Johannes in de Betouw

Johannes in de Betouw
In de Betouw (links) op een prent van Hendrik Hoogers
In de Betouw (links) op een prent van Hendrik Hoogers
Persoonsgegevens
Geboortedatum 7 januari 1732
Geboorteplaats Nijmegen
Overlijdensdatum 11 november 1820
Overlijdensplaats Nijmegen
Opleiding en beroep
Beroep advocaat, gemeenteraadslid, oudheidkundige
Erkenning en lidmaatschap
Lid van Koninklijke Nederlandse Akademie van WetenschappenBewerken op Wikidata
Archief­locatie Regionaal Archief Nijmegen[1]Bewerken op Wikidata
Dbnl-profiel
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Johannes in de Betouw (Nijmegen, 7 januari 1732 - aldaar, 11 november 1820) was een oudheidkundige en advocaat. Ook was hij politiek actief als raadslid bij de gemeente Nijmegen (1757 - 1791) en van een invloedrijk geslacht.

Carrière

In de Betouw was een achter-achterkleinzoon van de antiquiteitenverzamelaar en historicus Johannes Smetius jr. (1590 - 1651).[2] Net als Smetius was hij ook een verzamelaar van antieke oudheden. Hij kocht tijdens zijn leven veel Romeinse oudheden aan voor zijn collectie.

In de Betouws interesse ging niet alleen uit naar het behoud van klein cultureel erfgoed. Hij was vooral zeer begaan met de in zijn tijd gesloopte Valkhofburcht van Frederik Barbarossa, die uit de 12e eeuw dateerde. In de jaren 1796 - 1797 is deze burcht om economische en politieke redenen geveild en daarna gesloopt. Aanvankelijk wilde In de Betouw de hele sloop verijdelen, maar hij kwam niet verder dan de gemeente van Nijmegen over te halen om slechts twee kapellen op te kopen en te bewaren. Dit zijn tegenwoordig de Sint-Nicolaaskapel en de Sint-Maartenskapel ("Barbarossa-ruïne"), die nog altijd in het huidige Valkhofpark staan. Over de Nicolaaskapel stelde In de Betouw — in navolging van geschiedschrijvers uit de eeuwen daarvoor, zoals Willem van Berchen en zijn eigen voorvader Smetius — dat het een laat-Romeins afgodstempeltje was. Deze opvatting is uiteindelijk door archeologen en andere historici volledig verworpen.[3]

Vernoeming

In 1880 is de In de Betouwstraat, een straat in het centrum van Nijmegen, naar hem vernoemd. Aanvankelijk was voor deze straat de naam Smetiusstraat voorgesteld.[4]

Bronnen en referenties

  • Van der Aa, A. J., Biographisch woordenboek der Nederlanden, bevattende levensbeschrijvingen van zoodanige personen, die zich op eenigerlei wijze in ons vaderland vermaard hebben gemaakt (Haarlem 1854).
  • Langereis, Sandra, Breken met het verleden. Herinneren en vergeten op het Valkhof in de Bataafse revolutiejaren (Nijmegen 2010).