First Aid Nursing Yeomanry
| First Aid Nursing Yeomanry (FANY) Princess Royal's Volunteer Corps (PRVC) | ||
|---|---|---|
![]() | ||
FANY-verpleegkundige voor een ambulance, Frankrijk 1914 | ||
| Oprichting | 1907 | |
| Land | ||
| Type | hulpverlening | |
| Motto | Arduis Invicta ("Onoverwonnen in tegenspoed") | |
| Veldslagen | Eerste Wereldoorlog Tweede Wereldoorlog | |
Het First Aid Nursing Yeomanry (FANY), in 1999 hernoemd naar het Princess Royal's Volunteer Corps (PRVC), is een onafhankelijke, volledig vrouwelijke, geregistreerde liefdadigheidsinstelling die voornamelijk noodhulp biedt aan civiele en militaire autoriteiten.[1] Het korps werd opgericht in 1907 en was actief in zowel verpleging als inlichtingenwerk tijdens de wereldoorlogen.
Hoewel de leden uniformen en rangen in Britse militaire stijl droegen, waren het burgers die geen onderdeel uitmaakten van het reguliere leger, de legerreserve of een andere tak van de strijdkrachten. Hun 'officieren' worden niet opgeleid in Sandhurst en hebben geen koninklijke aanstelling. De leden zijn onbetaalde vrijwilligers die contributie betalen aan de liefdadigheidsinstelling om deel te nemen aan trainingen en kwalificaties.
Geschiedenis
Het First Aid Nursing Yeomanry (FANY) werd in 1907 opgericht als een eerstehulpverbinding tussen de veldhospitalen en de frontlinie, en kreeg de naam 'yeomanry' omdat de leden oorspronkelijk te paard waren. In tegenstelling tot verpleegorganisaties zag het FANY zichzelf als redders van gewonden en het verlenen van eerste hulp, vergelijkbaar met een moderne hospik. Hun oprichter, sergeant-majoor, later kapitein, Edward Baker, een veteraan van de Soedan-campagne en de Tweede Boerenoorlog, was van mening dat een enkele ruiter sneller bij een gewonde soldaat kon komen dan een door paarden getrokken ambulance. Elke vrouw werd niet alleen getraind in eerste hulp, maar ook in signalering en het uitvoeren van cavalerieoefeningen. Het originele uniform bestond uit een scharlakenrode tuniek met witte biezen, een marineblauwe broekrok met drie rijen witte vlechtwerk aan de onderkant en een scharlakenrode hoed met een harde bovenkant en een zwarte leren klep. Het uniform werd geleidelijk praktischer en minder flamboyant, met als belangrijk detail een broekrok om het mogelijk te maken in het openbaar te paard te rijden. In 1914 bestond de uitrusting uit een kaki tuniek, een kaki rok en een kaki tropenhelm. Kort na hun aankomst in Frankrijk, aan het begin van de Eerste Wereldoorlog, werd de tropenhelm vervangen door een zachte muts, omdat de harde tropenhelm onpraktisch bleek voor het besturen van een ambulance met een laag canvasdak.
Eerste Wereldoorlog

Op 27 oktober 1914, nadat hun aanbod om als paramedici te helpen door het Ministerie van Oorlog was afgewezen, stak een groep van zes FANY's, waaronder luitenants Grace McDougall en Lilian Franklin, plus drie opgeleide verpleegsters en twee mannelijke ziekenverzorgers, over naar Calais. Kort daarna volgde een particulier gefinancierde motorambulance. Het Belgische leger ontving hen met open armen en de volgende twee jaar bestuurden de FANY's ambulances, openden een ziekenhuis en twee revalidatiehuizen en richtten een veldhospitaal op nabij het front. Hierdoor brokkelde het officiële Britse verzet af en op 1 januari 1916 werden de FANY's de eerste vrouwen die officieel voor het Britse leger reden, met de oprichting van een ambulance-afdeling in Calais. De rol van de Britten was het vervoeren van de doden en stervenden van veldhospitalen naar ziekenhuizen en hospitaalschepen. Daarna werden verschillende konvooien gevormd voor het Franse leger, dat gestationeerd was in de zuidelijke sector van het front, nabij Verdun.
Tegen de tijd van de wapenstilstand had het korps vele onderscheidingen voor moed ontvangen, waaronder 17 militaire medailles, 1 Legion d'Honneur en 27 Croix de Guerre. Hoewel een aantal FANY's gewond raakten tijdens hun dienst in Frankrijk, was er slechts een sterfgeval. Evelyn Fidgeon Shaw stierf tijdens haar dienst bij de Fransen en werd door hen met volledige militaire eer begraven in Sézanne.
Interbellum
Omdat het FANY onafhankelijk en zelfvoorzienend was, werd ze, in tegenstelling tot andere vrouwenkorpsen, na de Eerste Wereldoorlog niet ontbonden. Dankzij onder andere de inzet tijdens de algemene staking van 1926, toen de naam kortstondig werd veranderd in Ambulance Car Corps (FANY), werd het korps uiteindelijk erkend door het Britse Ministerie van Oorlog en mocht het op de legerlijst verschijnen, hoewel het niet publiekelijk werd gefinancierd.
Gedurende de jaren 1920 en 1930 bleven de FANY's trainingen volgen, waaronder radiowerk, eerste hulp en onderhoud en mechanica van motorvoertuigen. Het aantal leden groeide en er werden verschillende regionale afdelingen opgericht. In 1931 werd een onafhankelijke eenheid van het korps opgericht in Oost-Afrika, bekend als The Women's Territorial Service (EA). Dit was de eerste overzeese eenheid die volledig uit vrouwen bestond.
In 1937, met de wens om zich volledig te distantiëren van elke veronderstelde connectie met de formele verpleging, werd het korps omgedoopt tot Women's Transport Service (WTS (FANY)).
Tweede Wereldoorlog
_and_Special_Forces_Agents_during_the_Second_World_War_HU3213.jpg)
.jpg)
Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog stond het FANY onder leiding van Mary Baxter Ellis, die tijdens de Eerste Wereldoorlog bij het korps had gediend. Helen Gwynne-Vaughan was de eerste Chief Controller van de nieuw gevormde Auxiliary Territorial Service (ATS). Ellis had deze positie afgewezen, omdat ze liever het FANY leidde. Ellis stemde er wel mee in om 1500 FANY-monteurs te leveren die bij de ATS zouden dienen, op voorwaarde dat deze FANY's onafhankelijk konden blijven. Dit werd overeengekomen, maar Gwynne-Vaughan verbrak de overeenkomst en dwong de FANY/ATS-leden om te worden opgenomen in de territoriale dienst. Ellis maakte bezwaar, maar wist wel de overeenkomst te bereiken dat deze FANY/ATS-leden hun FANY-embleem zouden dragen, een traditie die al vele jaren bestond, met de kinband van hun hoed over de kroon. Tegelijkertijd was er een autonoom FANY-hoofdkwartier in Londen. Deze leden stonden bekend als de 'Vrije FANY's' en zij droegen hun uniform als recht.
Een van de bekendste rollen van de FANY's in de Tweede Wereldoorlog is hun dienst bij de Special Operations Executive (SOE). FANY's raakten in 1940 betrokken bij de SOE dankzij de vriendschap tussen Phyllis Bingham (secretaresse van de toenmalige korpscommandant) en kolonel, later generaal-majoor, Colin Gubbins (directeur Operaties en Training SOE). De dienst van de FANY's begon met hun betrokkenheid bij de zeer geheime Auxiliary Units die in 1940 werden opgericht als achterblijfmacht in geval van een invasie. Tegen het einde van de oorlog hadden meer dan 3000 FANY's bij de SOE gediend als trainers, codeerders, seinwachters, vervalsers, dispatchers en vooral als spionnen. Rekruten werden opgeleid in een van de vier vakgebieden: motorvervoer, draadloze telegrafie, codes of algemeen. Ze werkten aan codering en signalen, fungeerden als conducteurs voor agenten en boden administratieve en technische ondersteuning aan de Special Training Schools. Hun werk was topgeheim en vereiste vaak veel expertise.
Van de 50 vrouwen die door de SOE naar Frankrijk werden gestuurd, waren er 39 lid van de FANY. Van deze 39 vrouwen werden er 12 door de nazi's vermoord en een lid van het korps stierf in het veld. Veel onderscheidingen, zowel van het Verenigd Koninkrijk als van andere landen, werden aan FANY's toegekend voor hun dienst en buitengewone moed. Onder deze onderscheidingen bevonden zich vier van de hoogste Britse onderscheidingen: het George Cross, toegekend aan Odette Hallowes (die gevangen werd gezet en gemarteld, maar de oorlog overleefde), Violette Szabo en Noor Inayat Khan (deze laatste twee kwamen om in gevangenschap en werden postuum onderscheiden). Nancy Wake ontving onder andere de George Medal.
De leden van het korps opereerden in verschillende oorlogsgebieden, waaronder Noord-Afrika, Italië, India en het Verre Oosten. Het FANY diende de Finse regering en een sectie was verbonden aan het Poolse leger, voornamelijk gevestigd in Linlithgow, waar ze de Polen voorzagen van uniformen, wapens, voertuigen, uitrusting, voedsel, administratieve diensten en chauffeursdiensten. Leden van het korps verzorgden ook de erewacht bij de begrafenis van generaal Władysław Sikorski, die verschillende keren naar Schotland was gegaan om zijn troepen te inspecteren. Een Keniaanse sectie, opgericht in 1931, die in augustus 1941 door het Ministerie van Oorlog tot officiële Oost-Afrikaanse eenheid werd benoemd, was zeer actief tijdens de oorlog. Deze sectie rekruteerde vrouwen uit de gehele zuidelijke helft van Afrika. Andere FANY's waren verbonden aan het Britse Rode Kruis, het Amerikaanse Ambulancekorps en het Franse Comité voor het Franse Rode Kruis. In 1944 werd een andere grote groep uitgezonden naar het Indische subcontinent en het Verre Oosten met het Zuidoost-Azië Commando. In totaal hebben meer dan 6000 FANY's in de Tweede Wereldoorlog gediend.
Een gedenkteken in de St. Paul's Church in Knightsbridge herdenkt 52 leden van het korps die tijdens de Eerste en Tweede Wereldoorlog in actieve dienst zijn omgekomen, waaronder 9 leden die omkwamen toen de SS Khedive Ismail in 1944 door een Japanse onderzeeër tot zinken werd gebracht. De leden van het FANY worden ook herdacht op de Brookwood Memorial in Surrey.
Naoorlogse periode

Tijdens de Koude Oorlog nam het FANY nieuwe taken op zich, waaronder het leveren van nationale communicatieondersteuning als onderdeel van de 2e (Nationale Communicatie) Signaalbrigade. Dit waren regelingen die waren getroffen om de continuïteit van de regering te waarborgen in geval van een substantiële aanval op het Verenigd Koninkrijk. In een dergelijk geval zouden leden van het korps de brigade moeten bijstaan door zich te vestigen in een van de vele geheime bunkers die verspreid over het land waren aangelegd om de verspreide regering te huisvesten.
Het FANY werd in 1999 officieel hernoemd tot Princess Royal's Volunteer Corps, nadat prinses Anne toestemming had gegeven om haar titel te gebruiken en wordt sindsdien aangeduid als FANY (PRVC). De oorspronkelijke naam geniet meer bekendheid, zelfs in officiële publicaties en op de website. Prinses Anne werd in 1981 "Commandant-in-Chief" van het korps, na het overlijden van haar betovergrootmoeder prinses Alice, die in 1933 de eerste "Commandant-in-Chief" van het korps was.
Anno 2025 richt het korps zich op het inzetten van gespecialiseerde snelle interventieteams ter ondersteuning van civiele en militaire autoriteiten in crisissituaties. Recentelijk is het korps ingezet in reactie op de coronapandemie, onder andere in het NHS Nightingale Hospital in Londen, bij de lijkschouwers van Noord-Londen en Westminster, de Londense politie en de National Emergencies Trust Coronavirus Appeal. De leden trainen wekelijks en staan 24/7 paraat om te helpen in geval van een nationale noodsituatie. Het korps staat open voor vrouwelijke vrijwilligers tussen de 18 en 45 jaar die in of nabij Londen wonen of werken. De leden worden getraind in communicatie, eerste hulp, kaartlezen, navigatie en oriëntatie, schieten, zelfverdediging, overlevingstechnieken en gevorderde rijvaardigheid. Ze trainen ook samen met diverse militaire partners. Hun dagelijks uniform is vergelijkbaar met dat van het moderne Britse leger en bij formele gelegenheden dragen ze een uniform dat lijkt op het historische dienstuniform voor vrouwelijke leden van het Britse leger.[2]
Zie ook
- Queen Alexandra's Royal Naval Nursing Service, de militaire verpleegsters en verplegers
- Women's Royal Naval Service, de vrouwen van de Britse marine
- Queen Mary's Army Auxiliary Corps, de vrouwen van het Britse leger
- Women's Royal Air Force, de vrouwen van de Britse luchtmacht
- Women's Auxiliary Air Force, de vrouwen van de Britse luchtmacht (Tweede Wereldoorlog)
- Auxiliary Territorial Service, de vrouwenafdeling van het Brits leger tijdens de Tweede Wereldoorlog
Externe link
- Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel First Aid Nursing Yeomanry op de Engelstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.
- FANY, The history of the corps 1907-present
- ↑ (en) First Aid Nursing Yeomanry (Princess Royal's Volunteer Corps) (FANY (PRVC)). Register of charities. Geraadpleegd op 18 december 2025.
- ↑ (en) THE FIRST AID NURSING YEOMANRY (PRINCESS ROYAL'S VOLUNTEER CORPS) (PRVC). A Tribute to the Volunteer Military Reservists and Supporting Auxiliaries of Greater London. Geraadpleegd op 18 december 2025.
