William W. Adams

William Wirt Adams
William W. Adams
Bijnaam "Wirt"
Geboren 22 maart 1819
Frankfort, Kentucky
Overleden 1 mei 1888
Jackson, Mississippi
Rustplaats Greenwood Cemetery
Jackson, Mississippi
Land/zijde Republiek Texas
Geconfedereerde Staten van Amerika
Onderdeel Militie van Texas
Confederate States Army
Dienstjaren 1839 (Republiek Texas)
1861-1865 (CSA)
Rang kapitein (Militie van Texas)

brigadegeneraal (CSA)

Bevel Wirt Adams' Cavalry Regiment
Adams’ Brigade
Slagen/oorlogen Amerikaanse Burgeroorlog

William Wirt Adams (Frankfort, 22 maart 1819Jackson, 1 mei 1888) was een Amerikaans plantage-eigenaar, bankier, politicus en militair. Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog klom hij op tot de rang van brigadegeneraal in het Confederate States Army.[1][2][3]

Vroege jaren

William W. Adams werd geboren op 22 maart 1819 in Frankfort, Kentucky. Hij was de zoon van George Adams[4] en Anna Weisiger Adams. Zijn vader was een persoonlijke vriend van Henry Clay. William was de oudere broer van Daniel W. Adams die eveneens een brigadegeneraal in het Confederate States Army zou worden.

In 1825 verhuisde het gezin naar Natchez, Mississippi. Tussen 1836 en 1839 was zijn vader er vrederechter. William liep school aan de Bardstown College in Bardstown, Kentucky. Na zijn studies nam hij dienst als soldaat in de jonge Republiek Texas. Hij diende onder Edward Burleson en werd tot adjudant van het regiment benoemd. Het regiment werd voornamelijk ingezet in het noordoosten van Texas om op te treden tegen de inheemse Amerikaanse stammen die zag daar gevestigd hadden.

Adams keerde terug naar Mississippi en huwde in 1850 met Salie Huger Mayarant.[4] Het huwelijk zou kinderloos blijven. Hij had een plantage en was ook actief als bankier in Jackson en Vicksburg. Tussen 1858 en 1860 zetelde hij in het parlement van Mississippi.[4]

Amerikaanse Burgeroorlog

Toen Mississippi in 1861 voor secessie koos werd Adams aangesteld als commissaris en naar Louisiana gestuurd. Daar hielp hij de lokale overheid met de voorbereidingen voor hun secessie van de Unie. In februari werd de nieuwe regering van de Geconfedereerde Staten van Amerika gevormd in Montgomery, Alabama. President Jefferson Davis wou Adams opnemen in zijn kabinet als minister van posterijen (Postmaster General). Maar Adams bedankte voor de eer.

Nadat hij zijn bankzaken had geregeld, rekruteerde Adams zijn eigen cavalerieregiment. De Wirt Adams' Cavalry Regiment werd in augustus 1861 officieel opgenomen in het Confederate States Army. In september werd zijn regiment naar Columbus, Kentucky gestuurd. De maand nadien werd zijn eenheid toegevoegd aan het hoofdkwartier van generaal Albert Sidney Johnston in Bowling Green en werd het ingezet als achterhoede tijdens de Zuidelijke terugtocht van Kentucky naar Nashville, Tennessee en uiteindelijk Corinth, Mississippi. Tijdens de Slag bij Shiloh vormde zijn cavalerieregiment de uiterste rechterflank van het Army of Mississippi en vochten ze zich een weg langs de Tennessee. Na de daaropvolgende Zuidelijke terugtocht werd Adams ingezet tijdens het Beleg van Corinth. Toen ook Corinth in Noordelijke handen viel, voerde Adams en zijn regiment verschillende raids uit zoals bij Booneville waar hij een Noordelijke eenheid versloeg en meer dan drie kilometer achterna zat.

Samen met een regiment uit Arkansas onder leiding van kolonel William F. Slemons werd zijn regiment ingezet tijdens de Slag bij Iuka als deel van generaal-majoor Sterling Prices eenheid. Op de terugweg slaagde zijn regiment erin om een Noordelijke trein te veroveren die vertrokken was uit Corinth. Zijn volgende opdracht bracht hem naar Washington County waar hij de lokale plantages bewaakte en de Noordelijke troepenverplaatsingen naar Vicksburg in de gaten hield. Na de val van Vicksburg voerde hij samen met de 28th Mississippi Cavalry verschillende aanvallen uit op de oprukkende Noordelijke troepen onder leiding van generaal-majoor William T. Sherman.

In september 1863 werd Adams tot brigadegeneraal bevorderd en kreeg hij een cavaleriebrigade toegewezen. Hij kreeg in februari 1864 nam hij deel aan de Slag om Meridian om de opmars van Sherman te stoppen. Naar het einde van de oorlog werd zijn brigade ingedeeld bij luitenant-generaal Nathan Bedford Forrest. Uiteindelijk gaf hij zich samen met zijn brigade over op 4 mei 1865 nabij Ramsey Station in Sumter County, Alabama.[4] Hij werd op 12 mei 1865 vrijgelaten in Gainesville (Alabama).

Latere jaren

Na de oorlog keerde Adams terug naar zijn plantage in Vicksburg en Jackson. In 1880 werd hij aangesteld als belastingsinner voor Mississippi.[4] Hij nam in 1885 ontslag uit deze functie om hoofd van de posterijen te worden in Jackson op voordracht van president Grover Cleveland.[4]

In 1888 werd Adams aangevallen in opiniestukken van John H. Martin in de New Mississippian. Adams werd aangevallen voor zijn rol als getuige tijdens het proces tegen kolonel Jones S. Hamilton. Dankzij de getuigenis van Adams werd Hamilton vrijgesproken voor de moord op Roderick D. Gambrell, een krantenredacteur en collega van Martin.[5] Op 1 mei 1888 wandelde Adams, samen met een andere persoon, langs President Street in Jackson. Op de hoek van de straat met Amite Street kwamen ze Martin tegen. Na een korte verbale ruzie trokken Adams en Martin hun pistolen waarbij Adams drie keer een schot loste en Martin zes keer. Adams werd geraakt in zijn hart en Martin in de borststreek en in zijn been. Beide opponenten vielen dood neer op straat[6][7]

William W. Adams werd begraven op het Greenwood Cemetery in Jackson, Mississippi.[8]

Zie ook