Concentratiekamp Jägala
| Concentratiekamp Jägala | ||||
|---|---|---|---|---|
![]() Locatie Jägala in Estland
| ||||
| Ingebruikname | augustus 1942 | |||
| Gesloten | augustus 1943 | |||
| Locatie | Jägala | |||
| Land | Estland | |||
| Verantwoordelijk land | Nazi-Duitsland | |||
| Coördinaten | 59° 25′ NB, 25° 14′ OL | |||
| Dodental | ca. 5000 | |||
![]() | ||||
Herdenkingsmonument Kalevi-Liiva | ||||
| ||||
Concentratiekamp Jägala was tijdens de Duitse bezetting van Estland in de Tweede Wereldoorlog een werkkamp van de Estse Veiligheidspolitie en de SD. Het kamp werd in augustus 1942 opgericht op een voormalig artillerieterrein van het Estse leger, nabij het dorp Jägala in Estland. Het bestond van augustus 1942 tot augustus 1943. De Est Aleksander Laak werd door SS-Sturmbannführer Ain-Ervin Mere van Groep B van de Estse Veiligheidspolitie aangesteld als commandant van het kamp, met Ralf Gerrets als zijn assistent.
Officieel gold Jägala als een zogenoemd arbeidsopvoedingskamp (Arbeitserziehungslager) voor gedwongen arbeid in de bosbouw en op het land. In het kamp verbleven Joden die uit andere landen naar Estland waren gedeporteerd, waaronder Litouwen, Tsjecho-Slowakije, Duitsland en Polen. Ongeveer 3.000 Joden die bij aankomst op het station van Raasiku niet voor arbeid werden geselecteerd, werden rechtstreeks vanaf het station naar de nabijgelegen vernietigingsplaats Kalevi-Liiva gebracht en daar doodgeschoten. Tot de slachtoffers behoorden ook de eerste echtgenoot en zoon van Charlotte Kaletta.
Het kamp telde nooit meer dan 200 gevangenen en had slechts een korte bestaansduur van enkele maanden. In november 1942 werd gemeld dat er 53 mannen en 150 vrouwen verbleven. Het merendeel van de gevangenen werd uiteindelijk overgebracht naar de Centrale Gevangenis van Tallinn. Ongeveer de helft werd in december 1942 verplaatst, de overige gevangenen volgden in juni en juli. In augustus 1943 werd het kamp gesloten en werden de meeste overgebleven gevangenen doodgeschoten. Enkele zieke gevangenen werden in het kamp zelf geëxecuteerd, terwijl circa vijftien opgenomen patiënten naar Kalevi-Liiva werden gebracht om daar te worden vermoord. Laak doodde daarnaast drie vrouwen, van wie één zijn seksslavin was. In september 1943 werd het kamp ontmanteld.
De schattingen van het aantal slachtoffers van het concentratiekamp Jägala lopen uiteen. Sovjetonderzoekers concludeerden dat in Jägala en Kalevi-Liiva samen tussen de 2.000 en 3.000 mensen werden gedood, maar in het vonnis werd het aantal van 5.000 opgenomen, zoals vastgesteld door de Buitengewone Staatscommissie in 1944.
In modernere bronnen wordt soms gesproken van 10.000 slachtoffers in Jägala. De Estse Internationale Commissie voor het Onderzoek naar Misdaden tegen de Menselijkheid en schattingen van historici plaatsen het totale aantal Joodse slachtoffers in Estland in de periode 1941–1944 echter rond de 8.500.
Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel Jägala concentration camp op de Engelstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.

