Georg Ludwig Agricola

Georg Ludwig Agricola (Großfurra, 25 oktober 1643 - Gotha, 20 februari 1676) was een Duits barokcomponist en kapelmeester. Zijn korte muziekcarrière speelde zich vooral af aan het hof te Gotha. Van zijn composities is weinig bewaard gebleven.

Levensloop

Georg Ludwig Agricola's ouders waren de lutherse predikant Georg Agricola en zijn vrouw Margaretha Tullius.[1]

Opleiding

Agricola ging eerst naar school in Großfurra. In 1656 startte hij aan het gymnasium van Eisenach, waar hij drie jaar verbleef. Van 1659 tot 1662 kreeg hij les aan het gymnasium van Gotha.

Agricola begon in 1662 aan een studie filosofie aan de universiteit van Leipzig. Mogelijk kreeg hij in Leipzig muziekles van Sebastian Knüpfer, de cantor van de Thomaskirche. Van 1663 tot 1668 studeerde Agricola zowel filosofie als theologie aan de universiteit van Wittenberg en behaalde daar de titel van Magister. Tevens kreeg hij in Wittenberg muziekles en volgde hij compositieleer bij Italiaanse musici.

Na zijn studie kon Agricola aan de slag als huisleraar bij de adellijke familie Schwarzburg[2] en was hij tevens actief in hun hofkapel in Sondershausen.

Kapelmeester in Gotha

Eind 1670 werd Agricola door hertog Ernst I van Saksen-Gotha benoemd tot kapelmeester in Gotha. Hij was hier de opvolger van kapelmeester Wolfgang Carl Briegel, die vertrok naar een nieuwe aanstelling in Darmstadt.

In mei 1672 huwde Agricola met Anna Maria Lentzer. Het stel kreeg twee kinderen: Paul Daniel en Elisabeth Maria.[1]

In 1676 overleed Agricola. Hij werd als kapelmeester opgevolgd door Wolfgang Michael Mylius.[3]

Werken

Agricola heeft meerdere composities geschreven, maar het meeste is verloren gegaan, waaronder zijn driedelige instrumentale werk Musikalische Nebenstunden. Uit de paar bewaard gebleven vocale composities blijkt een sterke invloed van de Saksische muziektraditie en componisten als Heinrich Schütz.

Hieronder volgt een selectie van de werken van Agricola:

  • Musikalische Nebenstunden:
    • Musikalische Nebenstunden in etlichen Sonaten, Präludien, Allemanden (Mühlhausen, 1670), voor twee violen, twee viola da gamba's en basso continuo.
    • Musikalische Nebenstunden ander Theil (Gotha, 1671)
    • Ander und dritter Theil Sonaten, Präludien, Allemanden etc. auf französische Art (Gotha, 1675)
  • Buß- und Communionlieder (Gotha, 1675)
  • Deutsche geistliche Madrigalien (Gotha, 1675)