Johannes Hermanus Carstens
| Johannes Hermanus Carstens | ||
|---|---|---|
![]() | ||
| Geboren | 27 januari 1880 Groningen | |
| Overleden | 20 augustus 1941 Voorburg | |
| Rustplaats | Nieuw Eykenduynen | |
| Land/zijde | ||
| Onderdeel | Artillerie | |
| Dienstjaren | 1896-1940 | |
| Rang | ||
| Slagen/oorlogen | Duitse aanval op Nederland in 1940 | |
| Onderscheidingen | zie onderscheidingen | |
Johannes Hermanus Carstens (Groningen, 27 januari 1880 – Voorburg, 20 augustus 1941) was een Nederlands luitenant-generaal der artillerie. Hij vervulde diverse functies binnen de vesting- en veldartillerie en diende uiteindelijk als inspecteur der Artillerie.
Biografie
Carstens werd geboren te Groningen als zoon van Georg Frederik August Carstens en Geeske Haverschmidt. Hij was de oudere broer van generaal-majoor Nicolaas Theodorus Carstens. Carstens volgde zijn militaire opleiding aan de Cadettenschool (1896-1898) en de Koninklijke Militaire Academie (1898-1901), waar hij werd opgeleid voor het wapen der artillerie.
Op 1 augustus 1901 werd Carstens benoemd tot tweede luitenant bij het 3e Regiment Vestingartillerie. Vanaf 1902 diende hij bij het 1e Regiment Veldartillerie. In 1910 werd hij overgeplaatst naar het 2e Regiment Veldartillerie, waar hij werd ingedeeld bij de oefeningsafdeling. Hij werd bevorderd tot kapitein op 27 augustus 1915 en diende daarna korte tijd bij het 3e Regiment Vestingartillerie (1916).
Na de Eerste Wereldoorlog keerde hij terug naar de veldartillerie. In 1927 werd hij bevorderd tot majoor en op 1 mei 1930 tot luitenant-kolonel. In 1932 volgde zijn benoeming tot kolonel en commandant van de IIIe Artilleriebrigade.
Op 1 mei 1934 werd Carstens benoemd tot inspecteur der Artillerie, de hoogste functie binnen het wapen. Hij werd tegelijk bevorderd tot generaal-majoor (ingang 1 november 1934). Tijdens zijn inspecteurschap hield hij zich bezig met modernisering van de artillerie, waaronder de introductie van luchtdoelgeschut en de motorisering van artillerie-eenheden. Op 1 mei 1938 kreeg hij op eigen verzoek eervol ontslag. Bij Koninklijk Besluit van 31 augustus 1938 werd hem de titulaire rang van luitenant-generaal toegekend.[1]
In april 1940, kort voor de Duitse inval, trad Carstens opnieuw in actieve dienst. Met ingang van 1 mei 1940 werd hij benoemd tot commandant van de Luchtverdedigingskring Amsterdam. Na de capitulatie beëindigde hij zijn militaire dienst.
Johannes Hermanus Carstens overleed op 20 augustus 1941 te Voorburg. Hij werd begraven op begraafplaats Nieuw Eykenduynen in Den Haag.
Staat van dienst
- Tweede luitenant: 1901
- Eerste luitenant: 1905
- Kapitein: 1915
- Majoor: 1927
- Luitenant-kolonel: 1930
- Kolonel: 1932
- Generaal-majoor: 1934
- Luitenant-generaal: 1938
Onderscheidingen
- Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw (1937)
- Ridder in de Orde van Oranje-Nassau (1925)
- Ridder 1e klasse in de Orde van het Zwaard (1923)
Bron
- Ministerie van Oorlog, Inventaris van de dienststaten en stamboeken der Officieren van de Koninklijke Landmacht en van de koloniale troepen in Nederland, Archief 2.13.04, Nationaal Archief, Den Haag
- ↑ Roo van Alderwerelt, J.K.H. (1939). De grootmeester en de inspecteurs der Artillerie van de Koninklijke Landmacht van 1814 tot 1939. Koninklijke Nederlandsche Vereeniging "Ons Leger", p. 129.
| Voorganger: M. ridder van Rappard |
Inspecteur der Artillerie 1934-1938 |
Opvolger: J. Harberts |
