Al-Auja (Jericho)

De zuidelijke toegangsweg van Al-Auja, 2011
Al-Auja (Jericho), 2023

Al-Auja (Arabisch: العوجا) is een gemeente en stad in het gouvernement Jericho op de Westelijke Jordaanoever van Palestina, onder bestuur van de Palestijnse Autoriteit. De plaats ligt 10 kilometer ten noorden van Jericho, op een hoogte van 230 meter boven zeeniveau in de Jordaanvallei.

Het totale grondgebied van Al-Auja is ongeveer 108 km2 (107.905 dunams). Van het gebied is meer dan 10% landbouwgrond. De stad is bekend om zijn bananen, sinaasappelen, dadels en groenten. In 2008 is er in Al-Auja een Coöperatie van de vrouwen opgericht, die van bananenbladeren manden maken.[1] Vanuit het natuurlijke, meanderende gebied van Al-Auja met zijn omliggende bedoeïenen dorpjes zoals Ras al-Auja worden wandeltochten georganiseerd naar Jericho.[2]

Het land wordt geïrrigeerd vanuit de Al-Aujabron van waaruit de Wadi al-Auja door het gebied meandert en voorziet de Palestijnse dorpjes in het gebied van water.[3]

In 2017 had Al-Auja 5224 inwoners, overwegend moslims.[4]

Brandstichting door kolonisten in Al-Auja, april 2024

Onder bezetting van Israël

Sinds de militaire bezetting door Israël in 1967 en de bouw van Israëlische nederzettingen wordt het bestaan van Al-Auja, en dat van vele omliggende bedoeïenendorpjes en gemeenschappen in de Jordaanvallei, en elders op de Westelijke Jordaanoever, bedreigd; en worden de bewoners met geweld verdreven.[5]

De stad en het aangrenzende bedoeïendorpje Ras al-Auja hebben regelmatig te maken met aanvallen van kolonisten en Israëlische militairen. Toegang tot de waterbronnen, die van levensbelang zijn voor de bewoners en hun vee, wordt verhinderd en water weggepompt[6], huizen worden verwoest, landbouwwerktuigen geconfisqueerd[7], olijf- en dadelbomen ontworteld[8] en Palestijnse herders en vee gewelddadig aangevallen.[9]

Sinds de Oorlog in Gaza vanaf 2023 zijn de aanvallen op Palestijnen sterk toegenomen, zowel in aantal als in agressie. Israëlische veiligheidsdiensten kijken erbij weg. Sinds januari 2024 kreeg de bedoeïenengemeenschap Ras'Ein al Auja te maken met een sterke toename van geweld door kolonisten die rondom reeds vijf buitenposten geplaatst hebben.[10] Kolonisten bouwen nieuwe buitenposten bij of rond de door Palestijnen gebruikte natuurlijke waterbronnen en nemen deze in beslag. Palesijnen worden daardoor gedwongen tegen een hoge prijs water te kopen van het nationale Israëlische waterbedrijf Mekorot.[11]

Op 28 maart 2024 opende een schutter het vuur op twee schoolbussen en enkele auto's nabij Al-Auja op Route 90 (de hoofdweg door de Jordaanvallei) die door Al-Auja loopt. In de auto's raakten drie Israëliërs, onder wie een 13 jarige jongen, licht gewond. In de bussen, met kogelvrije ramen, was niemand gewond. De IDF zeiden dat ze jacht maakten op de terrorist, en blokkeerden wegen in het gebied.[12]

In april 2024 werd een illegale buitenpost nabij Al-Auja geplaatst van waaruit kolonisten en Hilltop Youth aanvallen uitvoerden op de inwoners en afval dumpten in de plaatselijke bron.[13]

In augustus 2024 vielen gemaskerde mannen in IDF- en politie-uniformen bij de Wadi al-Auja een Palestijnse man aan, die daar was met wat vrienden, schreeuwden tegen hen dat hij van Hamas was, deden hem handboeien om, sloegen hem en gooiden hem in de wadi. Zowel de IDF als de grenspolitie ontkenden dat er iemand van hen daar was geweest.[14]

Eind maart 2025 kwamen er waarschuwingen dat tientallen kolonisten de herdersgemeenschappen in de omgeving van Jericho op een avond aanvielen en schapen stalen van Ras Ein-al-Auja. Soldaten liepen met de kolonisten mee voor hun bescherming. De volgende ochtend bleken ongeveer 1500 schapen gestolen te zijn, de gehele kudde van een grote familie.[15][10] In april werd op 400 meter afstand een buitenpost opgezet, wat een toename van geweld uitlokte. Toegang tot water en weiland werd voor de bewoners afgesneden.

Iets dergelijks gebeurde bij families in Mu'arrajat-Oost, van het dichtbij gelegen bedoeïenendorpje Al-Mu'arrajat. Zij werden in de nacht van 2 juli 2025 door gewapende kolonisten in hun huizen overvallen en weggejaagd; hun schapen werden gestolen. Een dag later zetten ze op 100 meter vanaf het dorpsschooltje een buitenpost op. Op 4 juli waren alle 123 inwoners, onder wie 61 kinderen, gevlucht.[5][16] Ze vonden een tijdelijk verblijf op land van Al-Auja.[17]

In Ras Ein al-Auja werd op 16 december 2025 een Palestijnse familie na middernacht door extremistische kolonisten aangevallen. De vader, moeder en drie dochters vertoonden meerdere wonden en werden door het Rode Kruis naar het ziekenhuis gebracht[18] Na een escalatie van pesterijen en geweld door kolonisten werden in de daaropvolgende weken zo'n 26 families, bestaande uit 124 personen onder wie 59 kinderen, door gewapende Israëlische milities gedwongen hun huizen te verlaten.[19][20]

Zie ook