Duinkerkenschild
| Duinkerkenschild | ||||
|---|---|---|---|---|
| Plaats uw zelfgemaakte foto hier | ||||
| Uitgereikt door | ||||
| Type | Ereteken | |||
| Bestemd voor | Omsingeld Heer en Kriegsmarine-personeel in de vesting Duinkerken. | |||
| Status | In onbruik geraakt | |||
| Beschrijving | Zie ontwerp | |||
| Statistieken | ||||
| Instelling | Eind februari 1945[1] | |||
| Totaal uitgereikt | ca.50[2] | |||
| Volgorde | ||||
| Volgende (hoger) | Geen | |||
| Gelijkwaardig | Arnhemschild, Stalingradschild | |||
| Volgende (lager) | Geen | |||
| ||||
Het Duinkerkenschild (Duits: Dünkirchenschild) werd eind februari 1945 door de Vizeadmiral Friedrich Frisius van de vesting Duinkerken tijdens de Tweede Wereldoorlog ingesteld. Het schild was een onofficiële, lokaal vervaardigde schild.
Geschiedenis
In een bevel van 4 september 1944 verklaarde Adolf Hitler Duinkerken tot vesting. Dit vestingbegrip omvatte zowel de haven als de stad Duinkerken zelf. In het kader van de verdediging van de vesting Duinkerken, die aanving na de geallieerde invasie in Normandië, ontstond onder leiding van Vizeadmiral Friedrich Frisius al snel het idee om een soort herinneringsschild te creëren voor de 12.000 tot 15.000 ingesloten Duitse verdedigers.[1][3][2]
Op 9 mei 1945 capituleerde de vesting Duinkerken uiteindelijk tegenover Franse, Britse en Tsjechische eenheden. Tijdens de belegering liet Frisius het zogenoemde Duinkerkschild vervaardigen uit geïmproviseerde metaalvoorraden en uitdelen aan militairen van het Heer, de Kriegsmarine en vermoedelijk ook aan een onbekend aantal leden van het Wehrmachtsgefolge (militairen en gemobiliseerde burgers die in dienst waren van de Duitse strijdkrachten, de Wehrmacht). Het doel hiervan was het versterken van het onderlinge saamhorigheidsgevoel.
De “toekenning” van het schild werd bevestigd door een aantekening in het Soldbuch (soldijboek).[3][1][2]
Het ontwerp
Het Duinkerkschild werd vervaardigd uit resterende metaalvoorraden, waaronder ijzerplaat en non-ferrometalen. Het schild meet, gemeten vanaf de onderzijde, 41 millimeter in hoogte en 34 millimeter in breedte. De vorm volgt het klassieke schildmodel. In het midden is de vuurtoren van Duinkerken afgebeeld. Links daarvan staat het getal 19 en rechts het jaartal 44 ingeslagen, die samen verwijzen naar 1944.
Boven de vuurtoren bevindt zich in hoofdletters het opschrift 'DUENKIRCHEN'. Aan de onderzijde van het schild zijn een ankerketting en een reliëf van opgewoelde zeegolven weergegeven.
Onofficieel schild
Het Duinkerkschild wordt niet beschouwd als een Kampfabzeichen van de Wehrmacht, aangezien — vergelijkbaar met het Fernspähtruppabzeichen — noch de instelling noch de toekenning ervan officieel heeft plaatsgevonden. Het Duinkerkschild werd daarom uitsluitend als een “traditie-insigne” aangemerkt.
De aantekening in het soldijboek gaf evenmin recht op officiële erkenning van het schild door het Bundesministerium des Innern. Om die reden is dit schild niet opgenomen in de Gesetz über Titel, Orden und Ehrenzeichen van 26 juli 1957.
Instellingsbeschikking
Nooit ingesteld.
Kwalificatie voor de toekenning
Nooit ingesteld.
Draagwijze
Het Duinkerkschild was nooit bedoeld als op de linkerbovenarm te dragen, maar werd gedragen aan de linkerzijde van de veldmuts, vergelijkbaar met het edelweiss-insigne (Mützenabzeichen[1]) van het wapenvak bergtroepen (Gebirgstruppe).[2][3]
Externe link
Zie ook
- Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel Dünkirchenschild op de Duitstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.
- (de) Klietmann, Kurt-G. (2004). Auszeichnungen Des Deutschen Reiches 1936-1945 (PDF), 11. Motorbuch Verlag, Stuttgart, p. 100. ISBN 3879436894.
- (en) Williamson, Gordon, Darko Pavlovic (2002). World War II German Battle Insignia (PDF). Osprey Publishing, Verenigd Koninkrijk, p. 24. ISBN 9781780965703.
- (en) Ailsby, Christopher (1987). Combat Medals of the Third Reich (PDF). Patrick Stephens, Wellingborough, Northamptonshire, p. 113. ISBN 0805598222.