Wapen van Sint-Lievens-Houtem

Het wapen van Sint-Lievens-Houtem

Het wapen van Sint-Lievens-Houtem werd aan de Oost-Vlaamse gemeente Sint-Lievens-Houtem toegekend bij Ministrieel besluit van 3 oktober 1981.[1]

Geschiedenis van het wapen

Het eerste gemeentewapen had geen historische betekenis, maar bestond uit typische symbolen van de Franse Revolutie, met name een korenaar, een duif met een olijftak in de bek en drie ploegscharen.[2] Aangezien er bij de aanvraag ten tijde van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden geen kleuren werden gespecificeerd, werd ervoor gekozen om deze de Nederlandse nationale kleuren van goud en blauw te geven.[2]

Pas in 1947 ontving de gemeente een nieuw wapen dat bestond uit het schild met de gedwarsbalkte gekroonde leeuw van de Gentse Sint-Baafsabdij, die de oorspronkelijke eigenaar van het dorp was, met de patroonheilige van de gemeente Sint-Lieven als wapendrager.[2]

Na de fusie met Bavegem, Letterhoutem, Vlierzele en Zonnegem in 1977 werd een nieuw aangepast wapen toegekend aan de fusiegemeente Sint-Lievens-Houtem.[2] Het eerste kwartier en laatste kwartier verwijst naar de Gentse Sint-Baafsabdij.[2] De gouden keper met drie everzwijnkoppen in het tweede kwartier is gebaseerd op het wapen van de familie Diericx (Jan Frans Xavier Diericx) die eigenaar waren van Zonnegem van 1642 tot 1793.[2] In het derde kwartier staan de sleutels van de Gentse Sint-Pietersabdij, die verschillende lenen op het grondgebied van Sint-Lievens-Houtem in eigendom had.[2]

Blazoenering

De blazoenering van het eerste wapen luidt als volgt:

Van lazuur beladen met een duif, houdende in deszelfs bek een olijftak, verzeld en chef van eene stam met zeven korenairen en en pointe van drie ploegkauters alles van goud.

— Koninklijk besluit van 24 februari 1818.[2]

De blazoenering van het tweede wapen van de gemeente luidt:

In lazuur een leeuw gedwarsbalkt van zeven stukken van zilver en van keel, genageld, getongd en gekroond van goud, het schild gehouden met de rechterhand door een Sint-Lieven het hoofd bedekt met een mijter dragend zijn bisschopsornaat, houdend in de rechterhand, tezelfdertijd als het schild, een paalsgewijs geplaatst, patriarchaal kruis en in de linkerhand een eveneens paalsgewijs geplaatste tang waarvan de nijpers een getrokken tong omkrullen, dit alles van goud.

— Koninklijk besluit van 20 maart 1947.[2]

Het huidige wapen wordt als volgt geblazoeneerd:

Gevierendeeld 1. en 4. in lazuur een leeuw gedwarsbalkt van zeven stukken van zilver en van keel, geklauwd, getongd en gekroond van goud 2. in lazuur een keper van goud vergezeld van drie everkoppen van zilver, getongd van keel, met slagtanden van het veld 3. in keel drie sleutels van goud.

— Ministrieel besluit van 3 oktober 1981.[1]

Verwante symbolen en wapens

Zie ook