskil en Sas van Gent. Na de goedkeuring van dit verdrag door het Nederlandse parlement op 29 januari 1897 werden de werken stelselmatig aanbesteed.

De nieuwe schutsluis van Terneuzen werd eind 1900 aanbesteed. De opdracht omvatte onder meer de bouw van de schutsluis ten westen van Terneuzen, de sluishoofden ten oosten van Sas van Gent, de sluisdeuren en de bovenbouw van de draaibrug in Sas van Gent, de werken in Sluiskil, de bovenbouw van de bruggen (een spoorwegbrug en een verkeersbrug) in Sluiskil, het verbindingskanaal, de havendijken en de draaibrug in Terneuzen.

De aanbestedingen van 1901 voor de nieuwe schutsluis in Terneuzen en die van 1904 voor de verbeteringswerken aan het kanaal Gent–Terneuzen en de bovenbouw van de bruggen in Sluiskil werden toegewezen aan twee Belgische aannemers: Auguste Medaets uit Schaarbeek en Hippolyte De Clercq uit Ukkel. De totale aannemingssom bedroeg 2.791.900 Nederlandse gulden. Hendrik Willem Ackermans (gedomicilieerd in Kerkdriel en wonende in Antwerpen) – die van mei tot eind juli 1904 verbleef bij Jacobus van Haaren in Rosario de Santa Fé in Argentinië voor de opvolging van de waterbouwwerken– en Nicolaas van Haaren (Nijmegen) stelden zich telkens persoonlijk borg voor deze aannemers. Hun solvabiliteit werd door de burgemeester van Driel bevestigd aan de commissaris van de Koningin in Zeeland.

Na het overlijden van Nicolaas van Haaren in augustus 1904 moest een nieuwe borgstelling worden geregeld. C. van der Hooft uit Terneuzen was bereid deze rol op zich te nemen, maar slechts voor een deel van de uit te voeren werken. Voor de overige werken kon in Nederland geen borgsteller worden gevonden. In tegenstelling tot België, waar een zakelijke borg volstond, vereiste Nederland ook een persoonlijke borgstelling. De hoofdingenieur stelde daarop aan de minister voor om voor de resterende werken geen nieuwe borgen meer te eisen.

De werken werden uitgevoerd binnen de verboden kringen van de vesting Neuzen, waarvoor de toestemming van de minister van Oorlog vereist was. In december 1905 vroegen de aannemers Medaets en De Clercq een compensatievergoeding aan voor de meerkosten en het tijdverlies die waren ontstaan door de toepassing van de nieuwe wet op werken onder hogere dan atmosferische luchtdruk, bedoeld ter bescherming van caissonarbeiders.

In 1927 bestond het kanaal honderd jaar en de provincie Zeeland liet een gedenkpenning slaan om het succes te vieren. De gouverneur van Oost-Vlaanderen weigerde die echter in ontvangst te nemen, omdat even daarvoor de Eerste Kamer het Schelde-Rijnverdrag had verworpen. Bijna weer een eeuw later, op 4 september 2024 werd, aan de vooravond van de opening van de nieuwe sluizen bij Terneuzen, alsnog een gedenkpenning aangeboden aan de gouverneur van Oost-Vlaanderen, Carina van Couter.[2]

In het Nederlands-Belgisch traktaat van 20 juni 1960 werden opnieuw afspraken gemaakt ten aanzien van verbreding en verdieping van het kanaal. Een deel van het dorp Sluiskil en de complete gehuchten Vingerling en De Stuiver zouden hierbij plaatsmaken voor het kanaal. In 1963 werden twee nieuwe sluizen in Terneuzen gegraven; een voor de binnenvaart en een voor de zeevaart. De oude sluis bij Sas van Gent werd gedempt en maakte plaats voor de oprit van de nieuwe brug en het Keizer Karelplein. Op 19 december 1968 werd het vernieuwde kanaal in gebruik genomen door koningin Juliana en koning Boudewijn. In het gezelschap van een delegatie van ambtenaren en bedrijven die aan de bouw hadden meegewerkt, voeren zij mee op de Prinses Margriet van de Provinciale Stoombootdiensten in Zeeland, die voor deze openingshandeling het kanaal af voer.

Omdat het Kanaal de Belgisch-Nederlandse grens kruist, werken het Nederlandse Rijkswaterstaat en de Vlaamse overheid er samen binnen het Gemeenschappelijk Nautisch Beheer voor het regelen van de scheepvaart.

Infrastructuur

Het kanaal heeft een totale lengte van ongeveer 32 kilometer. De waterdiepte bedraagt 13,50 m en het kanaal is daarmee toegankelijk voor schepen tot 125.000 ton. De maximale afmetingen van zeeschepen bedraagt 265 x 36,5 x 12,50 meter. Op het Nederlandse grondgebied bedraagt de breedte op de bodem 62 meter en bij de waterspiegel 150 meter. In Oost-Vlaanderen zijn deze afstanden respectievelijk 67,7 meter en 200 meter.[3] Alleen in de doortocht in Zelzate is het kanaal smaller. De huidige afmetingen zijn juist voldoende voor eenrichtingverkeer van een maatgevend schip. Passeermogelijkheden zijn er na de sluis van Terneuzen, na de doortocht van Zelzate en aan het Kluizendok. Ter hoogte van Sluiskil en Sas van Gent zijn er bochten en hier is het kanaal circa 7 meter breder.[3]

Sluizen

Zie Noordzeesluizen voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Van de vijf oude sluizen in Terneuzen zijn er nog twee overgebleven: de Westsluis (Zeevaartsluis; 1968) en de Oostsluis (Binnenvaartsluis; 1968). Sinds 2018 werd gewerkt aan de bouw van een nieuwe grote zeesluis. Hiervoor is de Middensluis uit 1910 in 2021 buiten gebruik gesteld en in 2022 gesloopt. In 2024 werd de Nieuwe Sluis geopend. Sindsdien zijn er dus weer drie sluizen in gebruik.[4]

Nieuwe sluis

Op 19 maart 2012 ondertekenden Nederland en Vlaanderen een akkoord over een nieuwe grote zeesluis bij Terneuzen. Door de aanleg van deze sluis wordt de haven van Gent bereikbaar voor de grootste zeeschepen. De sluis werd 427 meter lang en 55 meter breed. Op 1 maart 2016 stelde minister Schultz van Haegen het tracébesluit vast.[5] De sluis zou rond 2021 gereed moeten zijn. De opening vond uiteindelijk plaats in 2024.

Ook hier komen de geraamde kosten, zo’n 1.204 miljoen euro,[5] voor het grootste deel, namelijk € 1.113 miljoen, voor rekening van het Vlaams Gewest. Eerder was een bedrag van € 930 miljoen begroot.

Met de komst van de nieuwe zeesluis bij Terneuzen werd een verdieping en verbreding van het kanaal noodzakelijk. De waterdiepte van het kanaal moet minimaal 110% van de diepgang van het maatgevend schip worden. Bij een 10% kielspeling komt dit ongeveer overeen met 1,2 meter.[3] De bodembreedte moet minimaal tweemaal de breedte van het maatgevend schip zijn, ofwel zo'n honderd meter, en dit leidt ook tot een grotere breedte op de waterspiegel.[3]

Oeververbindingen

Op het Belgische gedeelte van het kanaal zijn er twee veerdiensten, in Terdonk en in Langerbrugge, die zowel door voetgangers, fietsers en auto's gebruikt kunnen worden. Op het Nederlandse gedeelte was er een veerdienst voor voetgangers en fietsers in Sluiskil in beheer van een stichting. De veerdienst is in december 2023 opgeheven.[6]

De meest noordelijke brug over het kanaal in Gent is de Meulestedebrug. De volgende 12 kilometer naar het noorden kan het kanaal enkel overgestoken worden via de veerdiensten van Terdonk en Langerbrugge. Daarna zijn er in Zelzate twee oeververbindingen, namelijk de Zelzatetunnel, waarmee de snelweg A11/E34 onder het kanaal duikt en iets noordelijker de brug op de R4/Kanaalstraat, die de twee grote dorpsdelen van Zelzate verbindt.

Tussen Sas van Gent en Westdorpe ligt een draaibrug. Ter hoogte van Sluiskil ligt een bijna identieke brug. Deze is in 1968 in gebruik genomen en verving de oude spoorbrug uit 1869. Het verschil tussen de twee bruggen is het feit dat er in Sluiskil, buiten de hoofdrijbaan en de aan beide kanten gelegen fietspaden, ook een spoorlijn over de brug gaat ten behoeve van de bedrijven in Sluiskil en Terneuzen. De eerstvolgende kanaaloversteek is in Terneuzen bij het sluizencomplex. Bij het sluizencomplex is het niet nodig om te wachten voor de scheepvaart. Er zijn bij iedere sluis twee bruggen. Alleen bij hoge uitzondering staan beide bruggen open. Dit gebeurt alleen bij onderhoud of storing. Voor doorgaand autoverkeer is er sinds 2015 de Sluiskiltunnel waarvoor de Tractaatweg bij Terneuzen een stuk verlegd is.

Een overzicht van alle oeververbindingen:

Km.: Naam: Soort: Traject: Afbeelding:
Meulestedebrugverkeersbrug
(basculebrug)
N456
Gent
(Zeeschipstraat/New Orleansstraat)
Veerdienst Langerbruggeveerpont
(motorboot)
Langerbrugge - Oostakker
(Kluizensesteenweg/Langenbruggerstraat)
Veerdienst Terdonkveerpont
(motorboot)
Terdonk - Doornzele
(Oudetragel)
Zelzatetunnelverkeerstunnel
Antwerpen - Brugge
Zelzatebrugverkeersbrug
(basculebrug)

Gent
(Kanaalstraat)
2,2Brug Sas van Gentverkeersbrug
(draaibrug/vakwerkbrug

Sas van Gent - Westdorpe
(Oostpoortweg)
8,5Veerpont Sluiskilfiets- en voetveer
(motorboot)
(opgeheven dec. 2023)
Sluiskil
9,7Sluiskiltunnelverkeerstunnel
Goes - Gent
9,9Sluiskilbrugverkeers- en spoorbrug
(draaibrug/vakwerkbrug)

Terneuzen - Schoondijke
(Hoofdweg)
Spoorlijn 55 Gent - Terneuzen
Gent - Terneuzen
14,5Noordzeesluizen6 verkeersbruggen over 3 sluiskolken
(basculebruggen)
Terneuzen
(Buitenhaven)

Toekomstplannen

Verscheidene grote infrastructuurwerken zijn er gepland. Er zijn plannen om de R4 rond Gent te sluiten via de Sifferverbinding (een tunnel onder het Sifferdok). Aangezien Gent pleit voor een grotere diepgang van het kanaal zou het Vlaams Gewest de meerkosten van een diepere tunnel op zich nemen.

Seine-Scheldeverbinding

Het kanaal vormt een van de uitgangen van de toekomstige Seine-Scheldeverbinding.

Plaatsen langs het kanaal

In de drie gemeenten Gent, Zelzate en Terneuzen liggen de volgende plaatsen langs of nabij het kanaal:

in België

Gent, Wondelgem, Meulestede, Oostakker, Langerbrugge, Desteldonk, Rodenhuize, Doornzele, Terdonk, Rieme, Zelzate

in Nederland

Sas van Gent, Westdorpe, Sluiskil, Terneuzen

Roeien

Op het kanaal vond van 1888 tot 1953 de Regatta van Terdonk of May Regatta plaats, een internationale topwedstrijd roeien, georganiseerd door de Koninklijke Roeivereniging Club Gent en de Koninklijke Roeivereniging Sport Gent. Tijdens de wereldtentoonstelling van 1913 in Gent werd de jaarlijkse wedstrijd uitgebreid naar de Europese kampioenschappen roeien. Tijdens de jaren dertig van de twintigste eeuw organiseerde de studentenvereniging T.S.G. 't Zal Wel Gaan hier ook studentenroeiwedstrijden. Door het economische succes van het kanaal werd roeien steeds moeilijker en werd deze sportactiviteit vanaf 1954 ondergebracht naar de Watersportbaan van Gent.

Zie ook

Literatuur


Zie de categorie Kanaal Gent-Terneuzen van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.