Asser Werklieden Vereniging

De Asser Werkliedenvereniging (AWV) was een Drentse belangenvereniging voor arbeiders, opgericht in de Nederlandse stad Assen op 11 juni 1871. De vereniging speelde een pioniersrol in de vroege Drentse arbeidersbeweging en richtte zich op de "materiële toestand" en "zedelijke en maatschappelijke ontwikkeling" van werklieden door middel van zelfhulp, coöperaties en onderlinge fondsen.

Geschiedenis

Oprichting

De aanzet tot de vereniging werd gegeven door de broers Hoeke en Obbe Rommerts, typografen uit Friesland. Zij plaatsten op 9 juni 1871 een advertentie in de Provinciale Drentsche en Asser Courant. De oprichtingsvergadering op 11 juni in hotel Het Wapen van Drenthe werd druk bezocht door zowel arbeiders als notabelen. Onder de aanwezigen bevond zich burgemeester Warmold Albertinus van der Feltz, die de beweging nauwlettend in de gaten hield uit vrees voor revolutionaire sympathieën zoals die van de Commune van Parijs.

De vereniging bleek echter gematigd liberaal. De oprichters verklaarden zich tegenstanders van stakingen en de Socialistische Internationale. Vanwege deze milde koers genoot de AWV steun van invloedrijke burgers zoals Kees Corver, directeur van de gasfabriek, en de uitgever Jan Albert Willinge Gratama.

Ideologie en aansluiting

De vereniging bestond voornamelijk uit geschoolde ambachtslieden (timmermannen, schilders, zetters). De koers was gestoeld op harmonie tussen kapitaal en arbeid. De AWV sloot zich aan bij de denkbeelden van het Algemeen Nederlandsch Werkliedenverbond (ANWV), dat samenwerking met patroons en wettige middelen boven klassenstrijd stelde.

Initiatieven en coöperaties

Het ziekenfonds en 'Hulp in Nood'

Kort na de oprichting werd een ziekenfonds ingesteld. Tegen een contributie van 5 cent per week ontvingen zieke leden een bescheiden uitkering. Ondanks periodieke financiële tekorten, die soms werden aangevuld door giften van Asser notabelen of benefietvoorstellingen van de eigen toneelclub, bleef dit fonds een kernactiviteit. In 1882 werd de afdeling ‘Hulp in Nood’ opgericht voor acute ondersteuning aan behoeftige gezinnen.

De coöperatieve bakkerij en winkel (1872–1884)

In 1872 startte de vereniging een eigen bakkerij en winkel om goedkoop en kwalitatief brood aan de leden te leveren. Dit leidde tot een fel conflict met de Asser middenstand, die de coöperatie als een bedreiging voor hun nering zag. Door mismanagement, interne fraude en een gebrek aan loyaliteit onder de leden (veertig leden kochten er nooit) moest de winkel in 1884 worden gesloten. Deze werd op particuliere voet voortgezet door secretaris Johannes van Houten.

De coöperatieve bouwvereniging 'Eigen Haard'

In 1878 werd ook een woningbouwvereniging opgericht met de naam Coöperatieve Bouwvereniging Eigen Haard. Ze kwam echter niet verder dan het bouwen van een blokje van vier huisjes.

Interne crises en de scheuring van 1884

In 1884 bereikte de vereniging een dieptepunt door een conflict over financieel beheer. Secretaris Jan Dekker beschuldigde het bestuur onder leiding van Gerhard Stuvel ervan ziekenfondsgelden illegaal te hebben gebruikt om gaten in andere kassen te dichten. De ruzie escaleerde tot een splitsing waarbij Dekker en zijn volgelingen de vereniging verlieten om "Werkmanslust" op te richten. De oorspronkelijke AWV bleef verzwakt achter.

Neergang en opheffing (1893)

De Asser Werkliedenvereeniging verloor aan het einde van de 19e eeuw haar relevantie door de opkomst van de radicalere sociaaldemocratie. Arbeiders kozen steeds vaker voor de directe strijd voor loonsverhoging (zoals de Sociaal-Democratische Bond van Ferdinand Domela Nieuwenhuis) boven de gematigde 'verheffing' van de AWV.

Terwijl het landelijke ANWV nog decennia bleef kwakkelen, was de rek er in Assen sneller uit. Na jaren van ledentaldaling en politieke isolatie werd de Asser Werkliedenvereeniging in 1893 definitief opgeheven.