Associatie van veldrus en gevlekte orchis

Associatie van veldrus en gevlekte orchis
Vegetatieaspect
Vegetatieaspect
Syntaxonomische indeling
Klasse:Molinio-Arrhenatheretea
(klasse van matig voedselrijke graslanden)
Orde:Molinietalia
(pijpenstrootje-orde)
Verbond:Junco-Molinion
(verbond van biezenknoppen en pijpenstrootje)
Associatie
Crepido-Juncetum acutiflori
(Br.-Bl. 1915) Oberd. 1957
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons

De associatie van veldrus en gevlekte orchis (Crepido-Juncetum acutiflori) is een associatie uit het verbond van biezenknoppen en pijpenstrootje (Junco-Molinion). De associatie omvat soortenrijke, natte hooilanden (maden) op schrale, zwak zure standplaatsen met veelal een laterale grondwaterbeweging.

Naamgeving en codering

De wetenschappelijke naam Crepido-Juncetum acutiflori is afgeleid van de botanische namen van twee diagnostische soorten voor de associatie; dit zijn respectievelijk moerasstreepzaad (Crepis paludosa) en veldrus (Juncus acutiflorus).

Fysiognomie

De associatie van veldrus en gevlekte orchis manifesteert zich in de formatie van een grasland. De kruidlaag is soortenrijk, tot maximaal 80 cm hoog, met overwegend grassen en grasachtige planten als veldrus. Bijkomend vinden we overblijvende kruiden met vooral moerasrolklaver en kale jonker.

De boom- en struiklaag zijn afwezig, en de moslaag is weinig opvallend en evenmin divers.

Ecologie

Deze associatie van veldrus en gevlekte orchis komt vooral voor op natte, humeuze of venige zandgrond, vooral op plaatsen waar zwak tot sterk zuur grondwater lateraal beweegt. Meestal bevindt de standplaats zich op of nabij (engiszins) hellend terrein. Soms komt ze ook op echte veengrond voor. De standplaatsen staan in de winter meestal onder water.

Vegetatiezonering

In de vegetatiezonering kan de associatie van veldrus en gevlekte orchis contactgemeenschappen vormen met een zeer hoog aantal, uiteenlopende syntaxa. Aan de natste zijde staat het vaak in contact met vegetatie uit de klasse van kleine zeggen. Aan de droge kant kan het in contact staan met grasland van de klasse van heischrale graslanden en schralere vormen van de kamgrasweide. Wanneer er kleine bronbeken grenzen aan de associatie, maakt het veelal contact met de bronkruid-associatie. Soms worden ook overgangen met het verbond van waternavel en stijve moerasweegbree aangetroffen.

Verspreiding

Het verspreidingsgebied van de associatie van veldrus en gevlekte orchis strekt zich uit over West- en westelijk Centraal-Europa; de zwaartepunten liggen in de atlantische streken.

In Nederland is de associatie vrij zeldzaam en is min of meer beperkt tot het Zuidlimburgs district, subcentreuroop district, Kempens district, Gelders district, Drents district en laagveendistrict. Deze associatie komt vooral voor op de valleiflanken van pleistocene beekdalen, en de randen van natte heide- en laagveengebieden, waar het vrij algemeen is.

In Vlaanderen is ze vooral te vinden in de Centrale en Zuidelijke Kempen.

Beheer

Maai- en afvoerbeheer van de associatie van veldrus en gevlekte orchis in de herfst.

Deze associatie wordt vooral bedreigd door verdroging en omzetting naar productieve graslanden en -weiden. Het op peil houden van het grondwater en vermijden van bemesting is cruciaal voor het behoud.

Deze graslanden worden in principe eenmaal per jaar gemaaid.

Diagnostische taxa voor Nederland en Vlaanderen

Deze associatie van veldrus en gevlekte orchis is binnen het verbond het minst soortenrijk. De enige kensoort, klein glidkruid, is zowel in Nederland als in Vlaanderen zeldzaam en zelden bruikbaar. Veldrus komt praktisch altijd voor en is meestal dominant, maar kan niet als kensoort gebruikt worden omdat deze ook in andere vegetatietypes durft opduiken. Maar de combinatie dominante veldrus met de soorten van het bovenliggende verbond en orde, vooral moerasrolklaver, kale jonker, lidrus, echte koekoeksbloem, scherpe boterbloem en pinksterbloem, zijn wel bepalend.

In de onderstaande lijst staan de belangrijkste diagnostische plantentaxa van de associatie.

Kruidlaag
KentaxonDiff.soortPresentieNederlandse naamBotanische naamOpmerkingAfbeelding
kA-< 10%klein glidkruidScutellaria minor
kV-> 80%moerasrolklaverLotus pedunculatus
kV-> 50%echte koekoeksbloemSilene flos-cuculi
kV-> 30%grote ratelaarRhinanthus angustifolius
kV-> 30%tweerijige zeggeCarex disticha
kV-< 10%brede orchisDactylorhiza majalis
kV-> 10%gewone dotterbloemCaltha palustris subsp. palustris
kO-> 80%kale jonkerCirsium palustre
kO-> 60%lidrusEquisetum palustre
kO-> 40%gewone engelwortelAngelica sylvestris
kO-> 40%biezenknoppenJuncus conglomeratus
kO-> 30%wilde bertramAchillea ptarmica
kO-> 20%kleine valeriaanValeriana dioica
kK-> 80%gestreepte witbolHolcus lanatus
kK-> 60%scherpe boterbloemRanunculus acris
kK-> 60%pinksterbloemCardamine pratensis
kK-> 60%veldzuringRumex acetosa
kK-> 40%gewone brunelPrunella vulgaris
kK-> 30%vogelwikkeVicia cracca
kK-> 20%knoopkruidCentaurea jacea
kK-> 20%gewone hoornbloemCerastium fontanum subsp. vulgare
kK-> 10%rode klaverTrifolium pratense
kK-> 10%beemdlangbloemSchedonorus pratensis
kK-> 10%grasmuurStellaria graminea
-bg100%veldrusJuncus acutiflorus
-bggewoon reukgrasAnthoxanthum odoratum
Moslaag
KentaxonDiff.soortPresentieNederlandse naamBotanische naamOpmerkingAfbeelding
kO-> 20%boompjesmosClimacium dendroides
kK-> 50%gewoon haakmosRhytidiadelphus squarrosus

Fotogalerij

Zie ook

Zie de categorie Crepido-Juncetum acutiflori van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.