Arthur Dupagne

Arthur Dupagne (Luik, 13 december 1895 - Sint-Pieters-Woluwe, 2 oktober 1961) was een Belgische beeldhouwer die zijn inspiratie vond in Belgisch Congo. Hij wordt beschouwd als een van de grote namen van de Belgische koloniale propagandakunst,[1] naast Thomas Vinçotte, Charles Samuel en Arsène Matton. Zijn totale oeuvre bevat meer dan 350 beeldhouwerken.[2]

Biografie

Arthur Joseph Dupagne, was de zoon van de slotenmaker Alphonse Dupagne en Catherine Hampert.

Hij studeerde aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Luik onder leiding van Georges Petit en Oscar Berchmans. Onder druk van zijn ouders (die een kunstenaarsloopbaan niet zien zitten) studeert hij voor mijnbouwkundig ingenieur.

Op zijn doodsbericht in Le Soir, staat dat hij gehuwd was met Simonne De Bruyne.[3] Andere bronnen spreken van een huwelijk in 1923 met Berthe Dumoulin in Rumbeke.[4] Hij heeft een dochter Jacqueline.[2]

Als ingenieur bij de exploitatie van de diamantvelden van Kasaï verblijft hij tussen 1927 en 1935 in Belgisch Congo voor de firma Forminière. Zijn verblijf bracht hem in contact met de beeldhouwkunst van de Chokwe-stam, een Bantoevolk. Hij is onder de indruk van de krachtige, plastische schoonheid van de inheemse bevolking en ruilt het academische voor een realistische, krachtige en gespierde versie van de naakte Congolezen.

Terug in België wijdde hij zich volledig aan de beeldhouwkunst. Zijn tijd in Congo inspireerde hem tot het maken van monumentale sculpturen met Congolese invloeden, wat hem destijds talrijke opdrachten opleverde, waaronder voor:

Zijn werk is onder meer te zien in:

Bronzen Boogschutter in Etterbeek

Hij stierf aan een hartaanval in oktober 1961 en werd begraven op de begraafplaats van Sint-Pieters-Woluwe.

Selectie van werken

Tot zijn bekendste werken behoren:

  • Het Bantoe-paar (voor de Wereldtentoonstelling van Brussel in 1958)
  • Een bronzen boogschutter (1937) op het Vier Augustusplein in Etterbeek (aan het begin van de Frontlaan). Het werd ingehuldigd in 1962; hij heeft het dus nooit in de publieke ruimte zien staan. Een afgietsel staat ook in museum La Boverie in Luik.[1]
  • De Slag om de Spoorwegen (1948) in Kinshasa (het voormalige Léopoldville). Oorspronkelijk bevond het zich in het treinstation, maar het werd verplaatst naar de berg Ngaliema
  • Henry Morton Stanley in Kinshasa, toen Léopoldville (1956). Stanley was de stichter van de stad Kinshasa. De Slag om de Spoorwegen en het Stanley-standbeeld bevinden zich in het presidentiële park van de berg Ngaliema, voorheen privébezit van Mobutu Sese Seko
  • Kolonel Chaltin, granieten monument met bronzen buste van Louis Chaltin (1857-1933) in Elsene (Square du Solbosch). Op de sokkel staat de tekst "AU COLONEL / CHALTIN / 1857-1933 / VAINQUEUR DE REDJAF / 1897 / HOMMAGE DES COLONIAUX"
Louis Chaltin, bronzen buste, Elsene.
  • Generaal Molitor, bronzen medaille in Villance (Belgisch Luxemburg)
  • De karavaanroute, Kristalgebergte, Congo
  • Borstbeeld van de Prins-Regent
  • Buste van Jean Jadot
  • Buste van Firmin Van Bree
  • Munt met de afbeelding van graaf Pierre Ryckmans, gouverneur-generaal van Belgisch Congo (1950)[5]

Erkenning en kritiek

De volgende onderscheidingen werden hem toegekend [6]:

Door maatschappelijke veranderingen worden zijn beelden in de 21e eeuw vaak als discriminerend ervaren. Zo organiseert de gemeente Etterbeek wandelingen om beelden in de openbare ruimte die verwijzen naar het koloniale verleden, beter te kunnen plaatsen. Aan het beeld van de Bronzen Boogschutter is daarom een bord voorzien met context.

Varia

Op het Little Saint James, het voormalig privé-eiland van Jeffrey Epstein, blijkt een kopie van een beeld van de Bronzen Boogschutter aan de rand van het zwembad te staan. Het is vooralsnog onduidelijk hoe het daar is beland.[7]

Zie ook