Jonge Kustvlakte



De Jonge Kustvlakte is een onderdeel van de kustvlakte in Suriname die zich uitstrekt langs de kust van Suriname. De Jonge Kustvlakte werd afgezet na de laatste IJstijd tijdens het Holoceen en heeft een hoogte tot vier meter boven zeeniveau.
| Stratigrafie kustvlakte | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Periode | Tijdvak | Tijd geleden Ma |
Formatie | Fase Laagpakket | ||
| Kwartair | Holoceen (Jonge Kustvlakte) |
0,0117 - heden | Coronie Formatie | Comowine Fase (1300 BP - Heden) | ||
| Moleson Fase (2500-1300 BP) | ||||||
| Wanica Fase (6000-3000 BP) | ||||||
| Mara Formatie | (11700-6000 BP) | |||||
| Pleistoceen (Oude Kustvlakte) |
2,58 - 0,0117 | Coropina Formatie | Lelydorp | |||
| Para | ||||||
| Neogeen | Plioceen (Savannegordel) |
5,333 - 2,58 | Zanderij Formatie | |||
| Geologische indeling van de Surinaamse kustvlakte volgens Wong, 1989. | ||||||
Mara Formatie
Door de lage zeespiegel tijdens de ijstijd (120 meter lager) sneden de de rivieren diep in in de Oude Kustvlakte. De zeespiegelstijging na de ijstijd overspoelde de lage gronden waar pyriethoudende kattekleien van de Mara Formatie werden afgezet.
Coronie Formatie
De Coronie Formatie wordt gekenmerkt door vruchtbare kleigronden waar het grootste deel van de plantages gevestigd werd, afgewisseld met vorming van zandritsen.
Wanica Fase
Rond 6000 BP (4050 vC.) begonnen ten noorden van de Oude Kustvlakte nieuwe ritsen te vormen tijdens de Wanica Fase van de Coronie Formatie. Onder invloed van de grote aanvoer van sediment uit Amazonerivier begonnen de Surinaamse rivieren naar het westen af te buigen. De Wanica fase eindigde 3000 BP (1050 vC.).
Moleson Fase
De Moleson Fase begon 2500 BP (550 vC.) de blauwe zeeklei van deze periode gaf zijn naam aan de wijk Blauwgrond in Noord-Paramaribo. De Moleson Fase eindigde 1300 BP (650 AD).
Comowine Fase
De jongste afzettingsfase van het Holoceen in Suriname begon 1300 BP (650 AD) en duurt nog steeds voort, aan de kust ontstaan zoute kleiafzettingen en nieuwe zandbanken zoals Braamspunt waar zeeschildpadden eieren leggen, achter modderbanken in zee die langzaam naar het westen migreren. Aan de achterzijde (oostkant) van de modderbanken vindt erosie plaats aan de voorzijde (westkant) sedimentatie.
Voetnoten
Literatuur
- Theo Wong,1989, Revision of the stratigraphy of the coastal plain of Suriname, Uitgaven van de Stichting Natuurwetenschappelijke Studiekring voor Suriname en de Nederlandse Antillen, 125:1-64
- Theo Wong, Salomon Kroonenberg & Pieter Augustinus, 2017, Hoofdstuk 10, De Jonge Kustvlakte in: Geologie en landschap van Suriname. LM Publishers, Volendam 184 blz. ISBN 978-94-6022-459-1
- J.J. van der Eyk, 1957, Reconnaissance soil survey in northern Surinam, dissertatie, Landbouwhogeschool Wageningen (Nederland) url
- W van Vuure, B. Goedendorp & Ch. Mahabier, 1977, Overzichtsbodemkaart van Noord-Suriname ten noorden van de 5e breedtegraad. Dienst Bodemkartering, Ministerie van Opbouw, Suriname