Egelboterbloem
| Egelboterbloem | ||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
![]() | ||||||||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||||
| ||||||||||||||||
| Soort | ||||||||||||||||
| Ranunculus flammula L. (1753) | ||||||||||||||||
| Afbeeldingen op | ||||||||||||||||
| Egelboterbloem op | ||||||||||||||||
| ||||||||||||||||
Egelboterbloem (Ranunculus flammula), voorheen ook wel egelgras[1], is een plantensoort uit de ranonkelfamilie (Ranunculaceae). De plant is giftig en de smaak van de plant is scherp vanwege het aanwezige anemonol, dat ook in anemonen voorkomt. Hierdoor wordt bij het vers eten van de plant het slijmvlies aangetast. Vee mijdt derhalve de plant.
Determinatie
Egelboterbloem is een vaste, kruidachtige plant. Ze heeft rechtopstaande of liggende en bewortelde stengels. De bladeren zijn enkelvoudig. Het onderste blad is langwerpig of eirond, de bovenste lancetvormig en ongesteeld. De bloeitijd loopt van mei of juni tot in de herfst. De bloeiwijze is alleenstaand of schermvormig. De bloemsteel is gegroefd. De bloemen zijn bleekgeel, glanzend en hebben een doorsnede van 0,8–2 cm. Er zijn vijf kroonblaadjes en vijf kelkblaadjes. Bovendien heeft de plant veel meeldraden. De plant vormt onbehaarde dopvruchten.
Ecologie
Egelboterbloem komt vooral voor op vochtige, moerassige plaatsen. Ze staat te boek als kensoort voor de klasse van kleine zeggen.
Externe link
- Egelboterbloem (Ranunculus flammula) op SoortenBank.nl (gearchiveerd) (gebaseerd op de Heukels23, dit is de voorlaatste uitgave)
- ↑ Siderius, K., 1900. Herbarium, J.A. Sleeswijk, Bussum
