Jacob Droste

Jacob Droste (Haarlem, 2 augustus 1868 – Arnhem, 23 februari 1938) was een Nederlands industrieel en bestuurder. Hij geniet in Assen enige bekendheid als de opvolger van J.W. Küller als eigenaar van de gelijknamige sigarenfabriek aan de Kerkstraat, een functie die hij vervulde van 1893 tot 1903.

Achtergrond en komst naar Assen

Droste werd geboren in een ondernemersgezin; zijn vader, Gerardus Johannes Droste, was de oprichter van de gelijknamige cacao- en chocoladefabrieken in Haarlem. Jacob was hierdoor van jongs af aan bekend met het fabriekswezen. Het is niet precies duidelijk waarom hij besloot over te stappen naar de tabaksindustrie, maar in 1893 kocht hij voor f 17.800,- de fabriek, het woonhuis en de winkel van de weduwe Küller in Assen. Hij vestigde zich officieel in de stad op 31 mei 1893, hoewel hij de leiding al per 1 januari van dat jaar op zich had genomen.

Maatschappelijke en culturele rol

Tijdens zijn verblijf in Assen profileerde Droste zich als een zeer cultureel actief en maatschappelijk betrokken burger. Hij bekleedde een indrukwekkende reeks functies:

  • Voorzitter van de Asser Handelsvereniging.
  • Secretaris van het departement van Nijverheid.
  • Bestuurslid van de Asser Nutsspaarbank en mededirecteur van de Volksbibliotheek.
  • Bestuurslid van de Vereniging van het Ambachtsonderwijs en de Volksbond tegen Drankmisbruik.
  • Een gewaardeerd solozanger in kerken en bij zangverenigingen.

Ondanks deze functies stond hij bekend als een man met een vurig karakter. Een bekend voorval vond plaats in het Asserbos, waar Droste in conflict raakte met een officier van gezondheid wiens zoon gevaarlijk dicht bij Droste's kind fietste. Droste maakte hier een scène van op de sociëteit en wist via zijn contacten in Den Haag zelfs te bewerkstelligen dat de officier werd overgeplaatst naar Maastricht.

Conflict en vertrek

Hoewel Droste zichzelf een goed inkomen verwierf (stijgend tot f 3500,- per jaar), werd zijn periode in Assen getekend door toenemende arbeidsconflicten. Vanaf 1897 werd de vakbond, de Nederlandse Sigarenmakersbond, steeds actiever. Droste ervoer de organisatiegraad van zijn personeel als een bedreiging en de relatie verslechterde aanzienlijk rond 1902:

  • Er werd "op taak" gewerkt vanwege economische slapte; dit hield in dat er een maximum werd gesteld aan de wekelijkse productie per arbeider, wat bij dit type stukwerk een gedwongen loonsverlaging betekende. Hierdoor daalden de lonen van de arbeiders sterk tot f 3,- à f 4,- per week.
  • Droste eiste loonsverlagingen om de fabriek rendabel te houden, maar de bond weigerde hiermee in te stemmen.
  • De arbeiders schaften het "jongensstelsel" (de inzet van goedkope bosjesmakers) af omdat zij deze assistenten door de lage lonen niet meer konden betalen.

Toen de onderhandelingen over loon en productie vastliepen, besloot Droste dat de fabriek in Assen niet langer rendabel was. In oktober 1903 kondigde hij het definitieve vertrek aan. Hij verkocht het pand aan de Kerkstraat aan J.C. Hegger en verplaatste de productie naar Stratum (bij Eindhoven), waar hij met goedkopere thuiswerkers ging produceren.

Latere jaren

Droste bleef niet lang in de regio Eindhoven. In oktober 1904 verhuisde hij terug naar zijn geboorteplaats Haarlem, waar hij werkzaam was als tabaksmakelaar. In 1913 emigreerde hij naar Australië. Hij keerde later terug naar Nederland en overleed op 23 februari 1938 in Arnhem op 69-jarige leeftijd.

Zie ook