Kabinet-Van Hall-Donker Curtius

Kabinet-Van Hall-Donker Curtius
Kabinet in Nederland Vlag van Nederland
Politieke kleur Conservatief
Start 19 april 1853
Demissionair 24 juni 1856
Eind 1 juli 1856
Voorganger Thorbecke I
Opvolger Van der Brugghen
Lijst van Nederlandse kabinetten
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Het kabinet-Van Hall-Donker Curtius was een conservatief Nederlands kabinet dat regeerde van 19 april 1853 tot 1 juli 1856.

Aantreden

Dit koninklijke kabinet trad aan na de Aprilbeweging van 1853. Kort na zijn aantreden ontbond het kabinet de Tweede Kamer. De verkiezingen leverden winst voor de conservatieven en antirevolutionairen op. Minister Van Hall wist de godsdienstige gemoederen tot bedaren te brengen door een nietszeggende Wet op de kerkgenootschappen.

De ministers waren overwegend conservatief of conservatief-liberaal. Ook de vroegere medestander van Thorbecke, Donker Curtius, maakte deel uit van het kabinet. De koning speelde een belangrijke rol bij de totstandkoming van het kabinet. Onder de ministers was de voormalige directeur van het kabinet van de Koning, Van Rappard.

Ministers

Minister van Buitenlandse ZakenMr. F.A. van Hall (baron vanaf april 1856)cons. lib.
Minister van JustitieMr. D. Donker Curtiusliberaal
Minister van Binnenlandse ZakenJhr.Mr. G.C.J. van Reenenconservatief
Minister van Financiën E.C.U. van Doorntot 5 januari 1854
Mr. F.A. van Hall (baron vanaf april 1856)cons. lib.a.i., 5 januari 1854 tot 31 maart 1854
Dr. A. Vrolikconservatiefvanaf 31 maart 1854
Minister van OorlogH.F.Ch. baron Forstner van Dambenoy
Minister van Marine J. Ensliegeen pol. stromingtot 16 december 1854
H.F.Ch. baron Forstner van Dambenoyconservatiefa.i., 16 december 1854 tot 8 februari 1855
A.J. de Smit van den Broeckevanaf 8 februari 1855
Minister van Koloniën Ch.F. Pahudcons. lib.tot 1 januari 1856
Mr. P. Mijerconservatiefvanaf 1 januari 1856
Minister van Zaken der rooms-katholieke Eredienst Mr. L.A. Lightenveltcons. kathtot 31 december 1853
Mr. F.A. van Hall (baron vanaf april 1856)cons. lib.a.i., 28 juni 1853 tot 27 september 1853
Mr. J.A. Mutsaerscons. kathvanaf 31 december 1853
Minister van Zaken van de Hervormde en andere Erediensten, behalve die der r-k E.C.U. van Doornconservatieftot 20 januari 1854
Mr. A.G.A. ridder van Rappardvanaf 20 januari 1854

Bijzonderheden

Minister Donker Curtius bracht de Wet vereniging en vergadering en de Wet op de ministeriële verantwoordelijkheid tot stand.

Minister Pahud van Koloniën bracht in 1854 het Regeringsreglement voor Nederlands-Indië tot stand, dat als een soort Grondwet voor de kolonie gold. Het landsbestuur was in handen van de Nederlanders, met aan het hoofd de Gouverneur-Generaal; op lokaal niveau traden de inlandse regenten als bestuurders op.

Tijdens de Krimoorlog (1853–1856) tussen Rusland en het Ottomaanse rijk (Turkije) wist Nederland, met name dankzij de inspanningen van minister Van Hall, afzijdig te blijven. Andere Europese landen, zoals Groot-Brittannië en Frankrijk, vochten aan Turkse zijde mee.

Aanleiding tot de val van het kabinet

De ontwerpwet op het lager onderwijs van minister Van Reenen ging uit van de gemengde openbare school: openbare scholen voor kinderen met een verschillende geloofsovertuiging. Van Reenen stelde ook voor om, indien de plaatselijke omstandigheden het toelieten, de oprichting van openbare scholen voor een bepaalde gezindte (bijvoorbeeld voor de katholieken) toe te staan. De Tweede Kamer voelde daar in meerderheid echter niet voor, en deze 'facultatieve splitsing' verdween daarom weer.

Tegen het wetsvoorstel werd van protestantse zijde een petitiebeweging gehouden. De adressanten deden hierbij tevens een beroep op de koning, die advies vroeg aan hun voorman, Guillaume Groen van Prinsterer. Hij adviseerde de koning met actie te wachten tot het wetsvoorstel was aangenomen. Groen zelf weigerde een ministerspost.

Aftreden

Het kabinet bood op 24 juni 1856 zijn ontslag aan nadat de antirevolutionairen onder leiding van Groen van Prinsterer kritisch hadden gereageerd op de ontwerpwet op het lager onderwijs. Ook buiten de Tweede Kamer bestond verzet daartegen. De koning koos de zijde van Groen en de opposanten. De periodieke verkiezingen voor de Tweede Kamer in 1854 en 1856 hadden er bovendien al toe geleid dat de liberale oppositie was versterkt. De koning formeerde daarop grotendeels zelf een nieuw kabinet, het kabinet-Van der Brugghen, dat aantrad op 1 juli 1856.