Wolfgang Michael Mylius

Wolfgang Michael Mylius
Titelblad van de Rudimenta musices
Titelblad van de Rudimenta musices
Geboren Mannstedt, 1636
Overleden Gotha, 1712/1713
Stijl(en) barok
Beroep(en) kapelmeester
Belangrijkste werken Rudimenta musices (muziekhandleiding)
Portaal  Portaalicoon   Muziek

Wolfgang Michael Mylius (Mannstedt, 1636 - Gotha, 1712/1713) was een Duitse componist. Van zijn composities is overigens weinig behouden gebleven. Van belang is vooral zijn muziekverhandeling Rudimenta musices voor onderwijsdoeleinden, die in zijn tijd in brede kring werd gebruikt.

Levensloop

De vader van Mylius was de dominee Andreas Mylius (1610-1648).[1] De nog minderjarige Wolfgang studeerde vanaf 1650 theologie aan de universiteit van Jena.

Mylius' muziekcarrière begon in Altenburg: op 31 juli 1661 werd hij musicus aan het hof van hertog Frederik Willem II. Hij werd echter al snel naar Dresden gestuurd om te gaan studeren bij Christoph Bernhard. Mylius zou daar verblijven van 1 augustus 1661 tot 10 december 1662.

In 1666 trouwde keizer Leopold I. Hierdoor kon Mylius afreizen naar Wenen, waar hij de gelegenheid kreeg om te werken aan zijn vaardigheden als componist.

De hofkapel van Altenburg werd na het overlijden van hertog Frederik Willem in 1669 opgeheven. Hierdoor kwam Mylius zonder werk te zitten, maar kreeg nog voldoende inkomen mee voor een periode van drie jaar. Hij kon enkele jaren later alsnog aan de slag in Gotha bij de hofkapel van hertog Ernst I van Saksen-Gotha. In 1676 werd hij hier tot kapelmeester benoemd, als opvolger van de zojuist overleden Georg Ludwig Agricola. Mylius richtte vervolgens de hofkapel opnieuw in.[1]

In 1694 werd Christian Friedrich Witt aangesteld als Mylius' vervanger. Toen Mylius in 1712 of 1713 overleed, volgde Witt hem op als kapelmeester.[2]

Mylius is twee keer getrouwd: eerst met Anna Wilhelmina (achternaam onbekend), daarna met Anna Maria Oehlbeer.[1]

Werken

Er zijn weinig composities van Mylius bewaard gebleven: een motet voor vier zangstemmen en basso continuo uit 1697 en een dialoog voor sopraan, alt, vijf violen en basso continuo. Beide stukken zijn religieus van aard.

Het is bekend dat Mylius meerdere geestelijke zangstukken heeft geschreven, maar deze zijn alle verloren gegaan. De werken zijn tijdens zijn leven nooit uitgeven en kwamen dus nooit verder dan een enkel manuscript. Het lukte Mylius kennelijk niet om een uitgever te vinden. Deze zoektocht is nog herkenbaar in de titel van een van de verloren gegane werken: Musicalische Opera, welche mit der Hülffe Gottes erhoftes nach und nach getrucket werden sollen.

Rudimenta musices

Mylius schreef een onderwijshandleiding die hij gebruikte voor zijn eigen leerlingen: Rudimenta musices.[3] In dit bewaard gebleven boekwerk behandelt hij de destijds meest recente ontwikkelingen in de muziek en geeft uitleg over onder andere muzieknotatie, het gebruik van versieringen als tremolo en tirata, en expressief zingen. De theorie is voorzien van voorbeelden uit de muziek. Mylius staat met de behandelde muziektheorie duidelijk in de traditie van zijn leermeester Bernhard, die hij dan ook benoemt in het boekwerk.[4]

Rudimenta musices is in 1685 in Mühlhausen uitgegeven en kende een wijde verspreiding.[4]