Ernst Christian Hesse
| Ernst Christian Hesse | ||||
|---|---|---|---|---|
![]() | ||||
Links zit Hesse, met de rug naar de kijker. Zijn echtgenote Döbricht zit rechts. | ||||
| Geboortedatum | 14 april 1676 | |||
| Geboorteplaats | Großengottern | |||
| Overlijdensdatum | 16 mei 1762 | |||
| Overlijdensplaats | Darmstadt | |||
| Leermeester(s) | Wolfgang Carl Briegel[1] | |||
| Instrument(en) | viola da gamba | |||
| (en) MusicBrainz-profiel | ||||
| ||||
Ernst Christian Hesse (Großengottern, 14 april 1676 - Darmstadt, 16 mei 1762) was een Duitse gambist en componist. Tevens was hij werkzaam als oorlogscommissaris en raadsheer. Hesse wordt beschouwd als een van de belangrijkste gambisten van zijn tijd. Van zijn composities is slechts weinig bewaard gebleven.[2]
Levensloop
Hesse werd geboren als zoon van Hans Hesse (1651-1694) en Magdalena Dorothea Kirsten (1654-1695).[3] De jonge Ernst Christian volgde een schoolopleiding in Bad Langensalza en Eisenach. Hij viel toen al op vanwege zijn vaardigheden op de viola da gamba.
Aanstelling in Giessen en Darmstadt
In 1692 hoorde landgraaf Ernst Lodewijk van Hesse-Darmstadt de jonge Hesse spelen. De landgraaf wist Hesse te binden aan zijn hof te Giessen. Hesse ging hier ook een studie rechten volgen aan de universiteit. Twee jaar later ging Hesse mee naar het hof te Darmstadt, waar hij een aanstelling kreeg in de kanselarij. Verder speelde hij mee in het hoforkest, dat onder leiding stond van kapelmeester Wolfgang Carl Briegel. Hesse kreeg aan het hof van Darmstadt de kans zich verder te ontwikkelen als musicus. Ook ontving hij muziekonderricht van Briegel.
Studie in Parijs
Van 1698 tot 1701 studeerde Hesse, op kosten van de landgraaf, te Parijs bij de gambisten Antoine Forqueray en Marin Marais. Omdat deze twee gambisten elkaars grote rivalen waren en Hesse tegelijkertijd les bij hen wilde volgen, zou hij zich voor de zekerheid onder twee verschillende namen hebben ingeschreven: voor Marais heette hij Hesse, maar voor Forqueray heette hij Sachs. Toen de twee rivalen echter een competitie organiseerden en ze hun beste leerling - namelijk Hesse/Sachs - in wilden zetten, werd duidelijk dat het om een en dezelfde persoon ging. Marais en Forqueray besloten hierna een punt zetten achter hun onderlinge rivaliteit.[4]
Terug in Darmstad
Na zijn studieperiode in Parijs keerde Hesse terug naar het hof van Darmstadt om daar als gambist en vanaf 1702 ook als secretaris van oorlog aan de slag te gaan.
Eind 1703 huwde hij Anna Katharina Merck (1682-1713).[3] Het echtpaar kreeg zes kinderen.
Reizen
Hesse maakte in 1705 een tournee die hem naar Hamburg bracht, waar hij bevriend raakte met Georg Friedrich Händel. Hierna ging hij via Nederland naar Engeland, waar hij voor koningin Anne optrad.
In 1707 leidde Hesse in Darmstadt de muziekfestiviteiten ter ere van Georg, keurvorst van Hannover. Landgraaf Ernst Lodewijk benoemde hem nu tot directeur van de hofkapel, waar hij de oude Briegel kon ondersteunen.
In 1708 reisde Hesse samen met Filips van Hessen-Darmstadt, broer van Ernst Lodewijk, naar Mantua. Daar kreeg hij de mogelijkheid te studeren bij Antonio Vivaldi. Verder gaf Hesse diverse optredens in Italië en nam hij in Rome deel aan de opvoering van Händels oratorium La Resurrezione.
Na terugkomst in Darmstadt ging Hesse al weer snel op reis: in 1709 en 1710 bezocht hij Dresden en Wenen. In die laatste stad verzorgde hij samen met Pantaleon Hebenstreit een optreden voor keizer Jozef I.
Diverse functies
Vanaf 1 juni 1710 was Hesse opnieuw werkzaam in Darmstadt, waar hij nu een vaste aanstelling kreeg. Rond 1712 werd Hesses opera La fedeltà coronata hier opgevoerd.
Nadat zijn echtgenote Anna in 1713 was overleden, hertrouwde Hesse nog datzelfde jaar met Johanna Elisabeth Döbricht.[3] Zij was al sinds 1711 werkzaam aan de hofkapel als zangeres.[2] Het echtpaar kreeg veertien kinderen.
In 1714 stopte Hesse met zijn werk als kapeldirecteur vanwege onderlinge ruzies tussen de zangeressen, waaronder zijn echtgenote.[5] Hij kreeg nu een militaire post als oorlogscommissaris. Daarnaast gaf hij samen met zijn echtgenote concerten tijdens hun tournees. In Dresden zou hij in 1719 mogelijk met Händel diens concerto voor klavecimbel en viola da gamba hebben gespeeld tijdens de huwelijksfeesten van keurvorst Frederik August.[4]
Zijn muzikale werk raakte steeds meer op de achtergrond en in 1726 werd Hesse oorlogsadviseur. Verder had hij een florerende wijnhandel en bezat hij vastgoed waar hij zich intensief aan wijdde. Uiteindelijk speelde ook jicht een rol in zijn afnemende betrokkenheid bij het muziekleven in Darmstadt.
Ondanks zijn status als beroemd gambist heeft Hesse zich nauwelijks ingezet als docent. Hij heeft alleen gambales gegeven aan Johann Christian Hertel en aan zijn eigen zoon Ludwig Christian.
Werken
Van Hesses composities is vrijwel alles verloren gegaan. Hij heeft echter vele sonates en suites geschreven voor de viola da gamba, waarbij de Franse en Italiaanse invloeden goed merkbaar waren. Tevens componeerde hij vocale muziek voor gebruik in de kerk.[4]
Naast de opera La fedeltà coronota (1712) zijn uiteindelijk alleen een divertimento, een sonate voor fluit en een duo voor viola da gamba en basso continuo bewaard gebleven.[5]
- (en) Noack, Elisabeth; Steffen Voss, Hesse, Ernst Christian. Grove Music Online.
- ↑ Adam Adrio; "Briegel, Wolfgang Carl"; Neue Deutsche Biographie; pagina('s): 611-612; volume: 2.
- 1 2 (de) Hesse, Ernst Christian. www.darmstadt-stadtlexikon.de. Geraadpleegd op 24 augustus 2025.
- 1 2 3 (de) Hesse, Ernst Christian. Hessische Biografie. Geraadpleegd op 24 augustus 2025.
- 1 2 3 (en) Fritzsch, Thomas, Introduction (pdf) (januari 2014).
- 1 2 (en) Sadie, Julie Anne (1998). Companion to Baroque Music. Oxford University Press, pp. 216-217. ISBN 978-0-19-816704-4.
.jpg)