Bedoeïenen in Palestina
Zie de bijbehorende overlegpagina voor meer informatie.
De bedoeïenen in Palestina zijn bedoeïenen die leven in de Staat Palestina. Het overgrote deel woont op de Westelijke Jordaanoever. Ook in Gaza wonen bedoeïenen. Volgens traditie bestaan de bedoeïenen uit stammen die zijn onderverdeeld in clans. In het verleden konden zij vrij in de regio rondtrekken, zonder zich iets van nationale grenzen aan te hoeven trekken. Identiteit en cultuur zijn voor hen nauw verbonden met het grondgebied waarop zij leven. Door regeringspolitiek en door concurrerende volken die aanspraak op het grondgebied maakten werden zij geleidelijk gedwongen tot een bestaan op ingeperkte vaste plekken.
De meeste bedoeïenen in Palestina zijn van oorsprong Negev-bedoeïenen. Net als de meeste andere Palestijnse vluchtelingen, werden zij in 1947-1949 tijdens de Nakba van hun woon - en leefgebied verdreven. In 2013 leefden er rond de 40.000 bedoeïenen in de door Israël bezette Palestijnse gebieden, voornamelijk in de Gouvernementen van de Palestijnse Autoriteit, en wel Ramallah & Al-Bireh, Jericho met de Jordaanvallei, Jeruzalem, Bethlehem en Hebron. Als half-nomadisch volk bedrijven zij naast het hoeden van vee - voor zover het Israëlische bezettingsleger (IDF) en de kolonisten uit de Joodse Israëlische nederzettingen dat toelaten - ook landbouw om in hun levensbehoeften te voorzien.[1] Vanouds leven er bedoeïenen op de Westoever, waar zich vooral in de Jordaanvallei weidegronden bevinden. Toen Israël dit gebied in de Zesdaagse Oorlog in 1967 veroverde, konden de bedoeïenen tijdelijk weer relatief eenvoudig tussen de Negev en de Westoever reizen.
Bedoeïenen-stammen
De bedoeïenenstammen zijn in een grotere sociale structuur verenigd in drie grote confederaties: de Tayaha, Azazma en Tarabeen. Hierin zijn 92 individuele stammen verbonden. De meeste stammen leven in Jordanië. Grote stammen op de Westoever zijn de vijf stammen Jahalin, Ka'abneh, Rashaideh, Ramadin en Azazma, naast gemeenschappen van de Sawarka, Arenat en Amareen. De spelling van de namen verschilt, afhankelijk van de transliteratie van het Arabisch.[1]
Deze vijf grote bedoeïenenstammen zijn van oorsprong Negev-bedoeïenen en, net als in de Negev, worden ook de bedoeïenendorpen in de Palestijnse gebieden door Israël in hun bestaan bedreigd. Huizen en infrastructuur, ook de door de internationale gemeenschap gesteunde projecten, worden regelmatig door het Israëlische defensieleger (IDF) vernietigd en worden de inwoners verdreven.[2]
Volgens de UNRWA leefden er in 2012 circa 17.000 bedoeïenen op de Westoever.[3]
Het VN-Ontwikkelingsprogramma (UNDP) geeft voor 2013 een aantal van rond 5.000 bedoeïenenfamilies die in Palestina leven en daarnaast nog eens 5.000 niet-bedoeïenenfamilies. Die laatste, niet-nomadische, zijn traditioneel verbonden met Palestijnse dorpen. Circa 3.000 bedoeïenenfamilies woonden in Palestijnse vluchtelingenkampen, maar zijn veelal niet als zodanig bij vluchtelingenorganisatie UNRWA geregistreerd. Van de Palestijnse bedoeïenen (15.000) leefde in 2013 60% in Gebied C onder Israëlisch militair bestuur.[1]
Bedoeïenen op de Westelijke Jordaanoever

Gebied C
Meer dan 60% van de Westoever, genaamd "Area C" (Gebied-C) van de Oslo-akkoorden (1993-1995), zou tijdelijk onder civiel en militair bestuur van Israël komen. Dit was voornamelijk het woon- en leefgebied van bedoeïenen. Het bewonen en gebruik van dat gebied kwam onder controle van Israël, waaronder de afgifte van bouwvergunningen, die doorgaans geweigerd worden.[3] Hoewel deze regeling tijdelijk – tot 1999 – zou gelden, is hier nimmer een eind aan gekomen. Daarenboven bouwde Israël ook nog de Westoeverbarrière. Het heen- en weer trekken van de bedoeïenen met hun kuddes werd onmogelijk gemaakt.
Na het falen van de Oslo-akkoorden en het begin van de Tweede Intifada breidde Israël zijn nederzettingenpolitiek gestaag uit. Door vrijwel het gehele gebied aan te wijzen als militair terrein, natuurreservaat, archeologisch terrein of woongebied voor de Israëlische nederzettingen werd het verblijf van de bedoeïenen hier bestempeld als illegaal en werd hen de toegang tot hun traditionele weidegebieden en waterbronnen verhinderd. In de loop der jaren werden deze steeds meer ingelijfd ten dienste van de Israëlische inwoners van de nederzettingen. De gehele Jordaanvallei, behalve Jericho kwam daarmee onder controle van de nederzettingen en de verantwoordelijkheid van het Israëlisch Defensieleger (IDF). De bedoeïenen staan sindsdien bloot aan prijskaartacties en geweld van kolonisten, en pesterijen van soldaten van het IDF. Kolonisten plaatsen buitenposten op weidegrond, waarna de toegang voor de boeren wordt afgesloten, hun kuddes geroofd worden, eigendommen en bezittingen vernield, branden gesticht, en bewoners met de dood bedreigd worden als ze niet vertrekken.[4]
Verdrijving
In 1980 werd een militaire order uitgevaardigd die het laten grazen van dieren in gesloten gebieden zonder toestemming verbood en in 1982 een order die iedere soldaat de bevoegdheid gaf om dieren in beslag te nemen bij verdenking van overtreding van enige order of wet.[5],p.82
Door middel van buitenposten van kolonisten
Traditionele gronden worden in toenemende mate door het Israëlische leger toegewezen aan kolonisten die zich vervolgens in illegale boerderijen in het gebied vestigen, of zichzelf voordoen als outpost voor herders.[6] Een VN-onderzoekscommissie rapporteerde in augustus 2025, dat er sinds 7 oktober 2023 op de Westoever minstens 59 nieuwe outposts waren gevestigd, waarvan de meeste boerderij- of herders-outposts. Israëlisch minister Bezalel Smotrich verklaarde in mei 2025, dat er op dat moment 86 boerderij-outposts waren op een oppervlakte van een half miljoen dunam.[7] Functionarissen van de Israëlische regering en kolonisten van boerderij-outposts zelf verklaarden uitdrukkelijk dat zij werkten aan de opbouw van een strategische ligging, waarbij Palestijnse gemeenschappen volledig worden omcirkeld en Palestijnen worden gedwongen te vertrekken. Volgens de commissie komt dat neer op etnische zuivering van grote delen van de Westoever. De laatste bedoeïenen-gemeenschap vluchtte in mei 2025 uit het dorp Al-Mughayyir al-Deir. Daarmee was de verdrijving van Palestijnse gemeenschappen van een oppervlakte van 381.000 dunam voltooid, met daar nu 37 gevestigde boerderij-outposts. De kolonisten van boerderij-outposts verdreven tussen 2022 en 2024 meer dan 60 Palestijnse gemeenschappen en herderslocaties.[7]
De Civil Administration stelde grote gebieden aan de kolonisten ter beschikking als graasland. Vaak zijn dit gebieden die eerder waren aangewezen als militaire schietzone of als natuurgebied. De vestiging van nederzettingen of outposts nabij Palestijnse gemeenschappen leidt dan tot kolonistengeweld, met als gevolg de verdrijving van de Palestijnen.[8] Volgens Al Jazeera trekken de kinderen van de kolonisten met vee door het gebied en bij confrontaties met Palestijnse bedoeïenen of dorpelingen worden die beschuldigd van het aanvallen van kinderen en riskeren arrestatie door militairen.[6] In februari 2025 bestemde de Civil Administration een groot gebied van 4.000 acres voor graasland, waar twee bedoeïenen-gemeenschappen waren gevestigd die daardoor werden bedreigd.[9]
De vestiging van illegale 'herdersboerderijen' wordt bevorderd door de koloniserings-organisatie Amana, die ze financiert en voorziet van personeel en uitrusting. Tijdens de eerste regeerperiode van de Amerikaanse president Donald Trump van 2017 tot 2021 vond een ongekende uitbreiding plaats. Volgens Le Monde geschiedt de verwerving van land veel sneller, op grotere schaal en meer verspreid, dan door middel van bouwen in gangbare nederzettingen. In mei 2022 was met zulke schaapskooien meer dan 24.000 hectare of 7% van de Westoever door de kolonisten bezet.[10] In mei 2022 keurde het Hooggerechtshof van Israël de verdrijving van de bedoeïenen uit de dorpjes in een groot, militair geclaimd, gebied in Masafer Yatta goed, ten gunste van de kolonisten die veel geweld plegen tegen de Palestijnse bevolking. De huizen en toegangswegen van de dorpjes, onder andere Jinba, werden gesloopt.[10][11]
Kerem Navot en Peace Now rapporteerden in april 2025, dat kolonisten met steun van de regering inmiddels 14% van de Westoever hadden overgenomen door het oprichten van meer dan honderd "herders-buitenposten", daarbij effectief Palestijnen in meer dan 60 gemeenschappen uit de gebieden verdrijvend. Ruim 4 procent lag binnen de gebieden Area A en B. Meer dan 70 buitenposten werden vanaf 2022 gevestigd. Naast de grootschalige toewijzing van land met vage grenzen aan de kolonisten, wordt dit door de regering gefinancierd met onder meer 54 miljoen shekel voor infrastructuur en jaarlijks 30 miljoen voor "patrouille-eenheden. Op vrijwel al de toegewezen gronden werden zonder officiële uitgifte (tenders) en bouwvergunningen illegale outposts gebouwd. De kolonisten hebben "graas-contracten" verkregen via de "Settlement Division" van de World Zionist Organization (WZO). De Palestijnse herders en boeren werden van het land verdreven met behulp van het leger.[12]
Door huizensloop
Ongeveer een vijfde van de hele Westoever werd sinds de 1970er jaren aangewezen als militair gebied, 30% van heel Gebied C. In 2021 waren hierin 38 dorpen, meest van bedoeïenen of herders, geheel of gedeeltelijk gevestigd.[13] Dit gebied werd verboden voor Palestijnen, terwijl hier circa 5.000 Palestijnen wonen (2012). Logischerwijs worden hier geen bouwvergunningen aan hen verstrekt en worden er regelmatig sloopcampagnes door het leger uitgevoerd, waarbij de inwoners herhaaldelijk huis en bezittingen kwijtraken. Vaak worden flinke boetes opgelegd of worden bewoners gevangen gezet.[14]
In november 2020 vond in de Jordaanvallei de grootste huizensloop in het afgelopen decennium plaats. In het dorpje Khirbet Humsu in het noorden vernielde het Israëlische leger met bulldozers en zware uitrusting 18 tenten en bijbehorende bouwsels, waarmee 74 mensen, inclusief 41 minderjarigen dakloos werden gemaakt. De troepen vernielden stallen, drinkbakken en omheiningen voor het vee, kooktenten, zonnepanelen en watercontainers. De soldaten stalen 30 ton veevoer, een voertuig en twee tractoren. Een deel van de bouwsels was gedoneerd via internationale hulp. De actie vond plaats terwijl de wereld was gefocust op de Amerikaanse verkiezingen die op die dag plaatsvonden. Het vond plaats onder het mom van het ontbreken van bouwvergunningen. Eerder dat jaar waren er op de Westoever al 111 huizen gesloopt, het hoogste aantal sinds 2016.[15]
Door kolonistengeweld
In 2022 begon een systematische verdrijving van gemeenschappen van bedoeïenen en herders bij gezamenlijke acties van plaatselijke kolonisten en het leger. Ze vallen de Palestijnen aan en mishandelen hen, dringen hun huizen binnen en vernielen hun bezittingen. Na de Hamas-aanval op 7 oktober 2023 nam deze trent een hoge vlucht. B'Tselem publiceerde een kaart waarop meer dan 50 plaatsen waren aangegeven waar tussen 2022 en 2024 gemeenschappen geheel waren verdreven.[16] Volgens een VN-rapport van september 2023, werden er sinds 2022 zo'n 1100 Palestijnen op de Westoever verdreven door geweld van onder meer de Hilltop Youth uit de nederzettingen. Dat had te maken met de uitbreiding van de Israëlische nederzettingen onder de extreemrechtse regering onder premier Benjamin Netanyahu, waarvan minister van Financiën Bezalel Smotrich ook zeggenschap kreeg over de nederzettingen. Hij, evenals meerdere ministers, onder wie Itamar Ben-Gvir van Openbare Veiligheid, wonen zelf in de illegale nederzettingen.[17]
Sinds het begin van de Oorlog in Gaza op 7 oktober 2023 is de verdrijving van bedoeïenen in hoog tempo toegenomen. Outposts schieten als paddestoelen uit de grond en het ene na het andere gebied veroverd. Zodra een gemeenschap is verdreven, wordt er een nieuwe outpost gestart nabij het volgende dorp. Inmiddels dringen de kolonisten ook Area B binnen.[6] In de maand december 2023 werden 146 gewelddadigheden tegen bedoeïenengemeenschappen gerapporteerd door de Al-Baydar Organisatie voor de Verdediging van Bedoeïenen Rechten. Dit geweld betrof fysieke aanvallen op burgers, verwoestingen van woningen, confiscatie van land, ontwortelen en vernieling van de oogst, toe-eigenen van eigendommen, neerzetten van nieuwe illegale buitenposten vanuit de nederzettingen, psychische mishandeling, slooporders, nachtelijk aanbrengen van hinderlagen om inwoners te terroriseren, en het voor herders verhinderen van toegang tot hun weidegrond. De gouvernementen Hebron en Bethlehem hadden het meest te lijden onder aanvallen.[18]
In april 2025 werden alle vier Palestijnse families, bestaande uit 32 leden, inclusief 20 kinderen, van de Barriyet al Maniya herdersgemeenschap in het gouvernement Bethlehem uit hun dorp verdreven bij een serie aanvallen door kolonisten, vermoedelijk afkomstig uit een nabijgelegen outpost die in 2023 was opgericht. Zij vormden de laatste Palestijnse gemeenschap in het gebied.[9]
E1-gebied


Op de gehele Westoever worden de bedoeïenengemeenschappen systematisch vervolgd, omdat Israël het grondgebied wil gebruiken voor uitbreiding van zijn nederzettingen. In het E1-gebied ten oosten van Oost-Jeruzalem heeft Israël daartoe in 1999 een masterplan opgesteld.[19] Tot de bedoeïenen die daarvan het slachtoffer zijn behoren de Jahalin, die eind 1990er jaren door het Israëlische leger naar de heuvels ten oosten van Jeruzalem waren verdreven, om plaats te maken voor een eerdere uitbreiding van de nederzetting Ma'ale Adoemim.[20]
In september 2014 begon Israëls civiel bestuur, in weerwil van de aanbeveling van het Hooggerechtshof, stappen te ondernemen om duizenden bedoeïenen van hun leef- en grondgebied ten oosten van Jeruzalem met geweld te verdrijven naar een nieuwe stad in de Jordaanvallei[21] ten gunste van de uitbreiding van nederzettingen.
Op 19 januari 2016 riepen Robert Piper, de coördinator van de Humanitarian and UN Development Activities for the occupied Palestinian territory (oPt), en Felipe Sanchez, de directeur van United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees in the Near East (UNRWA) Operations West Bank, Israël op om onmiddellijk zijn plannen te staken om binnen bezet Palestijns gebied Palestijnse bedoeïenen te deporteren. De oproep volgde na een bezoek van diplomaten van 17 landen aan het Palestijnse bedoeïenendorp Abu Nuwar[22] bij Jeruzalem, waar recentelijk verwoestingen waren uitgevoerd en door hulporganisaties gedoneerde materialen door de Israëlische autoriteiten waren geconfisqueerd.[23] Abu Nuwar moet wijken voor uitbreiding van de nederzetting Ma'ale Adoemim en is een van de 46 dorpjes op de Palestijnse Westelijke Jordaanoever die ontruimd zijn of nog worden. De meeste bewoners van deze dorpjes zijn Palestijnse vluchtelingen en bedoeïenen.[24] Het grondgebied van dit en andere Palestijnse dorpjes wordt gebruikt om de nederzetting uit te breiden en bij de Israëlische Gemeente Jeruzalem te voegen.[25][26] Begin juli 2018 werd Abu Nawar verwoest.[27]
Op vrijdag 17 november 2017 kregen ook de inwoners van het bedoeïenendorpje Jabal al-Baba in de omgeving van Jeruzalem bevel om uit hun woningen te vertrekken.[28] De kleuterschool werd verwoest.[29] In juli 2018 werd de herbouwde kleuterschool samen met een activiteitencentrum voor vrouwen, die met financiële hulp van de Europese Unie waren gebouwd, verwoest.[30]
Voor Khan al-Ahmar[31] is op 5 juli 2018 bij het Israëlische Hooggerechtshof een kort uitstel afgedwongen en zou op 11 juli een beslissing vallen. De Verenigde Naties riepen Israël op af te zien van de verwoesting, aangezien dat een schending is van internationaal recht.[32] Een groot aantal diplomaten van meerdere Europese landen werden bij hun bezoek aan Khan al-Ahmar door het leger geweerd.[33] Het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Duitsland, Italië en Spanje hadden bij de Israëlische autoriteiten een dringend officieel protest ingediend tegen de verwoesting. Verwoesting van dorpen tezamen met een uitbreiding van nederzettingen zou de tweestatenoplossing in gevaar brengen en uitzicht op een langdurige vrede ondermijnen. Ze wezen Israël op zijn verantwoordelijkheid om zich te houden aan zijn verplichtingen als bezettende macht met betrekking tot de internationale wetten voor de mensenrechten.[34] Vanaf 13 september 2018 blokkeerden Israëlische strijdkrachten met bulldozers de wegen naar Khan al-Ahmar om de honderden mensen, die uit solidariteit met de inwoners van het dorpje protesteerden tegen de verwoestingen, te weren. Ook vertegenwoordigers van de Wereldraad van Kerken (WCC-EAPPI), die met hun aanwezigheid de Palestijnen onder de bezetting bijstaan en de situatie documenteren, zijn als getuigen hierbij aanwezig. Hun werk wordt echter door de Israëlische regering steeds verder tegengewerkt.[35] Bij dit vreedzame verzet vielen gewonden en er werden arrestaties verricht.[36][35][37]
Gaza-bedoeïenen
Tijdens de Nakba, van 1947-1949, vluchtten tienduizenden Negev-bedoeïenen naar Gaza. De Bani Amer-stam verhuisde echter al begin 18de eeuw, vanwege onderlinge conflicten, als eerste stam vanuit de Negev naar Gaza. Deze vestigde zich aan de oostgrens en nam de traditie van kamelenteelt met zich mee. In de 21ste eeuw wordt deze traditie nog altijd in stand gehouden, ondanks moeilijke omstandigheden wegens de Israëlische bezetting en de hoge bevolkingsdruk. Door de relatief kleine oppervlakte van Gaza is de hoeveelheid weidegrond uiteraard beperkt.[38]
In 2013 waren er zo'n 800 kamelen in Gaza. De kamelen worden gehouden voor vlees, zuivel en recreatieve doeleinden, zoals feesten en partijen. Kamelenmelk wordt als heilzaam beschouwd. Zij kunnen ook deel uitmaken van een bruidsschat. In het centraal gelegen Dayr al-Balah wonen leden van de Sawarka-stam. Ook hier is er een kamelentraditie.[38]
Zie ook
Externe links
- Extremist settlers rapidly seizing West Bank land bbc.com, 3 september 2024
Referenties
- 1 2 3 Bedouins in the occupied Palestinian territory. UNDP, sep 2013. Ook als pdf
(6,3 MB). Dit document bevat een uitvoerige lijst van stammen en hun woonplaats. - ↑ Indigenous World 2020: Palestine. The Indigenous World, 11 mei 2020. Gearchiveerd op 9 augustus 2022.
- 1 2 Israel eyes landfill site for Bedouin nomads. Reuters, 20 juni 2012
"But the Bedouin tradition is slowly dying out as Israel clears the camps to make way for expanding Jewish urban settlements. [...] Most struggle with Israeli restrictions on their movements and access to grazing fields that are located in so-called Area C, where Israel retains authority over planning and zoning.". Gearchiveerd op 6 oktober 2022. - ↑ Kolonisten op de Westoever vallen Palestijnen aan, met steun van Israël nos.nl, 24 oktober 2023
- ↑ Ruling Palestine — A history of the Legally Sanctioned Jewish-Israeli Seizure of Land and Housing in Palestine.
(1,9 MB) COHRE/BADIL, mei 2005. Via - 1 2 3 Israel’s settler outposts choke Palestinian life in West Bank’s villages. Al Jazeera, 8 sep 2025
- 1 2 VN-rapport onderzoekscommissie
, 14 aug 2025 (doc.nr. A/80/337). Speciaal rapport over land en wonen in de bezette Palestijnse gebieden en Israël. Zie para. 29-30. - ↑ The Civil Administration Announces Allocation of 16,121 dunams for Grazing. Peace Now, 11 feb 2025
- 1 2 Humanitarian Situation Update #281 | West Bank, Humanitarian Developments. OCHA OPT, 17 apr 2025
- 1 2 In the West Bank, pastoral farms are a new tool for settler expansion. Louis Imbert, Le Monde, 13 apr 2023
- ↑ In the West Bank, the struggle of Bedouins evicted by Israel's High Court of Justice. Louis Imbert, Le Monde, 9 mei 2022
- ↑ The Bad Samaritan: Land Grabbing by Settlers Through Grazing. Peace Now, 6 apr 2025
- ↑ UN reiterates its call for demolitions to end and for international law to be respected. OCHA, 5 feb 2021. Gearchiveerd op 5 december 2022.
- ↑ The humanitarian impact of Israeli-declared “firing zones” in the West Bank.
(2,6 MB) OCHA, aug 2012 - ↑ Israel criticized over West Bank home demolitions. Associated Press, 6 nov 2020
- ↑ UN reports says West Bank settler violence has displaced over 1,100 Palestinians since 2022. AP, 21 sept 2023
- ↑ Israel, settlers commit 146 violations against Bedouin communities in December middleeastmonitor, 3 januari 2024
- ↑ The E1 plan and its implications for human rights in the West Bank B'Tselem, update 27 november 2013
- ↑ (en) Israel eyes landfill site for Bedouin nomads. Reuters, 20 juni 2012. Gearchiveerd op 6 oktober 2022.
- ↑ Israeli Government Plans to Forcibly Relocate 12,500 Bedouin Haaretz, 6 september 2014. Gearchiveerd op 22 mei 2022.
- ↑ (en) Abu Nuwar
- ↑ (en) Un-officials call immediate revocation plans transfer Palestinian UNRWA, 19 januari 2016
- ↑ (en) The Bedouin Communities East of Jeruzalem- A Planning Survey bimkom.org
- ↑ rightsforum.org, 12 november 2017
- ↑ Israeli forces deliver evacuation notices to 300 Palestinians in Bedouin village ma'annews, 17 november 2017. Gearchiveerd op 12 mei 2019.
- ↑ Bedouin village destroyed along West Bank upi.com, 4 juli 2018. Gearchiveerd op 23 mei 2022.
- ↑ Jabal Al-Baba bimkom.org.
- ↑ Israel demolishes temporary kindergarten in Bedouin village timesofisrael, 21 augustus 2017. Gearchiveerd op 7 juni 2022.
- ↑ Defense Ministry demolishes Bedouin kindergarten, community center in West Bank timesofisrael, 25 juli 2018. Gearchiveerd op 25 juli 2021.
- ↑ Khan al-Ahmar timesofisraël.com. Gearchiveerd op 19 mei 2023.
- ↑ Khan al-Amar: Israel court approves demolition of Bedouin village bbc.com,5 september 2018. Gearchiveerd op 27 maart 2023.
- ↑ Top Court Issues Temporary Injunction on Eviction of Bedouin Village Haaretz, 6 juli 2018. Gearchiveerd op 10 mei 2022.
- ↑ EU slams Israel over expected demolition of Bedouin village timesofisrael,13 september 2018. Gearchiveerd op 25 juli 2021.
- 1 2 EAs offer protective presence, night as well as day, as Khan al Ahmar faces demolition threat oikumene.org, 4 oktober 2018. Gearchiveerd op 30 maart 2019.
- ↑ Israel seals off Khan al-Ahmar, detentions reported ma'an news.com. Gearchiveerd op 14 december 2018.
- ↑ Het EAPPI-programma is de facto uitgehold kerknet.be, 15 oktober 2017. Gearchiveerd op 15 april 2023.
- 1 2 Why camels mean more than just money to Gaza's Bedouin. Rasha Abou Jalal, Al-Monitor, 19 mei 2016. Gearchiveerd op 22 maart 2023.