Volkstelling te Bethlehem
| Volkstelling te Bethlehem | ||||
|---|---|---|---|---|
![]() | ||||
| Kunstenaar | Pieter Bruegel de Oude | |||
| Jaar | 1566 | |||
| Techniek | Olieverf op paneel (eiken) | |||
| Afmetingen | 115,5 × 163,5 cm | |||
| Museum | Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België | |||
| Locatie | Brussel | |||
| RKD-gegevens | ||||
| ||||
Volkstelling te Bethlehem is een olieverfschilderij van de Brabantse kunstschilder Pieter Bruegel de Oude geschilderd in 1566, olieverf op paneel. Het toont een winterlandschap met een tafereel voorstellende de volkstelling te Bethlehem ten tijde van de geboorte van Jezus-Christus, maar in feite gesitueerd in een eigentijds dorp ergens in Brabant. Het werk behoort sinds 1902 tot de collectie van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België te Brussel. De zoon van de kunstenaar, Pieter Brueghel de Jonge, maakte vanuit zijn atelier minimaal veertien kopieën van het werk.
Thema
De Volkstelling van Bethlehem refereert aan een Bijbels thema (Lukas, 2.1), maar creëert een dubbele verschuiving: in plaats van de census georganiseerd door Publius Sulpicius Quirinius in Judea, zien we een belastinginning in een 16e-eeuws Brabants dorp. De verbinding met het verhaal van de volkstelling te Bethlehem is niet onmiddellijk evident en wordt allereerst gelegd door de titel (die er weliswaar achteraf is opgekleefd). Pas na goed kijken zien we tussen de besneeuwde karren in het midden Jozef, die richting de drukke herberg wijst. Achter hem zit Maria op een ezel, met daarnaast een os. Bruegel kent Jozef en Maria nadrukkelijk en geheel afwijkend van wat in die tijd gebruikelijk was, geen centrale plaats toe. Ze bewegen zich (hoewel een ietsje groter weergegeven) onopvallend te midden van het alledaagse leven, waarmee de kunstenaar als het ware het vergankelijke verbindt met het eeuwige. Het verhulde karakter van de hoofdpersonen heeft mogelijk ook te maken met de tijd waarin het werk werd geschilderd, in 1566, het jaar van de Beeldenstorm, een periode waarin de katholieken zich vaak gedwongen voelden hun geloof in het verborgene te belijden.[1]
Voorstelling
.jpg)
Het schilderij toont een weids en besneeuwd landschap. Het loopt tegen de avond, de zon gaat onder en de schaduwen worden lang. De mensen zijn nog steeds buiten, want het sociale leven in een dorp met krappe, donkere huizen, speelde zich eigenlijk altijd buiten af, zelfs in de winter. Alle delen van het schilderij tonen een drukte van belang. De kijker komt ogen tekort.
Linksonder scharen mensen zich rond een belastinginner bij een tafel bij een herberg, herkenbaar aan twee groene kransen en een kruik aan de gevel. Ook zien we tegen de muur een wapenschild met de tweekoppige Habsburgse adelaar, die refereert aan de heerschappij van Filips II. Het moeilijk leesbare woord sa[u]vegarde zou verwijzen naar de praktijk waarbij een dorp brandschatting probeerde te voorkomen door bij voorbaat geld of levensmiddelen te geven aan legertroepen.[2] Een ander detail uit de toenmalige volkscultuur zijn de drie spreeuwpotten aan de trapgevel in het midden.[3]
Vooraan vangt een vrouw het bloed op van een net geslacht varken. Rechts lopen een man en vrouw over het ijs, waar verder diverse kinderen spelen met sledes en tollen. Ook op het middenpaneel en op de achtergrond krioelen talloze figuurtjes, verwikkeld in allerhande activiteiten en spellen, zoals sneeuwballengevechten. In een holle boom is de wonderlijke kroeg In die Swane ingericht, compleet met uithangbord en drinkende klanten.[4] Mensen warmen er zich aan een vuurtje. Ernaast wordt een hut gebouwd. Geheel rechts, bij een huis, bijna verborgen, staan enkele geharnaste Spaanse soldaten. Er lopen verschillende zigeunervrouwen rond, herkenbaar aan hun brede berns.[4] Opvallend is het kleine alleenstaande huisje rechts van het midden, waar vrijwel alle andere huizen aaneengeschakeld zijn. Het heeft een omgekeerde mand zonder bodem als schoorsteen. In het deurgat zit een man met de klepper en de bedelnap van lepralijders.[5] Het groentetuintje of akkertje achteraan wordt bewerkt door iemand in de typische dracht van leprosus.
Het vervallen kasteel rechtsboven en het kerkje linksboven staan resp. voor het Oude en het Nieuwe Verbond.
Volkstelling of betaling van cijnzen aan de heer van Wijnegem

Eigenlijk werd de titel 'Volkstelling te Betlehem' pas later aan het schilderij gegeven. Raymond Correns, een heemkundige uit Wijnegem, meldde in 2014 de ontdekking dat een van de gebouwen op het schilderij ook op een oude tekening (bewaard in het Louvre) staat die het gebouw situeert in Wijnegem. Daarop bouwden kunsthistorici van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten de stelling dat het schilderij mogelijk in opdracht van Jan Vleminck, heer van Wijnegem, kan gemaakt zijn met als thema het betalen van cijnzen, een soort lokale taks, aan de heer. Als rijke zakenman verschafte Vleminck leningen aan de landvoogdes Margaretha van Parma, halfzus van Filips II, waardoor hij in 1565 toelating kreeg om cijnzen te innen van de pachters. Dit werk kan dus evenzeer de glorie van de Heer van Wijnegem verbeelden, waarin Bruegel aspecten van het thema 'volkstelling te Betlehem' verwerkte.[6]
Compositie
De Volkstelling van Bethlehem is geschilderd vanuit een opvallend hoog standpunt, als vanaf een berg, dat een weids uitzicht biedt. De herberg linksonder dient als eerste blikvanger en ontsluit het tafereel. Vanaf daar loopt een duidelijke diagonale perspectief-as naar de kasteelruïne rechtsboven. Een andere perspectieflijn loopt vanaf het kerkje linksboven via een stroom mensen over het ijs naar rechts-beneden. Het evenwicht wordt echter verstoord door een beweging vanaf het midden weer terug naar de herberg links, een maniëristisch principe dat Bruegel vaker gebruikte. De bomen in het schilderij versterken de diagonalen, maar vormen tegelijkertijd een horizontale as, eveneens en in dezelfde geest als tegenwicht.
Perspectivisch is zeker niet alles kloppend, terwijl veel figuurtjes een beetje onnatuurlijk in het werk geposteerd zijn. Naar hedendaagse begrippen kan het werk dan ook nauwelijks realistisch worden genoemd, hoewel het door de kunstenaar waarschijnlijk wel zo bedoeld is.
Details
Ondergaande zon achter de boom
Drinkgelag bij de holle boom
Spelende kinderen op het ijs
Het innen van de tienden
Sjouwers op het ijs
Maria en Jozef
Het geslachte varken
Kasteelruïne
Kopieën door Pieter Brueghel de Jonge
Pieter Bruegel de Oude had twee zoons, waarvan de oudste, Pieter Brueghel de Jonge,[7] geboren werd kort voor de totstandkoming van de Volkstelling te Bethlehem in 1566. Drie jaar later overleed de oude Bruegel. Pieter Brueghel de Jonge werd ook kunstschilder en begon een succesvol eigen atelier met diverse medewerkers. Als origineel kunstenaar was hij minder getalenteerd dan zijn vader, maar hij maakte uiteindelijk vooral naam met kopieën van werken naar de creaties van zijn vader. Het kopiëren van populaire schilderijen was in die tijd overigens een algemeen aanvaarde ambachtelijke activiteit, waarbij de herkenbaarheid prevaleerde boven originaliteit.
In het begin van de zeventiende eeuw maakten Pieter Brueghel de Jonge en zijn atelier minimaal veertien versies van de Volkstelling te Bethlehem, waarvan drie gesigneerd en gedateerd. Nog in 2013 dook een exemplaar op dat onbekend was in de kunstwereld.[8] Brueghels kopieën zijn sterk gelijkend op het origineel en met grote precisie uitgewerkt. Des te merkwaardiger is de vaststelling dat de zoon het origineel van zijn vader, dat zich kort na gereedkoming al in een particuliere collectie in het buitenland bevond, waarschijnlijk nooit heeft gezien. Kunsthistorica Christina Currie concludeerde na uitgebreid onderzoek van tien van de kopieën in 2001 dat hij waarschijnlijk gewerkt heeft naar een nauwkeurige voorbereidende tekening die zich in de nalatenschap van zijn vader moet hebben bevonden. Bepaalde kleine afwijkingen worden consequent doorgevoerd.[9]
De kopieën van Pieter Brueghel de Jonge droegen uiteindelijk sterk bij aan de uiteindelijke bekendheid van het werk van zijn vader.
Versie uit het Bonnefantenmuseum, Maastricht
Versie Museum voor Schone Kunsten, Rijsel.jpg)
Literatuur en bronnen
- Rose-Marie en Rainer Hagen, What Great Paintings Say, Benedikt Taschen Verlag, Keulen, 1994, blz. 272-277. ISBN 3-8228-4790-9
- Peter van den Brink, De Firma Brueghel. Bonnefantenmuseum Maastricht / Koninklijke Musea voor Schone Kunsten, Brussel, 2001, blz. 84-148. ISBN 90-5544-365-4
- Hugo Rau, Marc van de Cruys en Raymond Correns, Het leven en de tijd van Jan Vleminck, heer van Wijnegem (1526-1568), 2014, 232 blz.
- Tine Luk Meganck, "Volkstelling te Bethlehem. Winter van een gouden tijdperk" in: Bruegels wintertaferelen. Historici en kunsthistorici in dialoog, eds. Tine Luk Meganck en Sabine van Sprang, 2018, p. 85-127. ISBN 9789462302211
Externe links
Noten
- ↑ Cf. Rose-Marie en Rainer Hagen, blz. 274-275.
- ↑ Marc Jacobs, "Over onzichtbare gorilla's, sauvegardes en Bruegel: tegenstellingen en verbanden" in: De Blik van Bruegel. Reconstructie van het landschap, ed. Stefan Devoldere, 2019, p. 91-99. Online tekst
- ↑ Roger Marijnissen, Bruegel. Het volledige oeuvre, 1988, p. 297
- 1 2 Leen Huet, Pieter Bruegel. De biografie, 2016, p. 285
- ↑ Luke Demaitre, "The clapper as ‘vox miselli’. New perspectives on iconography" in: Leprosy and identity in the Middle Ages. From England to the Mediterranean, eds. Elma Brenner en François-Olivier Touati, Manchester University Press, 2021, p. 249. DOI:10.7765/9781526127426.00019
- ↑ Dirk Hendrickx, Wijnegem: zijn shoppingcenter en nu ook zijn Bruegel, Het Nieuwsblad, 17 september 2018, blz. 14
- ↑ Bruegels zonen schreven hun naam met een "h".
- ↑ Pieter Brueghel the Younger: ‘The Census at Bethlehem’, Financial Times, 11 oktober 2013
- ↑ Cf. De Firma Brueghel, blz. 138.
