Chileense landschildpad

Chileense landschildpad
IUCN-status: Kwetsbaar[1] (1996)
Een exemplaar uit Argentinië.
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Chordata (Chordadieren)
Klasse:Reptilia (Reptielen)
Orde:Testudines (Schildpadden)
Familie:Testudinidae (Landschildpadden)
Geslacht:Chelonoidis
Soort
Chelonoidis chilensis
Gray, 1870
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Chileense landschildpad op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Herpetologie

De Chileense landschildpad[2] (Chelonoidis chilensis) is een schildpad uit de familie landschildpadden (Testudinidae).[3]

Naam en indeling

De soort wordt ook wel Argentijnse schildpad genoemd.[4]

De wetenschappelijke naam van de soort werd voor het eerst voorgesteld door John Edward Gray in 1870. Oorspronkelijk werd de wetenschappelijke naam Testudo (Gopher) chilensis gebruikt. De soortaanduiding chilensis betekent vrij vertaald 'levend in Chili'. Er werden vroeger drie ondersoorten erkend, maar deze verdeling wordt tegenwoordig beschouwd als verouderd.

Verspreiding en habitat

De Chileense landschildpad komt voor in delen van Zuid-Amerika en leeft in de landen Argentinië, Bolivia en Paraguay. Ondanks de Nederlandstalige naam en de wetenschappelijke soortnaam chilensis (= in Chili levend) komt de schildpad dus niet voor in Chili. De habitat bestaat uit bergstreken, woestijnen en halfwoestijnen met enige begroeiing. De soort is aangetroffen van zeeniveau tot op een hoogte van meer dan 1000 meter boven zeeniveau.

Uiterlijke kenmerken

De schildpad bereikt een maximale schildlengte tot ongeveer 43 centimeter maar blijft meestal aanzienlijk kleiner tot 25 cm. Het rugschild heeft een geelbruine tot donkerbruine kleur met zwarte vlekken, vooral langs de schildplaten. Een nuchaalschub ontbreekt. Het schild is ovaal en afgeplat van vorm. De marginaalschubben zijn iets omhoog gekromd aan de voorzijde van het schild.[5] Het buikschild is geelbruin van kleur met donkere strepen langs de schildplaten.De plastronformule is als volgt: abd > hum >< fem > gul > pect >< an.[5] De kop is bijna vierkant van vorm en heeft geen uit-stekende punt. De kleur van de huid van de kop en ledematen is grijs.

Mannetjes zijn van vrouwtjes te onderscheiden door een langere en dikkere staart en een iets holler buikschild.

Levenswijze

Verspreidingsgebied in het rood.

De dieren zijn na ongeveer twaalf jaar volwassen. De paartijd loopt van november tot december. Mannetjes bevechten elkaar in de paartijd en kunnen elkaar bloederige verwondingen toebrengen. Tijdens de paring maken ze een nasaal geluid. De vrouwtjes graven het nest van januari tot maart. Ze graven met de achterpoten een holte uit die de vorm heeft van een schoen. Het aantal eieren varieert ven enkele tot zeven per legsel. Per seizoen kunnen tot drie legsel worden afgezet. De eieren hebben een witte broze schaal en zijn enigszins rond tot ovaal van vorm. Ze hebben een diameter van ongeveer 40 millimeter. Na een jaar tot zestien maanden komen de jongen uit, zijn hebben een schildlengte van 45 tot 65 millimeter. De eieren worden gegeten door onder andere vossen en gordeldieren, de jongere schildpadden vallen ten prooi aan poemas en grote roofvogels. De maximale levensverwachting bedraagt ongeveer veertig jaar.[6]

De winterslaap wordt doorgebracht in zelf gegraven holen en kan vijf maanden duren. Het voedsel bestaat uit grassen, fruit en cactussen. De schildpad is in staat om water te ruiken en drinkt vaak alleen na een regenbui.

Beschermingsstatus

De Chileense landschildpad werd vroeger op grote schaal gevangen om als huisdier te houden. Jaarlijks werden er 75.000 exemplaren uit het wild gehaald, daarnaast wordt het natuurlijke leefgebied te intensief begraasd door vee.[6] Door de internationale natuurbeschermingsorganisatie IUCN is de beschermingsstatus 'kwetsbaar' toegewezen (Vulnerable of VU).[7]

Bronvermelding