Fletio
| Fletio | ||||
|---|---|---|---|---|
![]() | ||||
![]() | ||||
| Situering | ||||
| Coördinaten | 52° 4′ NB, 5° 11′ OL | |||
| Informatie | ||||
| Omschrijving | Vermoedelijke globale ligging Fletio (in de omgeving van het huidige Utrecht) | |||
| ||||
Fletio is een Romeins toponiem aan de Neder-Germaanse limes in wat tegenwoordig de Nederlandse provincie Utrecht is.
Het wordt als Fletione weergegeven op de Peutinger-kaart (Tabula Peutingeriana), een laat-middeleeuwse kopie van een kaart uit de Romeinse tijd, vermoedelijk de 4e eeuw. Op deze schematische wegenkaart ligt Fletio aan de meest Noordelijke weg, op 12 leugae (ongeveer 27 km) van Laurium (waarschijnlijk het huidige Woerden) en 8 Leugae van Levefanum. Op basis hiervan wordt vermoed dat Fletio een nederzetting (vicus) en/of castellum was,
De precieze locatie is echter onzeker. De oorspronkelijke kaart was schematisch en niet op schaal, eigenlijk meer een grafisch itinerarium. Bovendien zijn bij het kopiëren schrijffouten ingeslopen, zowel in de namen als in de afstanden. Sommige deskundigen menen dat Fletio een schrijffout is en dat hiermee Fectio (Vechten) wordt bedoeld.[1][2] Een alternatieve hypothese is dat Fletio de naam was van het (inmiddels gereconstrueerde) Castellum Hoge Woerd in De Meern en dat de plaatsnaam van het nabijgelegen Vleuten hiervan is afgeleid. [3]
Een andere vermelding is de zogeheten Ravennatis Anonymi Cosmographia uit de 7e eeuw; deze vermeldt een plaats die, afhankelijk van de kopie, gespeld is als Fletione of Fictione.[4]
Zie ook
Referenties
- ↑ Luit van der Tuuk (2017), De Romeinse limes, Uitgeverij Omniboek, 2019, p.178
- ↑ Verhagen, Jan G.M. (2022). Tussen de dam van Drusus en de zuilen van Hercules. Fagus.
- ↑ J.H.J. Joosten (1997), Fletione, Fectione, en Fictione, in: Tijdschrift van de Historische Vereniging Vleuten-De Meern-Haarzuilens, nr. 2 juni 1997, p. 38-42, ISSN 0928-4893
- ↑ Kosmograaf van Ravenna, Cosmographia, in: A.W. Byvanck (1931), Excerpta Romana. De Bronnen der Romeinsche Geschiedenis van Nederland, deel 1, Martinus Nijhoff, Den Haag, p. 580

