Francisco Rodriguez (zakenman)
Francisco Rodriguez (Manilla, 1790 - Filipijnen, na 1853) was een Spaans/Brits zakenman in de Filipijnen. Hij verwierf bekendheid door het oprichten van de Rodriguez Bank. Deze Rodriguez bank werd in 1830 opgericht en was de eerste particuliere kredietinstelling van het land. Deze gebeurtenis vormde daarmee het allereerste begin van de bankensector in de Filipijnen.
Biografie
Francisco Rodriguez werd geboren in 1790 in Manilla. Hij was het kind van twee Spanjaarden en was daarmee een creool. Creolen stonden in de Filipijnse kolonie in lager aanzien dan de peninsular (in Spanje geboren) Spanjaarden, maar hadden weer mee aanzien dan de zogenaamde mestizos (van gemengd Spaans en Filipijnse afkomst). Gedurende het begin van de 19e eeuw vergaarde Rodriguez een aanzienlijk vermogen met de handel.
In 1823 werd Rodriguez door de Spanjaarden ten onrechte beschuldigd van betrokkenheid bij de Novales-muiterij. De opstand was ontstaan door onvrede onder de Creolen over discriminerende maatregelen door de koloniale autoriteiten. Na het verlies van de Spaanse kolonies in Zuid- en Midden-Amerika wantrouwden de Spaanse autoriteiten de lokaal geboren Spanjaarden. Creoolse officieren werden vervangen door peninsular officieren en Creolen werden ook naar gevaarlijke afgelegen locaties in de Filipijnen gestuurd. Na het neerslaan van de opstand liet gouverneur-generaal Juan Antonio Martínez de leider Andrés Novales en alle betrokken officieren en onderofficieren executeren. Andere betrokkenen werd verbannen. Rodriguez werd samen met diverse ander creolen ook verdacht van betrokkenheid en in 1825 als politieke gevangene naar Cádiz gebracht. Daar wist hij echter te ontsnappen, waarna hij naar Londen vluchtte.
In Londen probeerde Rodriguez tevergeefs om via vrienden en familie zijn naam te zuiveren. Omdat hij was afgesneden van zijn vermogen sloot hij zich in Londen aan bij de Quakers, waarna hij gedurende vijf jaar bij hen verbleef. Hij bekeerde zich tot Quaker en veranderde in die tijd ook van nationaliteit en was hij voortaan Brits staatsburger. Toen de Spaanse overheid na vijf jaar alle betrokken bij de Novales-opstand uiteindelijk amnestie verleende, keerde Rodriguez weer terug naar de Filipijnen.
Daar stichtte hij in 1835 de Rodriguez Bank. Enkele jaren eerder had gouverneur-generaal Mariano Ricafort Palacín dit mogelijk gemaakt na het doorvoeren van economische en financiële hervormingen. De Rodriguez Bank was nog geen echte bank, maar een kredietinstelling die zich richtte op het geven van leningen aan buitenlandse handelaren, en dan met name Engelsen en Amerikanen, die wilden handel drijven in de Filipijnen. Deze handelaren waren directe concurrenten van Spaanse handelaren. Hij baarde ook veel opzien met zijn opvallende Quaker-kledij. Met name de lokale rooms-katholieke geestelijken streek hij daarmee tegen de haren in. Zij probeerden hem tevergeefs te laten verbannen uit de kolonie. Zijn Britse staatsburgerschap beschermde hem echter tegen deze pogingen.
Na zijn overlijden liet Rodriguez zijn vermogen na aan de Engelse koningin Victoria, die het mocht gebruiken ter ondersteuning van de nabestaanden van de gesneuvelde Britse soldaten in de Krimoorlog. De Rodriguez Bank werd na zijn dood opgeheven. Over zijn nalatenschap werd nog een juridisch gevecht geleverd. Uiteindelijk bepaalde het hooggerechtshof in Madrid dat zijn nalatenschap inderdaad aan de Britten toekwam.
Bronnen
- Zaide, Gregorio F. (1979), The Pageant Philippine History: Vol. II, Philippine Education Company, Manilla
- Francia, Luis H. (2010), A History of the Philippines From Indios Bravos to Filipinos, The Overlook Press, New York