Elio Di Rupo

Elio Di Rupo
Elio Di Rupo
Geboortedatum 18 juli 1951
Geboorteplaats Morlanwelz
Regio Vlag Wallonië Wallonië
Land Vlag van België België
Partij PS
Vlag van België Premier van België Vlag van België
Aangetreden 6 december 2011
Einde termijn 11 oktober 2014
Regering Di Rupo
Monarch Albert II
Filip
Voorganger Yves Leterme
Opvolger Charles Michel
9de minister-president van Wallonië
Aangetreden 12 juli 1999
Einde termijn 4 april 2000
Regering Di Rupo I
Voorganger Robert Collignon
Opvolger Jean-Claude Van Cauwenberghe
12de minister-president van Wallonië
Aangetreden 6 oktober 2005
Einde termijn 20 juli 2007
Regering Di Rupo II
Voorganger André Antoine (ad interim)
Opvolger Rudy Demotte
16de minister-president van Wallonië
Aangetreden 13 september 2019
Einde termijn 15 juli 2024
Regering Di Rupo III
Voorganger Willy Borsus
Opvolger Adrien Dolimont
Federaal vicepremier
Aangetreden 23 januari 1994
Einde termijn 12 juli 1999
Regering Dehaene I
Dehaene II
Voorganger Guy Coëme
Opvolger Laurette Onkelinx
Federaal minister van Economische Zaken
Aangetreden 23 juni 1995
Einde termijn 12 juli 1999
Regering Dehaene II
Voorganger Melchior Wathelet
Opvolger Rudy Demotte
Functies
1992-1993 Franse Gemeenschapsminister van Onderwijs
1993-1994 Franse Gemeenschapsminister van Onderwijs, het Audiovisuele en Ambtenarenzaken
1994 Franse Gemeenschapsminister van Onderwijs en het Audiovisuele
1994 Franse Gemeenschapsminister van Onderwijs en het Audiovisuele
1994-1995 Federaal minister van Verkeer en Overheidsbedrijven
1995-1999 Federaal minister van Telecommunicatie
1998-1999 Federaal minister van Buitenlandse Handel
Handtekening Handtekening
Officiële website
Portaal  Portaalicoon   België
Politiek

Elio Di Rupo (Morlanwelz, 18 juli 1951) is een Belgische politicus voor de Parti Socialiste (PS). Van 6 december 2011 tot 11 oktober 2014 was hij premier van België en werd meermaals minister en minister-president van de Waalse Regering.

Achtergrond, opleiding en eerste politieke stappen

Di Rupo is de jongste zoon in een kroostrijk gezin van Italiaanse immigranten. Zijn ouders waren afkomstig uit San Valentino in Abruzzo Citeriore in de regio Abruzzen. Elio was de enige van het gezin die in België geboren werd; zijn broers en zussen werden allen in Italië geboren. Toen hij een jaar oud was, overleed zijn vader nadat hij werd aangereden door een tankwagen en moest zijn moeder alleen voor de zeven kinderen zorgen. Om financiële redenen werden drie kinderen in een nabijgelegen weeshuis geplaatst. Zijn jeugd bracht Di Rupo door in Morlanwelz.

In 1970 voltooide Di Rupo de humaniora, na studies aan het Atheneum en daarna het Technisch Instituut van Morlanwelz, waarna hij met een studiebeurs wetenschappen ging studeren aan de Université de Mons-Hainaut in Bergen. In 1975 behaalde hij er een licentiaatsdiploma in de scheikunde en in 1978 een doctoraat in de scheikunde, met als titel De studie van het reactieve sinteren van zirkonium- en aluminiumoxide-alfa. Van 1975 tot 1977 werkte Di Rupo als wetenschappelijk onderzoeker aan de Université de Mons-Hainaut en van 1977 tot 1978 werkte hij als assistent en lector aan de Universiteit van Leeds in het Verenigd Koninkrijk.[1] Van 1978 tot 1979 was Di Rupo assistent op de Dienst Algemene Chemie en Materiaalwetenschappen van de Université de Mons-Hainaut, van 1979 tot 1982 wetenschappelijk onderzoeker aan het Institut interuniversitaire des matériaux en van 1982 tot 1985 onderzoeksdirecteur aan de Université de Mons-Hainaut. Van 1989 tot 2006 was hij aan deze universiteit ook hoofddocent aan de Faculteit Psychopedagogische Wetenschappen.

In 2015 kreeg hij een eredoctoraat in de internationale politieke en administratieve wetenschappen aan de universiteit van het Italiaanse Teramo.[2]

Politieke carrière

Kabinetsmedewerker

Tijdens zijn universitaire studies kwam Di Rupo voor het eerst in contact met de socialistische beweging. In 1977 werd hij actief bij de jongerenafdeling van de PS, waar hij werd opgemerkt door partijkopstuk Robert Urbain, die hem in 1978 uitnodigde om een federaal congres van de PS bij te wonen. Van 1981 tot 1982 werkte hij als kabinetsmedewerker van Jean-Maurice Dehousse, toenmalig Waals minister van Economie, en daarna was hij van 1982 tot 1985 attaché en van maart tot juli 1985 adjunct-kabinetschef van Waals minister van Begroting en Energie Philippe Busquin. Na zijn periode als kabinetsmedewerker was Di Rupo van 1985 tot 1987 hoofdinspecteur bij de energie-inspectie van het ministerie van het Waals Gewest.

Lokale politiek in Bergen

Zijn eerste verkozen politiek mandaat kwam er in oktober 1982, toen hij tot gemeenteraadslid van Bergen verkozen werd. In oktober 1986 werd hij in die stad schepen voor Gezondheid, Stadsvernieuwing en Sociale zaken en bleef dit tot in maart 1988, enkele maanden nadat hij was verkozen tot volksvertegenwoordiger. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 1988 behaalde Di Rupo het meeste aantal voorkeurstemmen op de PS-lijst in Bergen, waarmee hij stukken beter scoorde dan lijsttrekker Maurice Lafosse. Hij schoof zichzelf daarop naar voren als kandidaat-burgemeester, maar werd daarin niet gesteund door de lokale afdeling. Di Rupo aanvaardde geen schepenambt en werd fractieleider in de gemeenteraad. Begin 2001 volgde hij Lafosse uiteindelijk op als burgemeester van Bergen, hetgeen hij bleef tot in december 2018.[3] Van 2005 tot 2007 en van 2011 tot 2014 moest Di Rupo zich gedurende zijn ministeriële functies laten vervangen als burgemeester, omdat een combinatie van het burgemeesterschap met een ministerfunctie wettelijk is verboden.

Bij de lokale verkiezingen van oktober 2018 was hij in Bergen lijstduwer en haalde eerste schepen Nicolas Martin er als lijsttrekker meer voorkeurstemmen. Di Rupo liet de sjerp dan ook over aan Martin.[4] Wel bleef hij tot in december 2024 in de gemeenteraad van Bergen zetelen.

Parlementslid

In december 1987 werd Elio Di Rupo voor het arrondissement Bergen verkozen in de Kamer van volksvertegenwoordigers. Door de toen bestaande dubbelmandaten kwam hij hierdoor eveneens in de Waalse Gewestraad en Franse Gemeenschapsraad terecht. In de Kamer was Di Rupo lid van de commissies Financiën (1988-1989), Justitie (1988-1989) en Handels- en Economisch Recht (1989), in de Waalse Gewestraad lid van de commissies Energie, Leefmilieu en Landbouw (1988-1989) en Economie, KMO's en Openbaar Ambt (1989).

Bij de Europese verkiezingen in juni 1989 bekleedde Elio Di Rupo de eerste opvolgersplaats op de PS-lijst. Omdat de verkozen Anne-Marie Lizin aan haar mandaat verzaakte, kon hij in juli 1989 zitting nemen in het Europees Parlement, waardoor hij ontslag moest nemen uit zijn nationale parlementaire mandaten. Di Rupo bleef Europarlementslid tot in december 1991 en zetelde in de commissie Milieubeheer, Volksgezondheid en Consumentenbescherming, waarna hij terugkeerde naar de nationale politiek. Bij de verkiezingen van november 1991 werd hij immers verkozen tot rechtstreeks gekozen senator voor het arrondissement Bergen-Zinnik. Di Rupo bleef lid van de Senaat tot in mei 1995 en maakte toen de overstap naar de Kamer van volksvertegenwoordigers.

De PS-politicus bleef Kamerlid tot in januari 2001, van juni 1995 tot juni 1999 en van juli 1999 tot april 2000 onderbroken door zijn ministeriële functies, en nam toen ontslag om zich aan zijn functies als burgemeester van Bergen en partijvoorzitter te wijden. Van mei 2003 tot juni 2009 zetelde Di Rupo voor de kieskring Henegouwen opnieuw in de Kamer, weliswaar van oktober 2005 tot juni 2007 onderbroken door zijn functie als Waals minister-president. Na de Waalse verkiezingen van juni 2009 zetelde Di Rupo tot in juni 2010 een jaar lang voor het arrondissement Bergen in het Waals Parlement en het Parlement van de Franse Gemeenschap. In juni 2010 werd Di Rupo opnieuw verkozen in de Kamer van volksvertegenwoordigers, om er tot aan het begin van zijn premierschap in december 2011 te zetelen. Na de verkiezingen van mei 2014 werd hij weer Kamerlid en bij de federale verkiezingen van mei 2019 werd hij een laatste keer verkozen als lijsttrekker voor zijn partij in de kieskring Henegouwen.[5] In september 2019 kwam zijn lidmaatschap van de Kamer ten einde toen hij Waals minister-president werd.

Bij de Europese verkiezingen van juni 2024 was Di Rupo lijsttrekker voor zijn partij.[6] Met 181.797 stemmen werd hij verkozen voor het Europees Parlement. De PS-politicus trad er toe tot de commissie Buitenlandse Zaken en de subcommissie (vanaf januari 2025 commissie) Veiligheid en Defensie.

Ministerschappen

In januari 1992 nam Elio Di Rupo op 40-jarige leeftijd in de regering van de Franse Gemeenschap zijn eerste ministerfunctie op met Onderwijs en vanaf mei 1993 ook Audiovisuele Media en Openbaar Ambt onder zijn bevoegdheid. Als minister voerde hij met zijn collega-minister van Hoger Onderwijs Michel Lebrun een belangrijke hervorming door in het Franstalig onderwijs.

Toen de PS-ministers Guy Coëme, Guy Spitaels en Guy Mathot in januari 1994 aftraden omdat ze genoemd werden in het Agustaschandaal, een corruptiezaak rond de aankoop van legerhelikopters, stapte Di Rupo over naar de federale regering als vicepremier en minister van Verkeer en Overheidsbedrijven, twee functies waarin hij Guy Coëme opvolgde. Na de verkiezingen van mei 1995 bleef Di Rupo in juli 1995 vicepremier in de regering-Dehaene II. Als vakminister werd hij tot in juli 1999 bevoegd voor Economische en Telecommunicatie en had hij vanaf juli 1998 ook Buitenlandse Handel als bevoegdheid. Als federaal vicepremier werkte Di Rupo mee aan de uitvoering van het Globaal Plan, het sociaal-economisch herstelplan dat België in de eurozone moest loodsen. Ook kreeg hij de gedeeltelijke privatisering van telecombedrijf Belgacom op zijn bord, net als de onderhandelingen die leiden tot de verkoop van vliegmaatschappij Sabena aan het Zwitserse Swissair. Daarnaast beheerde hij de dossiers rond de aanpak van de schuldenproblematiek bij de spoorwegmaatschappij NMBS en de reorganisatie van De Post.

Beschuldigingen van pedofilie

In de nasleep van de zaak-Dutroux, het pedofilieschandaal dat het vertrouwen in de politieke en gerechtelijke instellingen ernstig onder druk zette, lekte in november 1996 uit dat hij ervan werd beschuldigd seksuele betrekkingen te hebben gehad met een minderjarige. Het Hof van Cassatie opende met toestemming van een bijzondere commissie in de Kamer een gerechtelijk onderzoek. Di Rupo hield zijn onschuld staande en ontkende met klem de beschuldigingen. Omdat de situatie voor de federale regering onhoudbaar dreigde te worden door de intensiteit van de verdachtmakingen, zou premier Jean-Luc Dehaene aan Di Rupo gevraagd hebben om af te treden, maar zegde hem toch zijn steun toe toen hij dit niet deed.[7] Na het gerechtelijke onderzoek, dat in december 1996 werd afgerond, bleek dat de beschuldigingen nergens op gebaseerd waren. De persoon die Di Rupo had beschuldigd, ene Olivier Trusgnach, bleek de aantijgingen volledig te hebben verzonnen.[8]

Partijvoorzitter en Waals minister-president

Na de federale en regionale verkiezingen van juni 1999, waarbij mede door de dioxinecrisis de christendemocraten zware verliezen leden, voerde Di Rupo mee de onderhandelingen met de Vlaamse socialisten van de sp.a, de liberalen en de groenen voor de vorming van de paarsgroene regering-Verhofstadt I. Zelf nam hij de functie van minister-president van het Waals Gewest op, waarbij hij tevens werd belast met de bevoegdheden Structurele Fondsen en Internationale Betrekkingen, maar reeds in oktober van dat jaar verkozen de partijleden hem tot partijvoorzitter als opvolger van Philippe Busquin en in april 2000 nam hij ontslag als minister-president ten voordele van Jean-Claude Van Cauwenberghe. Tijdens zijn korte minister-presidentschap lanceerde hij het "Toekomstcontract voor Wallonië", die de reconversie van de Waalse economie moest stimuleren en zich richtte op een diversifiëring van de economie met een focus op duurzame ontwikkeling. In 2002 kreeg Di Rupo de eretitel Minister van Staat. Ook is hij ridder in de Leopoldsorde en was hij vanaf november 1999 ondervoorzitter van de Socialistische Internationale en in 2002 lid van de Conventie over de Toekomst van Europa.

Als pas verkozen partijvoorzitter was Di Rupo genoodzaakt bij de PS een generatiewissel door te voeren en een nieuwe koers te zoeken. Bij de federale en regionale verkiezingen van 1995 en 1999 kreeg de PS zware klappen, onder meer door de corruptieschandalen van de jaren 90 zoals het Agustaschandaal en de UNIOP-affaire waarbij vooraanstaande PS-politici betrokken waren. De PS was sinds 1988 onafgebroken aan de macht (zowel regionaal als federaal), maar de liberale PRL (nu MR) werd bij de verkiezingen in 1999 ongeveer even groot. Daarnaast groeide Ecolo tot een belangrijke politieke formatie uit. Di Rupo besefte dat drastische actie nodig was om de positie van de PS te herstellen. Hij lanceerde een nieuwe generatie partijkopstukken waaronder Marie Arena en probeerde de linkse krachten in Wallonië rond zich te verenigen. Met succes, want in de federale verkiezingen van mei 2003 bereikte de PS opnieuw het electorale niveau van 1991 en liet ze de MR ver achter zich. Als gevolg van deze overwinning werd Di Rupo in de daaropvolgende regeringsformatie benoemd tot informateur. Nadat uittredend premier Guy Verhofstadt de fakkel overnam als formateur, zat hij mee aan tafel bij de vorming van de paarse regering-Verhofstadt II. Bij de regionale verkiezingen van juni 2004 werd de PS bovendien ook in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest opnieuw de grootste partij.

Di Rupo wisselde na 2004 de liberale coalitiepartner in voor de christendemocraten, zowel in het het Waals Gewest, de Franse Gemeenschap als het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (in Brussel uitgebreid met Ecolo). Daardoor ontstonden coalities die afweken van de zittende federale coalitie die toen bestond uit liberalen en socialisten.

In oktober 2005 werd Di Rupo opnieuw minister-president van het Waals gewest, nadat Jean-Claude Van Cauwenberghe ontslag nam onder druk van beschuldigingen in een zaak van belangenverstrengeling bij de sociale huisvestingsmaatschappij La Carolorégienne. De combinatie van een ministerambt met het partijvoorzitterschap was en is in de Belgische politiek ongebruikelijk en een bijzondere machtsconcentratie, aangezien partijvoorzitters in de praktijk een invloedrijke rol spelen op zowel het regionale als het federale politieke niveau. Bij zijn aantreden beklemtoonde Di Rupo werk te zullen maken van het wegwerken van politieke normvervaging en corruptie, die de partij opnieuw teisterde.

Na zijn aanstelling tot minister-president nam Di Rupo ontslag uit de raden van bestuur van Dexia en Ethias, mandaten die hij respectievelijk sinds november 2004 en februari 2005 uitoefende. De tantièmes en het presentiegeld voor de bestuurdersmandaten bij Dexia werden rechtstreeks aan de stichting van openbaar nut "Franz Aubry" gestort.

Tijdens zijn tweede termijn als Waals minister-president lag hij aan de basis van het zogenaamde Marshallplan voor Wallonië, dat in navolging van het Toekomstcontract voor Wallonie de economische heropleving van de regio in goede banen moest leiden en het economisch weefsel structureel moest heroriënteren. Het was een ambitieus investerings- en hervormingsplan dat strategische accenten legde op digitale en technologische innovatie, onderzoek en opleiding, de oprichting van economische zones voor bedrijven, competitiviteit en administratieve vereenvoudiging. In juli 2007 nam Di Rupo ontslag als minister-president na zijn herverkiezing als partijvoorzitter en na een zware verkiezingsnederlaag voor de PS bij de federale verkiezingen, waarbij de partij haar positie als grootste Franstalige partij verloor aan de liberale MR. Zijn partijgenoot Rudy Demotte volgde hem op als minister-president van het Waalse Gewest.

Na de verkiezingen van 2007 kozen de Franstalige socialisten initieel voor de oppositie. De liberalen en de christendemocraten slaagden er echter niet in om een regering te vormen en de onderhandelingen mondden bovendien uit in een institutionele crisis, waardoor PS uiteindelijk bij de gesprekken werd betrokken en tussen december 2007 en december 2011 deel uitmaakte van een regering met de liberalen en de christendemocraten. Bij de regionale verkiezingen van juni 2009 slaagde de PS erin opnieuw de grootste partij van Wallonië te worden.

Eerste minister

Elio Di Rupo met de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton. Brussel, 18 april 2012.
Elio Di Rupo en Didier Reynders worden ontvangen door de Nederlandse eerste minister Mark Rutte. Den Haag, 7 november 2013.

In juni 2010 werden er vervroegde federale verkiezingen gehouden nadat de regering-Leterme II er niet in slaagde een akkoord te vinden over de splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde. De PS won overtuigend de verkiezingen in Wallonië en in juli 2010 werd Di Rupo door de koning tot preformateur benoemd. Hij slaagde er niet in om een akkoord te bereiken en gaf na de zomer zijn opdracht terug aan de koning. Van juni 2010 tot december 2011 beleefde België de langste regeringscrisis in het moderne Europa. Bij de aanslepende regeringsonderhandelingen werd Di Rupo op 16 mei 2011 door Koning Albert II tot formateur benoemd met de opdracht elk initiatief te nemen om een federale regering te vormen. Nadat N-VA afhaakte, lukte het hem om met de Vlaamse socialisten, de liberalen en de christendemocraten een meerderheid te vormen voor een programma voor een nieuwe federale regering. Naar zijn steevast gedragen vlinderdas werd de overeenkomst die Di Rupo na anderhalf jaar onderhandelen eind november wist te sluiten het vlinderakkoord genoemd. Hierbij werd niet enkel de splitsing van BHV geregeld, maar ook de hervorming van de financieringswet, de vernieuwing van de Senaat en de overheveling van bijna 17 miljard euro aan federale bevoegdheden naar de gewesten en de gemeenschappen, onder meer op het vlak van arbeidsmarkt, gezondheidszorg, economie, justitie en mobiliteit.

Op 5 december 2011 werd hij premier van België in opvolging van Yves Leterme. Het nieuwe kabinet werd een dag later beëdigd. Tijdens zijn premierschap bleef Di Rupo titelvoerend partijvoorzitter van de PS, maar werden zijn taken als voorzitter waargenomen door een vervanger. Eerst was dat Thierry Giet, vanaf januari 2013 was Paul Magnette waarnemend voorzitter van de partij. Als premier richtte Di Rupo zich op de sanering van de overheidsfinanciën, met een mengeling van besparingen en belastingverhogingen. Zijn beleid kreeg echter vanuit linkse hoek de kritiek dat het sociaal onevenwichtig was, met als gevolg dat de PS bij de verkiezingen van mei 2014 een lichte neergang optekende ten voordele van de radicaal-linkse PTB, dat voor het eerst in het parlement kwam.

Als Franstalige nam Elio Di Rupo lessen Nederlands, maar desondanks was zijn kennis van de taal vaak onderwerp van kritiek.[9]

Na het premierschap

Na de verkiezingen van mei 2014 werd de PS naar de federale oppositie verwezen en werd in oktober 2014 de regering-Michel I geïnstalleerd, waarop Di Rupo zijn functies als burgemeester van Bergen weer opnam. Zijn ambt van partijvoorzitter had hij reeds in juli 2014 terug opgenomen, omdat Paul Magnette die functie opgaf om minister-president van de Waalse regering te worden. De partij bleef in het Waals Gewest, de Franse Gemeenschap en het Brussels Gewest wel aan zet, maar in 2017 blies coalitiepartner cdH de Waalse regering met de PS op na de schandalen rond Publifin en Samusocial, waarbij PS-mandatarissen waren betrokken, waarop een nieuwe meerderheid met de liberale MR werd gevormd en PS op Waals niveau in de oppositie belandde. Ondanks deze schandalen wist de PS bij de verkiezingen van mei 2019 de grootste Franstalige partij te blijven, maar boekte ze haar slechtste resultaat tot dan toe.

Als partijvoorzitter onderhandelde hij over de nieuw te vormen Waalse Regering en de Franse Gemeenschapsregering. In september 2019 werden in beide een coalitie gevormd tussen PS, Ecolo en MR. Di Rupo werd zelf minister-president in de Waalse Regering Di Rupo III. Enkele dagen later legde hij zijn mandaat als voorzitter van de PS neer.[10] Op 19 oktober 2019 werd Paul Magnette, die al jaren als de kroonprins van Di Rupo werd beschouwd, tot zijn opvolger verkozen.[11]

Tijdens zijn derde termijn als Waals minister-president kwam Di Rupo met het Get Up Wallonia-plan, dat de belangrijke prioriteiten bevatte voor de relance van de Waalse economie na de coronacrisis en het vormgeven van de Waalse economie van 2030. Hierbij werd het accent gelegd op economische ontwikkeling, ecologische duurzaamheid en sociale hervormingen. Ook kwam zijn regering met investeringsplannen in publieke huisvesting en infrastructuurprojecten en met maatregelen om de werkgelegenheid omhoog te stuwen. Daarnaast behoorde de aanpak van de coronacrisis tot de belangrijkste taken van de regering, net als de wederopbouw na de verwoestende overstromingen van juli 2021 in het Vesderdal en het verzachten van de gevolgen van de energiecrisis die onder meer ontstond door de Russische invasie van Oekraïne. Di Rupo bleef minister-president tot en met 15 juli 2024 en werd toen opgevolgd door Adrien Dolimont.

Communautaire visie

Di Rupo toonde zich zijn hele politieke carrière lang een fervent verdediger van een federaal België gestoeld op wederzijdse solidariteit tussen de gewesten en met de sociale zekerheid als bindmiddel van het land. Hij wilde daarom niet weten van institutionele hervormingen die België richting het confederalisme zouden doen evolueren, hetgeen volgens hem onvermijdelijk tot een splitsing van België zou leiden, en stond ook afkerig tegenover het Waals-nationalisme. Niettemin toonde hij compromisbereidheid richting de Vlaamse communautaire eisen omdat hij dat noodzakelijk vond om het land stabiel te houden en stemde hij bij de regeringsvorming van 2010-2011 in met een grondig hervormde federale staat waarbij de gewesten een ruimere autonomie kregen toebedeeld. Ook stond hij open voor een omvorming van het federale model met drie gewesten en drie gemeenschappen tot een model met vier deelstaten (Vlaanderen, Wallonië, Brussel en Duitstalig België) die op gelijke voet met elkaar stonden.[12]

Persoonlijk

Als een van de eerste hoge Belgische politici is Di Rupo open over zijn homoseksualiteit. Elio Di Rupo is vrijmetselaar en Rome-kenner.

Onderscheidingen

Zie ook

Voorganger:
Guy Coëme
Federaal vice-eersteminister
1994-1999
Opvolger:
Laurette Onkelinx
Voorganger:
Guy Coëme
Federaal minister van Verkeer en Overheidsbedrijven
1994-1995
Opvolger:
Michel Daerden
Voorganger:
Melchior Wathelet
Federaal minister van Economische Zaken
1995-1999
Opvolger:
Rudy Demotte
Voorganger:
Philippe Maystadt
Federaal minister van Buitenlandse Handel
1998-1999
Opvolger:
Pierre Chevalier
Voorganger:
Elio Di Rupo
Federaal minister van Telecommunicatie
1995-1999
Opvolger:
Rik Daems
Voorganger:
Philippe Busquin
Partijvoorzitter van de PS
1999-2019
Waarnemend: Thierry Giet (2011-2013) en Paul Magnette (2013-2014)
Opvolger:
Paul Magnette
Voorganger:
Robert Collignon
Waals minister-president
1999-2000
Opvolger:
Jean-Claude Van Cauwenberghe
Voorganger:
Maurice Lafosse
Burgemeester van Bergen
2001-2018
Opvolger:
Nicolas Martin
Voorganger:
Jean-Claude Van Cauwenberghe
Waals minister-president
2005-2007
Opvolger:
Rudy Demotte
Voorganger:
Yves Leterme
Premier van België
2011-2014
Opvolger:
Charles Michel
Voorganger:
Willy Borsus
Waals minister-president
2019-2024
Opvolger:
Adrien Dolimont
Zie de categorie Elio Di Rupo van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.