Weteringschans 26-28

Weteringschans 26-28
Weteringschans 26 en 28, gezien vanaf de Museumbrug.
Weteringschans 26 en 28, gezien vanaf de Museumbrug.
Locatie
Plaats Amsterdam-Centrum
Weteringschans
Adres Weteringschans 26-28, Centrum, AmsterdamBewerken op Wikidata
Vervangt Weteringschans 26-28 (1879)Bewerken op Wikidata
Status en tijdlijn
Start bouw 1972
Gereed 1980
Oorspr. functie kantoor
Huidig gebruik kantoor
Bouwkundige informatie
Architect(en) Frans van Gool
Opdrachtgever(s) Philips Pensioenfonds
Prijzen en erkenningen
Monumentstatus gemeentelijk monument
Portaal  Portaalicoon   Civiele techniek en bouwkunde
Groot Banda (r) en Banda Neira (l), foto Jacob Olie; 1891.
"Zout en peper"; 1980.

Weteringschans 26 en 28 te Amsterdam zijn twee kantoorgebouwen aan de Weteringschans in Amsterdam-Centrum. In Amsterdam zijn de gebouwen bekend onder de bijnaam Peper-en-Zout.

Weteringschans

De twee panden staan tussen het Kleine-Gartmanplantsoen en de Weteringstraat. In de strook tussen de Weteringschans en de Singelgracht tot aan de Museumbrug staan er vijf rijksmonumenten op rij, waarvan Paradiso het bekendste is. De anderen op huisnummers 14, 16, 20 en 24 zijn luxe stadsvilla's aan het water. Die reeks zette zich oorspronkelijk voort met de villa's Groot Banda (26) en Banda Neira (28).

Groot Banda en Banda Neira

Deze kapitale villa's werden in 1879 gebouwd naar een ontwerp van Coenraad Wiegand en stonden in dezelfde strook, ten oosten van de Museumbrug. Ze werden gebouwd met koloniaal geld door een plantagehouder en handelaar (perkenier) in nootmuskaat te Banda Neira (Molukken) Adrianus Martinus Lodewijk Hartog (1826-1907), die zijn naam per Koninklijk Besluit liet wijzigen in Hartog van Banda. Hij woonde, eenmaal gevestigd in Amsterdam, zelf op nummer 28, zijn met een KNIL-militair getrouwde dochter Johanna bewoonde nr. 26. De in de eclectische stijl opgetrokken villa's raakten na de Tweede Wereldoorlog in verval, mede door vandalisme.

In 1963 kochten het Philips Pensioenfonds en Maup Caransa het terrein met de beide villa's. Op 10 juni 1967 was de sloopvergunning bijna rond, aldus het Algemeen Handelsblad op 10 juni 1967.[1][2] De villa's hadden het toch knap lang volgehouden, want al in 1935 waren er plannen tot sloop, aldus De Volkskrant van 15 september 1979. Indien niet gesloopt, maar hersteld, waren ze zeker opgenomen in het rijtje rijksmonumenten. Hartog liet overigens toch een rijksmonument na in Amsterdam; het Grafmonument van de familie Hartog van Banda op begraafplaats Zorgvlied.

In 1967 werd verwacht dat er pas rond 1969 gebouwd ging worden. Het ging aanmerkelijk langer duren.

Peper-en-Zout

Al tijdens de sloopplannen was het Philips Pensioenfonds in overleg met de gemeente Amsterdam over de bouwvoorschriften. In verband met de omringende gebouwen, wilde de gemeente hier alleen gebouwen bestaande uit twee bouwlagen en een kap. Dit voerde terug op een beschermende maatregel naar aanleiding van de sloopplannen in 1935, men wilde er geen terreinomvattend kantoor; alleen woonvilla's met voldoende ruimte ertussen. Deze beperking werd in 1965 opgenomen in het bestemmingsplan, aldus De Volkskrant in 1979. Philips wilde echter hogere gebouwen, aldus hetzelfde artikel in het Algemeen Handelsblad. Het Philips Pensioenfonds rekte de regelgeving tot het uiterste op, nadat was vast komen te staan dat woningbouw hier niet haalbaar was. Het plan werd in 1972 gewijzigd in twee kantoortorens met een gezamenlijk souterrain. Door het plan voor de aanleg van de Schiphollijn met bijbehorend Station Amsterdam Museumplein werd het terrein slachtoffer van speculatie. Het werd doorverkocht en doorverkocht terwijl ondertussen in voorjaar 1977 de eerste heipaal de grond in ging. De nieuwbouw was een ontwerp van Frans van Gool. Er kwamen volgens Maarten Kloos twee monolithische torens, waarbij de nadruk lag op de horizontale belijning die men juist wilde vermijden. Vanuit architectonisch perspectief werden de gebouwen hardvochtig genoemd, de termen doodskoparchitectuur en solo van 312 ramen werden gebezigd.[3]

Van Gool reageerde in september 1979 op de aantijgingen van 'spuuglelijk gebouw' en een strijd in krantencolumns van onder meer Renate Rubinstein, Henk Hofland en Simon Mari Pruys. Hij ontkende niets maar constateerde wel dat dit voor dat terrein de juiste balans was voor wat betreft uiterlijk en doel (kantoor). Hij kon 95 % van zijn voorstellen in de bouw kwijt binnen kantoorgebouwen met een relatief gering vloeroppervlak en een relatief groot kantooroppervlak met toepassing van kleine ramen omdat de verdiepingen laag zijn. Hij constateerde dat de criticasters hun oordeel velden terwijl het complex nog niet opgeleverd was, wel meenemend dat diezelfde criticasters zich daar een beeld van hebben gevormd. Hij, die zich zelden uitliet over eigen werk, vond Peper-en-Zout uitstekend passen binnen de plaatselijke architectuur van allure.[4] Overigens waren er ook bewonderaars van de moed van Van Gool: Rem Koolhaas, Arthur Staal en kunstenaar Marte Röling (Het Parool, 18 januari 2023).

De gebouwen bestaan uit betonnen casco's, die bekleed werden met Limburgs geglazuurde handvormstenen, donker graniet was te kostbaar. Die geglazuurde stenen verweren nauwelijks (wens van de architect) en hebben weinig onderhoud nodig. De gevels aan de straatzijde lopen parallel met de straat, de gevels aan de grachtzijde 'bewegen mee me de contouren' van de Singelgracht. Om voldoende vloeroppervlak te krijgen is er een constructie van een dijkwoning bedacht. De begane grond aan de Singelgracht ligt lager dan de "begane grond" aan de straatzijde. Het vloeroppervlak kon nog vergroot worden door aan de gevels overstekken te hangen. De vensterpartijen lijken vierkant, maar zijn rechthoekig.

Herwaardering

De discussie rond de gebouwen bleef. In 1983 noemde Gerrit Komrij ze nog "bastaarden van het huwelijk tussen volgzaamheid en geestloze zelfoverschatting" (citaat uit Gerrit Komrij: Het boze oog, bladzijde 10). Desalniettemin nam de Erfgoedvereniging Heemschut de twee panden op in hun brochure Post ’65 Architectuur 1966-1990 in Amsterdam (2018). Ook daaruit bleek de controverse:

Destijds controversieel en spraakmakend; inmiddels iconisch ...nogal afwijken van de omgeving

Dit leidde uiteindelijk tot de discussie of het complex de status van gemeentelijk monument waardig zou zijn. Ook hier ging de controverse verder in de discussie of de monumentenstatus hier moest dienen voor het opschepen van de stad met "lelijke architectuur". Daartegenover stond de mening dat de gebouwen in de loop der jaren het stempel kregen "Mooi van lelijkheid" en "Afschuwelijk, maar horen bij de stad" en "De gebouwen gaan langzaam op in hun omgeving" (Bernard Colenbrander: Frans van Gool: Leven en werk (2005).[5][6] In december 2022 werd het kantorenduo aangewezen als gemeentelijk monument, zij het tegen de wil van de eigenaar.[7][8] Na een bezwaarprocedure van de eigenaar werd de monumentenstatus definitief na een uitspraak van de Raad van State in november 2025.[9]

De gebouwen zijn te zien in de film The Hitman's Bodyguard uit 2017, waar ze ironisch genoeg worden weergegeven als gevangenis.

Zie de categorie Weteringschans 26-28, Amsterdam van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.