Gerhard Frey
| Gerhard Frey | ||
|---|---|---|
![]() | ||
| Persoonlijke gegevens | ||
| Geboortedatum | 1944 | |
| Geboorteplaats | Erlangen | |
| Beroep | wiskundige,[1] cryptograaf, academisch docent | |
| Lid van | Göttinger Academie van Wetenschappen | |
| Academische achtergrond | ||
| Alma mater | Eberhard-Karls-Universiteit, Ruprecht-Karls-universiteit | |
| Promotor(s) | Peter Roquette[2] | |
| Wetenschappelijk werk | ||
| Vakgebied(en) | getaltheorie | |
| Prijzen en erkenningen | Carl Friedrich Gauss-medaille (1996), honorary doctor of the Saarland University (2014),[3] honorary doctor of the University of Tübingen, honorary doctor of the University of Kassel | |
Gerhard Frey (geboren 1944) is een Duitse wiskundige, die bekend is vanwege zijn werk aan de getaltheorie. Zijn Frey-kromme, een constructie van een elliptische kromme van een vermeende oplossing voor Fermats vergelijking, speelde een centrale rol in Wiles' bewijs van de laatste stelling van Fermat.
In 1985 wees Frey op een verband tussen de laatste stelling van Fermat en het vermoeden van Taniyama. Kort daarna werd dit verband door Kenneth Ribet gepreciseerd. Ribet bewees dat het vermoeden van Taniyama de laatste stelling van Fermat impliceerde.[4] Zijn benadering bood Andrew Wiles in de jaren negentig een raamwerk voor een verdere succesvolle aanval op de laatste stelling van Fermat.[5]
Zie ook
- Laatste stelling van Fermat
- Elliptische krommen
- Cryptografie
- Elliptische kromme-cryptografie
Voetnoten
- ↑ Gemeinsame Normdatei; geraadpleegd op: 25 juni 2015.
- ↑ Mathematics Genealogy Project; geraadpleegd op: 10 mei 2024; MGP-identificatiecode: 29309.
- ↑ https://www.uni-saarland.de/universitaet/portraet/freunde/ehren/promotionen/nat-tech.html; geraadpleegd op: 12 april 2021.
- ↑ (en) Piergiorgio Odifreddi, The mathematical century: the 30 greatest problems of the last 100 years. Princeton University Press, 2006. ISBN 0691128057; blz 87
- ↑ (en) Richard Bernstein, Books of the Times; Following a Proof of Fermat's Theorem to the Far Horizon of Pure Reason. New York Times, 28 november, 1997.
_(cropped).jpg)