Itinerarium

Bladzijde uit een kopie van het Itinerarium Burdigalense: een opsomming van plaatsen en afstanden.
Bladzijde uit een kopie van het Itinerarium Burdigalense
Zie Itinerarium (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Itinerarium.

Itinerarium is de term die vanaf de middeleeuwen gebruikt werd voor een genre van reisgidsen, afstandentabellen, routebeschrijvingen en wegwijzers. De term duidde aanvankelijk op afstandstabellen uit de Romeinse tijd. Ze gaven plaatsen aan die van belang waren voor reizigers, zoals steden, dorpen en uitspanningen om paarden te wisselen. Romeinse itineraria zijn gewoonlijk alleen bekend door latere kopieën. Later in de middeleeuwen werd de term ook toegepast op eigentijds materiaal.

Reizigers konden hun reisverslagen omwerken tot itineraria en daarin bijvoorbeeld ook stadsbeschrijvingen en lokale gewoontes vermelden, zodat de verschillen tussen dergelijke documenten groot zijn. Zo verwaterde het begrip itinerarium tot een algemene aanduiding voor reisverslagen en handreikingen voor reizigers.[1] De term is ook gebruikt voor reconstructies van historische reizen en voor materiële zaken zoals informatieve teksten op tableaus.

Etymologie

Itinerarium is middeleeuws Latijn voor reisboek, verbonden met vormen die verwant zijn met ire (gaan), zoals itinerarius (reis-), itinerari (reizen), iter (genitief itineris, het gaan, reis, weg).[2] De vorm itinerarium is in het Nederlands geattesteerd in 1612,[2] maar Jan Huygen van Linschoten publiceerde zijn Itinerario al in 1596.

Romeinse itineraria

Itinerarium van Tongeren, gefotografeerd in 1901, en de tekstweergave

Landkaarten bestonden al, maar ze werden zelden benut voor reizen,[3] terwijl geschreven aanwijzingen algemeen gebruikt werden. Ze benadrukten grotere nederzettingen (civitates) en vermeldden overnachtingsplaatsen (mansiones) en uitspanningen waar paarden en wagens gewisseld konden worden (mutationes).[4] De afstanden werden gegeven in Romeinse mijlen of soms in lokale maten,[4] met totalen bij belangrijke etappeplaatsen. Een Romeins itinerarium kon feiten bevatten zoals: Het is van Arles tot Milaan 475 mijlen. Er zijn 73 locaties om paarden te wisselen en 22 pleisterplaatsen om te overnachten.

Sommige teksten dienden voor een specifieke reisroute of bestemming, maar andere hebben een algemener of minder duidelijk doel. Hieronder enkele bekende Romeinse itineraria, die echter niet representatief zijn voor het genre:

De vier cilindrische, zilveren Vicarello-bekers. Rondom hebben ze inscripties van plaatsnamen en afstanden, gerangschikt in kolommen
De Vicarello-bekers
  • Het Itinerarium Antonini is in feite een bundel itineraria, die 3500 Europese plaatsen met land- en zeeroutes oplijst. Er waren meer van dergelijke verzamelingen in omloop bij de Romeinen.[4]
  • Het Itinerarium Burdigalense[doc 1] is een overwegend droge en zakelijke opsomming van de trajecten tussen Burdigale (Bordeaux) via Constantinopel naar het Heilige Land in het jaar 333 en terug via een andere route. Aan het begin van de reis worden de afstanden opgegeven in keltische leugae, later in mijlen.[4] Ingebed tussen de droge beschrijvingen van de heen- en terugreis worden plaatsen en wandelingen in en rond Jeruzalem beeldend beschreven.
  • Het Itinerarium Egeriae[doc 2][doc 3][doc 4] uit dezelfde eeuw voert van Portugal naar Jeruzalem en is geschreven door de vrouwelijke pelgrim Egeria. Zij richt zich tot christelijke vrouwen die zij aanspreekt als zusters. Zij gaat vooral in op de religieuze gewoonten en vieringen in de vroegchristelijke gemeenschappen.
  • De Tabula Peutingeriana (Peutingerkaart, zie afbeelding onderaan) wordt opgevat als een kopie van een kaart – eigenlijk een schema – uit de 3e of 4e eeuw. Het is een perkamenten rol van bijna zeven meter lang en ruim dertig centimeter breed, later verdeeld in elf stukken. Deze kaart geeft een groot aantal routes en trajecten, gebaseerd op een origineel dat strekte van de Britse Eilanden tot Sri Lanka en het Indisch Schiereiland.[4] Het schema is nauwelijks op schaal, maar afstanden die met getallen op de kaart genoteerd zijn, kloppen wel. Langs de oost-west-routes geeft het kaartbeeld vaak een redelijke indicatie, maar daartussen niet: om de lange, smalle vorm te benutten zijn routes parallel gelegd en rivieren rechtgetrokken, een noord-zuid-reiziger had er weinig aan.[4] Het is een grafisch itinerarium. De aanname van een Romeinse oorsprong is gebaseerd op het feit dat er Romeinse wegen, badhuizen en herbergen uit de 3e of 4e eeuw op staan die later in onbruik raakten. Een andere opvatting stelt dat het origineel toch Karolingisch was, dus uit de achtste eeuw of later. De kennis van de Romeinse topografie was aanwezig aan het Karolingische hof en zo'n kaart zou de heersers plaatsen in de glorierijke Romeinse traditie. Voor reizigers zou hij weinig nut hebben met alleen maar parallelle routes van Europa naar India. Een argument is ook dat er uit de 3e en 4e eeuw geen grote kaarten bekend zijn, terwijl dergelijke mappaemundi in de 9e eeuw in zwang waren om kerken en paleizen te verluchtigen.[4]
  • Ook voorwerpen kunnen als itineraria aangeduid worden, bijvoorbeeld het Itinerarium van Tongeren, een gedetailleerde, stenen wegwijzer. Verder kunnen er varianten geweest zijn zonder praktisch doel; men twijfelt bijvoorbeeld over de Vicarello-bekers: deze lijken op Romeinse mijlpalen, gegraveerd met lijsten van plaatsen en afstanden van een landroute van Gades (Cadiz) naar Rome. Er wordt verondersteld dat deze zilveren bekers offergaven waren uit de tijd van keizer Augustus.[3][4] Ze zijn gevonden bij de Aquae Apollinares, de aan Apollo gewijde heilige baden van Vicarello.

Latere beschrijvingen en verslagen

Carta itineraria europae, een kaart van Europa uit 1520, als illustratie van het het gebruik van de term itinerarium voor kaartmateriaal.
Carta itineraria europae, een kaart van Europa, met het noorden rechtsonder. De Italiaanse laars is linksboven, het Iberisch Schiereiland rechtsboven.

In de middeleeuwen werd veel waarde gehecht aan de Romeinse itineraria, wat blijkt uit de afschriften en afgeleide uitgaven; zo zijn er van het Itinerarium Antonini twintig kopieën bekend. Zulke geschriften werden nauwelijks aangepast aan de veranderingen in de tussenliggende eeuwen, wat past in het algemene beeld dat middeleeuwers voor hun kennis sterk leunden op de geschriften uit de antieke wereld en deze nauwelijks ter discussie stelden.[4] Op den duur verwaterde het begrip itinerarium tot een algemene term voor beschrijvingen van gebieden en verslagen van reizen.

Enkele voorbeelden:

  • De Kosmografie van Ravenna[doc 5][doc 6][doc 7] is in de 7e of 8e eeuw geschreven in het Italiaanse Ravenna en beoogt de hele bekende wereld te vatten, van het eiland Ierland tot aan Indië. Het vijfdelige werk is mede gebaseerd op een kaart en noemt naast vijfduizend civitates en andere locaties ook rivieren.[4][5] Er staan veel fouten in, wellicht door slecht leesbare bronnen of verkeerd brongebruik, terwijl kopiisten ook niet feilloos waren. De volgorde van de plaatsen is vaak raadselachtig, lokaal misschien gecentreerd rond wegen of grotere plaatsen, op grotere schaal heen en weer springend, maar overwegend van west naar oost. Soms kan het brongebruik verondersteld worden uit details: zo komt de volgorde in de omgeving van de Muur van Hadrianus overeen met de Notitia dignitatum en de Rudge Cup, een Romeinse beker van geëmailleerd brons. Pas halverwege de twintigste eeuw werd deze kosmografie door vergelijking met archeologische vondsten een bruikbare bron voor de geschiedschrijving van de Britse Eilanden, wat van belang is omdat deze minder bedeeld zijn met Romeinse itineraria dan het Europese vasteland.
  • Itinerarium Peregrinorum et Gesta Regis Ricardi, een verslag van de Derde Kruistocht (1189–1192).
  • Historia de expeditione Friderici imperatoris,[doc 8] verslagen, deels van een ooggetuige, van de reizen van keizer Frederik II van 1187 tot 1196, vooral 1189 tot 1190, toen hij deelnam aan de Derde Kruistocht. Deze bron dateert de reizen bijzonder nauwkeurig, zodat de snelheid in eigen en vijandelijk gebied uitgerekend kan worden.

Reconstructies van reizen

Een enigszins verwant genre, dat ook als itinerarium aangeduid wordt, zijn reconstructies van historische reizen.[6] Voorbeelden zijn Gachard, Voyages des souverains[doc 9] (vorsten van de lage landen, vooral keizer Karel V); Marneffe, Itinéraire de Charles le Hardi[doc 10] (Karel de Stoute); Petit, Itinéraires de Philippe le Hardi et Jean sans Peur[doc 11] (Filips de Stoute en Jan zonder Vrees). In het Nederlands Obreen, Itinerarium van Jan van Avesnes[doc 12] (Jan van Avesnes).

De Peutingerkaart, een lange, smalle strook met rechtgetrokken routes, zodat de kaart geen goed beeld geeft van dwarsroutes.
Peutingerkaart

Referenties en noten