Heirbaan Wervik-Tongeren

Bewezen Romeinse wegen, met het gedeelte Tienen–Tongeren
De Romeinseweg in Halle-Booienhoven
Imitatie van een mijlpaal in Hillegem
Satellietbeeld bij Helshoven

De heirbaan Wervik-Tongeren was een hypothetische Romeinse weg. Hij werd voor het eerst beschreven door Jozef Mertens onder de benamingen "route 23" (van Wervik tot Tienen) en "route 9" (van Tienen tot Tongeren).[1] Hiervan is "route 9" grotendeels bewaard gebleven. "Route 23" is nergens archeologisch aangetoond[2] maar in de nabijheid bevinden zich enkele Gallo-Romeinse sites en plaatsnamen. Het was geen weg van eerste orde, zoals de Via Belgica ten zuiden ervan, maar een verbinding tussen kleinere economische centra ten noorden van het Kolenwoud.

Traject

De weg sloot aan op de heirbaan Boulogne-Kassel-Doornik-Bavay maar het is niet duidelijk waar. Jozef Mertens liet de weg beginnen te Viroviacum (Wervik) maar van Wervik tot Kortrijk is geen enkel wegdeel bekend. Het is daarom mogelijk dat de weg zich pas afsplitste op de oostelijke oever van de Leie. In deze optiek wordt soms een Romeinse oorsprong toegeschreven aan de Dronckaertstraat. Dit staat al evenmin vast, want deze straat kan ook ontstaan zijn in de middeleeuwen, toen Kortrijk en Rijsel twee kasselrijen waren van het graafschap Vlaanderen.

Van Kortrijk tot Erpe wordt de herenweg Kortrijk-Oudenaarde-Aalst, weergegeven op de Ferrariskaarten, beschouwd als opvolger van de mogelijke Romeinse weg. Hij had een kronkelend verloop, maar dit is omdat hij gebruikmaakte van de natuurlijke plateaus. Het voordeel hiervan was dat de hoogteverschillen op de route beperkt bleven, en dat er minder voorden vereist waren om riviertjes te kruisen. De breedste rivieren, de Schelde (bij Ename) en de Dender (bij Hofstade), konden bij hoge waterstanden waarschijnlijk ook overgestoken worden met een veerpont.

Vanuit de vicus van Asse-Kalkoven waren er twee manieren om de Zenne te kruisen: via Zellik en Vilvoorde (onder andere de Romeinsebaan, Schapenbaan, Schapenweg, Romeinsesteenweg en Koningslosteenweg) of via Meise en Weerde (de Romeinsebaan, Heirbaan en Grote Heirbaan) in combinatie met de weg RumstPerk. Nabij het zuidelijke traject lag de Romeinse villa Jette, langs het noordelijke traject passeerde men de vicus van Elewijt.

Leuven en Tienen zijn ontstaan op de plaats waar de Dijle en Grote Gete het best doorwaad konden worden. Langs dit gedeelte liggen onder meer de Gallo-Romeinse villa van Wilsele, de thermen van Kumtich en de Drie Tommen. Vanaf Tienen is het traject grotendeels in gebruik gebleven. Het draagt straatnamen zoals Oude Heerweg, Oude Tiense Weg, Romeinseweg, Heirbaan, Oude Kassei, Romeinse Weg, Herenweg en Romeinse Kassei. De weg eindigde in Tongeren (Atuatuca Tungrorum), toendertijd een knooppunt van Romeinse wegen.

Zijwegen

De weg kruiste een viertal noord-zuid lopende wegen:[3]

Andere wegen, zoals een kortere verbinding VelzekeKesterTienen, worden in hedendaagse studies vaak niet meer weerhouden.[4]