Groene-maïsceremonie
De groene-maïsceremonie (Engels: 'Green Corn Ceremony') was een belangrijke religieuze en sociale ceremonie van verschillende inheemse volken van Noord-Amerika, met name die uit de oostelijke gebieden van het huidige Noordoosten van de Verenigde Staten en het Zuidoosten van de Verenigde Staten.[1] De ceremonie werd zowel in prekoloniale[2] als moderne tijden[3] gehouden en markeerde de eerste volle maan na de maïsoogst.[4] Kenmerkend waren dans, feestelijkheden en rituele handelingen die gericht waren op vernieuwing, dankbaarheid en gemeenschapsbinding.
Achtergrond en betekenis
De groene-maïsceremonie had zowel een spirituele als een sociale functie. Het was een moment van rituele zuivering[5], waarbij oude schulden en overtredingen werden kwijtgescholden, en de gemeenschap zich voorbereidde op een nieuw begin. Bij de Cherokee stond de ceremonie bekend als Ah-ga-we-la Se-lu-ut-si ("oude vrouw Maïsmoeder")[4] en was gewijd aan Se-lu, de Maïsmoeder, een centrale figuur in de Cherokee-mythologie.[6] Andere volken, zoals de Creek[7], Choctaw[8] en Seminolen[9], kenden vergelijkbare tradities, vaak met lokale variaties.
Verloop van de ceremonie
Voorbereiding
De ceremonie duurde traditioneel vier dagen in grotere nederzettingen en twee dagen in kleinere gemeenschappen.[5] Voorafgaand aan de ceremonie ondergingen alle inwoners een zuiveringsritueel bij een stromend water. Mannen en vrouwen wasten en zalfden daarbij zeven specifieke plekken op hun lichaam, gescheiden van elkaar.[4] Bij zonsondergang begon de ceremonie met het aansteken van een heilig vuur.[1]
Dansen en rituelen
De centrale elementen van de ceremonie waren de heilige dansen, uitgevoerd in een cirkel door geselecteerde jonge mannen en vrouwen uit elke clan.[5] Deze dansers droegen ceremoniële kleding gemaakt van hertenleer[4] en voerden meerdere dansen uit, waaronder:
- Een dans ter ere van Asgaya Gigaei, de donderwezens uit het westen.[4]
- Een dans voor Se-lu, de Maïsmoeder.[6]
- Een oorlogsdans, waarbij mannelijke krijgers met roodgeverfde stokken van hickory (een houtsoort) meedansen.[1]
- Dansen die het planten en oogsten van maïs symboliseerden.[7]
- De rendans, waarbij de hele gemeenschap deelnam en een slangachtige rij vormde rond het vuur.[5]
Tijdens de dansen werden ratelaars gemaakt van kalebassen gevuld met steentjes en een stok van een door de bliksem getroffen boom gebruikt, behalve bij de oorlogsdans (begeleid door een trommel van een holle boomstam) en de rendans.[4] De oorlogsdans was de enige dans waarbij gezongen werd, met het refrein:
- "Ho-na-he ho-na-he ho-na-he ho-na-he"[4]
Offers en symboliek
Tijdens de ceremonie brachten een priester en de dansleider offers, waaronder een maïskolf, een adelaarsvleugel, maïsstuifmeel en andere geschenken aan de donderwezens en de geesten van de voorouders.[1] Dit was een uiting van dankbaarheid voor de oogst. Aan het eind van de eerste nacht namen deelnemers kolen van het heilige vuur mee om hun huisvuren mee aan te steken, als symbool van de gezegende geest van het vuur.[5]
In sommige gemeenschappen werden oude meubels en bezittingen ritueel verbrand in het stadscentrum, als teken van vernieuwing.[7] Daarna werd nieuw meubilair en gemeenschappelijke spullen gemaakt. Kleine overtredingen van clanwetten of religieuze regels, evenals schulden, werden tijdens de ceremonie kwijtgescholden, wat de sociale cohesie versterkte.[1]
Moderne betekenis
Hoewel de ceremonie in veel traditionele gemeenschappen minder prominent is geworden, wordt ze nog steeds gevierd door sommige inheemse volken, vaak in aangepaste vorm.[3] Ze blijft een belangrijk cultureel erfgoed en een symbool van verbondenheid met de natuur en de voorouders.[6]
Zie ook
- 1 2 3 4 5 (en) Hudson, Charles (1976). The Southeastern Indians. University of Tennessee Press, Knoxville, p. 385-402. ISBN 978-0-87049-248-5.
- ↑ (en) Fogelson, Raymond D. (2004). The Cherokee: A Critical Bibliography. Indiana University Press, Bloomington, p. 112-115. ISBN 978-0-253-34410-3.
- 1 2 (en) Sturm, Circe (2002). Blood Politics: Race, Culture, and Identity in the Cherokee Nation of Oklahoma. University of California Press, Berkeley, p. 45-47. ISBN 978-0-520-22937-3.
- 1 2 3 4 5 6 7 (en) Mooney, James (1900). Myths of the Cherokee. Government Printing Office, Washington D.C., p. 234-236.
- 1 2 3 4 5 (en) Fogelson, Raymond D. (1962). The Busk in Southeastern Indian Cultures. Ethnohistory 9 (3). DOI: 10.2307/480973.
- 1 2 3 (en) Perdue, Theda (2003). The Cherokee Nation and the Trail of Tears. Penguin Books, New York, p. 28-30. ISBN 978-0-14-200483-2.
- 1 2 3 (en) Swanton, John R. (1928). Religious Beliefs and Medical Practices of the Creek Indians. Government Printing Office, Washington D.C., p. 67-72.
- ↑ (en) Kidwell, Claudia (2007). Choctaws and Missionaries in Mississippi, 1818-1918. University of Oklahoma Press, Norman, p. 54. ISBN 978-0-8061-3835-2.
- ↑ (en) MacCauley, Clay (1996). The Seminole. Chelsea House Publishers, New York, p. 41-43. ISBN 978-0-7910-3443-3.