Bisdom Angers
Het bisdom Angers (Latijn: Dioecesis Andegavensis; Frans: Diocèse d'Angers) is een rooms-katholiek bisdom in Frankrijk met als zetel Angers. Het bisdom heeft een oppervlakte van 7.107 km² en omvat het grondgebied van het departement Maine-et-Loire. Het is suffragaan aan het aartsbisdom Rennes.
In 2020 telde het bisdom 582.000 katholieken op een totale bevolking van 811.000, of 71,8% van de bevolking. Het bisdom telde toen 62 parochies, verdeeld over vier dekenaten.[1]
Geschiedenis
Het bisdom is een van de oudste van Frankrijk. Het kreeg zijn huidige vorm in 1801 bij het Concordaat tussen Napoleon en paus Pius VII.

Oude bisdom
Het bisdom Angers werd voor het eerst vermeld in 372. De bisschop van Angers was toen aanwezig bij de bisschopswijding van Martinus in Tours. De kathedraal van Angers werd voor het eerst vermeld in 470. In de loop van de zesde eeuw werden de eerste kloosters gesticht in het bisdom. De tiende eeuw was een periode van machtsstrijd tussen de bisschoppen van Angers en de graven van Anjou. In die tijd werd het grondgebied ook systematisch verdeeld over parochies. De reformatie kende in de zestiende eeuw veel aanhangers in Anjou en Saumur werd een bolwerk van de hugenoten en de protestantse intelligentsia rond de plaatselijke academie. Nadien volgde de contrareformatie. De opstand in de Vendée (1793) vond deels plaats in het zuidwesten van het bisdom Angers. De opstand had deels een religieus karakter en verschillende van de slachtoffers van de repressie van de Franse Republiek uit het bisdom werden later zalig verklaard: priester Noël Pinot en de 99 martelaren.
Moderne bisdom
Na het Concordaat van 1801 werd het bisdom Angers weer opgericht. De eerst nieuwe bisschop werd gewijd in 1802 en het volgende jaar werd het priesterseminarie geopend. Er kwamen kleinseminsaries in Beaupréau (1814), Combrée (1823) en Mongazon (1835) en er werden talrijke nieuwe kloosters geopend, vooral van vrouwelijke religieuzen. Hun aantal nam explosief toe van 380 in 1832 naar 5.520 in 1879.
In de tweede helft van de twintigste eeuw liet de secularisatie zich sterk voelen. Eerder was het kerkbezoek in de grote steden al teruggelopen; nu was dat algemeen en ook de grote kerkelijke manifestaties verdwenen uit het straatbeeld. In 1998 gebeurde er een grote reorganisatie van de parochies wegens het teruglopend aantal priesters. De parochies werden hertekend en herleid van 419 tot 85, en sindsdien werden nog parochies samengevoegd. Er wordt steeds meer beroep gedaan op leken.[2] Tot 2002 was het bisdom suffragaan aan het aartsbisdom Tours. Sindsdien is dit aan het aartsbisdom Rennes.
Bisschoppen
Enkele historische bisschoppen:
- Maurillus van Angers (vijfde eeuw)
- Albinus van Angers (zesde eeuw)
- Licinius van Angers (zesde-zevende eeuw)
- Jean Balue (vijftiende eeuw)
Sinds de heroprichting in 1801:
- Charles Montault des Isles (1802-1839)
- Louis-Robert Paysant (1839-1841)
- Guillaume-Laurent-Louis Angebault (1842-1869)
- Charles-Emile Freppel (1870-1891)
- François-Désiré Mathieu (1893-1896)
- Louis-Jules Baron (1896-1898)
- Joseph Rumeau (1898-1940)
- Jean-Camille Costes (1940-1950)
- Henri-Alexandre Chappoulie (1950-1959)
- Pierre Veuillot (1959-1961)
- Louis Marie Henri Mazerat (1961-1974)
- Jean Pierre Marie Orchampt (1974-2000)
- Jean-Louis Bruguès, O.P. (2000-2007)
- Emmanuel Delmas (2008- )
Jean Pierre Marie Orchampt
Jean-Louis Bruguès- Emmanuel Delmas
- ↑ (en) Diocese of Angers. catholic-hierarchy.org (2021). Geraadpleegd op 3 februari 2024.
- ↑ (fr) Jean-Luc Marais, L’histoire du diocèse. Bisdom Angers. Geraadpleegd op 3 februari 2024.