Bon Secours Mother and Baby Home

Zich op het massagraf van het Bon Secours Mother and Baby Home, Tuam

Het Bon Secours Mother and Baby Home, ook bekend als St. Mary’s Mother and Baby Home, was een Katholiek moeder- en kindhuis in Tuam (County Galway, Ierland) waar tussen 1925 en 1961 ongehuwde moeders en hun kinderen werden ondergebracht. De instelling werd beheerd door de katholieke congregatie Zusters van Bon Secours. Het tehuis kreeg internationale bekendheid na onthullingen over ernstige misstanden, waaronder een uitzonderlijk hoge kindersterfte, gedwongen adopties en het ontbreken van reguliere begrafenissen voor overleden kinderen.[1]

Geschiedenis

Het moeder-en-kindhuis in Tuam maakte deel uit van een breder netwerk van dergelijke huizen in Ierland, bedoeld voor vrouwen die ongewenst zwanger waren geraakt buiten het huwelijk. In de eerste helft van de 20e eeuw werden deze vrouwen vaak sociaal gestigmatiseerd. De instellingen boden onderdak, maar functioneerden ook als gesloten omgevingen waarin vrouwen weinig autonomie hadden en verplicht arbeid verrichtten.[2]

Kindersterfte

Uit historisch onderzoek blijkt dat in het tehuis in Tuam circa 796 baby’s en jonge kinderen zijn overleden gedurende de periode dat de instelling actief was. Dit sterftecijfer lag aanzienlijk hoger dan het nationale gemiddelde in dezelfde periode. Voor veel van deze kinderen ontbraken individuele begrafenisregisters of grafmarkeringen.[3]

Ontdekking van massagraven

In 2014 bracht de Ierse historica Catherine Corless aan het licht dat de overlijdensakten van honderden kinderen niet overeenkwamen met bekende begraafplaatsen. Later onderzoek wees uit dat stoffelijke resten van baby’s en jonge kinderen zich bevonden in ondergrondse structuren op het terrein van het voormalige tehuis, waaronder een voormalige septic tank. Deze ontdekking leidde tot internationale verontwaardiging en tot een grootschalig overheidsonderzoek.[4]

Overheidsonderzoek en nasleep

De Ierse regering stelde de Mother and Baby Homes Commission of Investigation in, die concludeerde dat er sprake was geweest van structurele nalatigheid, gebrekkige medische zorg en institutionele tekortkomingen. In 2021 bood de Ierse regering officiële excuses aan aan overlevenden en nabestaanden. In 2025 begonnen forensische opgravingen om de resten te identificeren en nabestaanden duidelijkheid te verschaffen.

Betekenis

De zaak-Tuam wordt gezien als symbool voor de bredere problematiek rond de behandeling van ongehuwde moeders en kinderen in kerkelijke instellingen in Ierland. De onthullingen hebben geleid tot een herwaardering van de rol van religieuze organisaties in de sociale zorg en tot maatschappelijke discussies over historische verantwoordelijkheid en herstel.

Vergelijkbare misstanden

Vergelijkbare problematiek is ook in andere landen vastgesteld. In België kwam onder meer het moederhuis Tamar in Lommel in beeld, waar vrouwen verklaarden onder druk te zijn gezet om hun kinderen af te staan voor adoptie. Belgische en Nederlandse media berichtten over gedwongen adopties en langdurige psychische gevolgen voor betrokkenen.

Internationaal onderzoek en journalistieke publicaties tonen aan dat soortgelijke instellingen in meerdere landen te maken hadden met een gebrek aan toezicht, hoge kindersterfte en onvrijwillige adoptiepraktijken, wat heeft geleid tot hernieuwde aandacht voor kinderrechten, archiefopenbaarheid en erkenning van slachtoffers.