Hoekdiscordantie

Een hoekdiscordantie in Praia do Telheiro, bij Sagres in de Portugese Algarve. Rossige zandsteenlagen uit het Laat-Trias liggen bovenop donkere, scheef gestelde schalie en grauwacke uit het Carboon. Deze hoekdiscordantie vertegenwoordigt de Hercynische orogenese, een fase van tektonische beweging, waarop een fase van erosie volgde.

Een hoekdiscordantie of clinodiscordantie is in de geologie een discordantie (grensvlak) tussen twee eenheden van gesteente met gelaagdheid die niet parallel loopt. Volgens het principe van superpositie is de onder het grensvlak gelegen eenheid normaal gesproken ouder. Meestal is de oriƫntatie van de gelaagdheid in de oudere eenheid steiler dan die in de jongere eenheid. Hoekdiscordanties hebben een schaal van ten minste enkele decimeters en ontstaan door een onderbreking in de sedimentatie. Bij continue sedimentatie kunnen op kleinere schaal ook hoekverschillen tussen laagjes ontstaan, maar dit zijn geen discordanties.

Een discordantie vertegenwoordigt meestal een aanzienlijke periode waarin geen sedimentatie plaatsvond (een hiaat in het geologisch archief). Hoekdiscordanties ontstaan als de oudere eenheid door tektonische beweging scheef werd gesteld en mogelijk geplooid. Als geen sprake is van scheefstelling of plooiing maar er wel een aanzienlijk hiaat waarbij geen afzetting plaatsvond, ontstaat geen hoekdiscordantie maar een disconformiteit. In beide gevallen is het grensvlak erosief van aard: voordat de jongere eenheid op het grensvlak werd afgezet is materiaal door erosie verdwenen.

Naast sedimentair gesteente komen hoekdiscordanties ook voor bij vulkanisch gesteente. Vulkanische lagen kunnen op de flanken van een vulkaan onder een aanzienlijke hoek worden afgezet. Het hiaat kan bij vulkanische lagen geologisch gezien zeer kort zijn, met een duur van slechts enkele weken, dagen of uren.

Een bekende hoekdiscordantie is te vinden in Siccar Point in het zuidoosten van Schotland. Door de ontdekking van onder andere deze structuur kwam de geoloog James Hutton in 1788 tot het besef van diepe tijd, het idee dat geologische structuren miljoenen jaren nodig hebben om te vormen. Dit inzicht leidde Hutton tot het formuleren van de theorie van het uniformitarianisme.