Céleste Bulkeley

Céleste Bulkeley
Céleste Bulkeley in de strijd. Afbeelding uit ca. 1900
Céleste Bulkeley in de strijd. Afbeelding uit ca. 1900
Algemene informatie
Volledige naam Céleste Julie Michèle Talour de La Cartrie
Geboren 14 mei 1753
Angers
Overleden 13 maart 1832
Angers
Nationaliteit Vlag van Frankrijk Frankrijk
Bekend van opstand in de Vendée
Overig
Politiek monarchisme

Céleste Bulkeley (Angers, 14 mei 1753 - aldaar, 13 maart 1832), geboren Céleste Julie Michèle Talour de La Cartrie, was een Franse aristocrate. In de Franse Revolutie stond zij aan de kant van de royalisten.

Tijdens de opstand in de Vendée (1793-1796) nam zij aan het hoofd van een gewapende eenheid zelf deel aan de strijd. Zij behoort tot de kleine groep vrouwelijke strijders rond legerleider François Charette de La Contrie die 'de amazones van Charette' wordt genoemd.

Eind 1793 werd ze op de vlucht met haar gezin door republikeinen gearresteerd. Haar man werd enkele dagen later geguillotineerd. Zij zat zelf een half jaar gevangen, samen met haar twaalfjarige dochter die in de gevangenis stierf. Na haar vrijlating nam ze de wapens weer op. Zij bleef Charette steunen tot er met zijn executie in maart 1796 een eind kwam aan het conflict in de Vendée.

Jeugd en huwelijk

Céleste Talour de La Cartrie was een dochter van Guy Barthélemy Talour de la Cartrie en Jeanne Ollivier. Zij bracht haar jeugd door op kasteel Villenière in la Pouëze. Zij was een van de jongste kinderen in een zeer groot gezin, en kreeg een strenge, conservatief adellijke opvoeding.[1]

In 1779 trouwde ze met Louis Chappot de la Brossardière. Het echtpaar woonde op kasteel Brossardière bij La-Roche-sur-Yon in de Vendée; in 1781 werd hun dochter Aminthe geboren. Chappot stierf in 1785; Céleste werd bewindvoerder voor hun minderjarige dochter.

In 1786 hertrouwde ze met William Bulkeley, een Ierse officier die in het Franse leger diende.[2] In 1788 werd zijn regiment gestationeerd in île-de-France (tegenwoordig Mauritius). Céleste Bulkeley en haar dochter reisden met hem mee en woonden bijna drie jaar op het eiland. In 1790 keerden ze terug naar continentaal Frankrijk, waar de Franse Revolutie in volle gang was. William Bulkeley was een royalist; hij nam ontslag uit het leger omdat hij niet bereid was onder de revolutionaire machtshebbers te dienen. De Bulkeleys vestigden zich op kasteel Brossadière.[1]

Opstand in de Vendée

François Charette de la Contrie

In maart 1793 brak de contra-revolutionaire opstand in de Vendée uit. Mogelijk tegen zijn zin nam Bulkeley het bevel op zich over een groep lokale opstandelingen. Onder zijn leiding namen ze op 14 maart het dorp La-Roche-sur-Yon in. Later die maand sloten ze zich aan bij de troepen van opstandelingenleider Jean-Baptiste Joly.[2] Naar verluidt nam Céleste Bulkeley zelf aan het hoofd van een groep jagers (lichte infanterie) deel aan de gewapende strijd. Zij stond erop tijdens de strijd een rij-kostuum te dragen, en geen mannenkleren 'zoals vrouwen uit het volk'. In augustus wisten de republikeinse troepen La-Roche-sur-Yon te heroveren. Céleste Bulkeley zou er voorstander van zijn geweest om voor hun vlucht uit La Roche de republikeinse gevangenen te executeren. Haar man zou dit hebben voorkomen.[1]

Samenwerking met Charette

De Bulkeleys weken uit naar het kamp van legerleider François Charette de la Contrie in Legé. Charette stond erom bekend dat hij ook een aantal (adellijke) vrouwen in zijn troepen had opgenomen; zij zijn de geschiedenis ingegaan als 'de amazones van Charette'. Met een van hen, Marie Adélaïde de La Touche Limouzinière, gravin de la Rochefoucauld, had hij een relatie toen de Bulkeleys zich bij hem voegden. Ook Charettes zuster Marie-Anne Charette speelde een belangrijke rol in het kamp. Het is onduidelijk of Céleste Bulkeley ook een verhouding met Charette heeft gehad.[1][3]

De Bulkeleys namen allebei deel aan de gevechten bij Torfou en Saint-Fulgent. Céleste raakte bij de slag bij Torfou gewond. In de herfst van 1793 verlieten ze Legé, en voegden zich bij het Katholieke en Koninklijke Leger, een grotere en meer gedisciplineerde royalistische strijdmacht. De royalisten leden echter kort daarna een grote nederlaag.

Gevangenschap en einde van de opstand

William en Céleste Bulkeley sloegen op de vlucht, met Célestes twaalfjarige dochter Aminthe. Ze probeerden La Pouëze te bereiken, waar Célestes broer nog woonde, maar werden op 24 december 1793 gearresteerd. Een revolutionaire militaire commissie in Angers veroordeelde hen op 2 januari 1794 ter dood. William Bulkeley werd nog dezelfde dag geguillotineerd. Céleste Bulkeley claimde dat ze zwanger was, en kreeg daarom uitstel van executie. Ze werd gevangengezet, samen met Aminthe die op 11 februari in de gevangenis stierf. Het is onduidelijk of Céleste echt in verwachting is geweest, of dat dit een uitvlucht was om haar leven te redden.[2][4]

Céleste Bulkeley werd na het einde van de Terreur in juli 1794 vrijgelaten. Zij voegde zich weer bij Charette, die een guerillastrijd voerde tegen de regeringslegers. Nog steeds speelden vrouwen een rol in zijn leger. De gravin de La Rochefoucauld was inmiddels door de republikeinen geëxecuteerd, maar Victoire Dufief en Elisabeth de Monsorbier hadden zich bij hem aangesloten. Charette plaatste Céleste Bulkeley weer aan het hoofd van een eenheid. Zij was in oktober 1794 betrokken bij een aanval op het kasteel van Givre, bij Saint-Cyr-en-Talmondais.[1][3]

Zij reisde met Charette naar La Jaunaye, maar was niet betrokken bij de onderhandelingen tussen royalisten en republikeinen die in februari 1795 leidden tot het vredesakkoord van La Jaunaye. Zij keerde aanvankelijk terug naar kasteel Brossadière, maar sloot zich weer aan bij Charette toen die in juni van dat jaar opnieuw ten strijde trok. De executie van Charette in maart 1796 betekende het einde van de opstand in de Vendée.

Latere leven

Céleste Bulkeley vestigde zich na de dood van Charette definitief op kasteel Brossadière. In oktober 1797 hertrouwde ze met Jacques Thoreau de la Richardière, die echter al binnen een jaar overleed. In 1803 trouwde ze voor de vierde keer, met de republikeinse officier François Pissière, en leefde met hem een conventioneel leven als officiersvrouw.[1]

Na het herstel van de monarchie onder het Huis Bourbon in 1814 kreeg ze een officiële dankbetuiging van koning Lodewijk XVIII voor haar inzet in de royalistische zaak. Zij stierf in 1832 op 78-jarige leeftijd in Angers.