Virginia Apgar

Virginia Apgar
Virginia Apgar
Algemene informatie
Geboortedatum 7 juni 1909Bewerken op Wikidata
Geboorteplaats Westfield
Overlijdensdatum 7 augustus 1974Bewerken op Wikidata
Overlijdensplaats Columbia University Medical Center
Doodsoorzaak hartstilstandBewerken op Wikidata
Begraafplaats Fairview Cemetery[1]Bewerken op Wikidata
Wijze van overlijden natuurlijke doodBewerken op Wikidata
Werk
Beroep kinderarts,[2][3] academisch docent, anesthesioloog[3]Bewerken op Wikidata
Werkveld teratologie, anesthesiologie
Werkgever(s) Columbia University College van Artsen en Chirurgen, Sloane Hospital for Women, March of Dimes
Studie
School/universiteit Columbia University College van Artsen en Chirurgen, Johns Hopkins Bloomberg School of Public Health, Universiteit van Wisconsin-Madison, Andrés Bello universiteit, Mount Holyoke College, Westfield High School, Columbia-universiteit
Kunst
Beïnvloed door Allen Whipple
Familie
Vader Charles Apgar
Diversen
Lid van Graduate Women in Science
Prijzen en onderscheidingen eredoctoraat (1965),[4] Elizabeth Blackwell Medal (1966),[5] National Women's Hall of Fame (1995),[2][6] Ladies' Home Journal Women of the Year (1973),[7] New Jersey Hall of Fame (2019)[8]
Archieflocatie(s) Mount Holyoke College[2]Bewerken op Wikidata
De informatie in deze infobox is afkomstig van Wikidata.
U kunt die informatie bewerken.

Virginia Apgar (Westfield (New Jersey), 7 juni 1909 - New York, 7 augustus 1974) was een Amerikaanse chirurg, hoogleraar en anesthesiologe die in 1949 een scoringssysteem ontwikkelde ter beoordeling van de gezondheid van pasgeborenen, de apgarscore. In 1952 publiceerde ze een aangepaste versie hiervan. De test geeft één minuut, vijf minuten en tien minuten na de geboorte inzicht in de conditie van de baby wat betreft ademhaling, hartslag, spierspanning, huidskleur en reactie op prikkels.

Jeugd en schoolse leven

Apgar wordt op 7 juni 1909 geboren in Westfield (New Jersey). Ze werd als laatste kind geboren en had twee grotere broers. Apgar groeide op met idealen als doorzettingsvermogen en een nieuwsgierige houding richting de wereld. Vader Charles Apgar was een amateurwetenschapper en liet zijn kinderen veel in contact komen met zijn beroep; Apgar mocht vaak meekijken tijdens wetenschappelijke experimenten. Op deze manier werd oplossingsgericht werken een talent van haar wat al vroeg werd aangewakkerd.[9]

Op de middelbare school blonk Apgar uit in de meeste bakken en toonde veel interesse in hobby's als Sport en Muziek, zo speelde zij Viool. Even heeft ze een carrière in de muziek overwogen, maar koos toen toch voor een baan in de geneeskunde. Dit werd vermoedelijk gevoed door de verscheidene gezondheidsproblemen in de familie. Een broer van Apgar overleed op jongere leeftijd aan tuberculose en haar andere broer leed ook aan een chronische ziekte.[9]

Studie en de weg naar het werkzame leven

In 1925 vertrekt Apgar naar de Mount Holyoke College in Massachusetts. Hier studeerde ze zoölogie. Haar ouders waren niet in staat hun dochter in deze studie financiëel bij te staan, dus koos Apgar voor wat bijbaantjes om de schoolkosten te kunnen betalen. In 1929 studeerde Apgar, ondanks de financiële hindernissen, af. Ze was vastbesloten om arts te worden.[9]

In de jaren '30 waren de kansen voor vrouwen in de geneeskunde gelimiteerd; slechts 4,4% van de vrouwen wist af te studeren als arts. Toch werd Apgar toegelaten tot de Columbia University in de richting van Psysicians and Surgeons. In een klas van 90 studenten was zij 1 van de 9 vrouwen. Veel geld had ze nog steeds niet en daarom werd zij ernstig getroffen door de Crisis van de jaren 1930. In 1933 studeerde Apgar af; van een kennis had zij een lening gekregen en ze kon zo haar studie succesvol voortzetten en afronden. Toen Apgar afstudeerde besloot ze lid te worden van de Alpha Omega Alpha, een invloedrijke erevereniging voor geneeskunde.[9]

Na haar afstuderen ambieerde Virginia Apgar een stage in de chirurgie. De voorzitter (Alan Whipple) van de chirurgie-afdeling binnen de Columbia-universiteit, waar Apgar deze stage wilde doen, raadde haar eerder een stage aan binnen de Anesthesiologie. Dit vanwege de lage kansen voor vrouwen binnen de Chirurgie en de hoge vraag naar geschoolde anesthesiemedewerkers. Apgar gehoorzaamde dit advies en volgde een opleiding aan de University of Wisconsin-Madison en daarna in het Bellevue Hospital in New York (stad).[9]

In 1937 kreeg ze haar certificaat uitgereikt en was ze anesthesioloog. Een jaar later begon ze aan de Columbia-universiteit aan haar baan, ze bekleedde de functie van directeur van de afdeling anesthesie.[9]

Een carrière in de medische wereld

De bekendste bijdrage van Apgar aan de medische wereld was de ontdekking van de Apgarscore. Hiermee wordt de gezondheid van pasgeboren baby's gemeten. Het idee om dit te ontwerpen is vermoedelijk ontstaan toen Apgar samen met een aantal studenten aan het ontbijten was. Één student vroeg aan Apgar hoe pasgeboren baby's beoordeeld kunnen worden op een systematische manier. Snel heeft Apgar toen een aantal belangrijke elementen genoteerd; hartslag, ademhalingsinspanning, mate van Reflex (biologie), spierspanning en huidskleur. Het acroniem APGAR werd bedacht en diende als geheugensteuntje.[9]

  • Ademhaling, ademhalingsinspanning.
  • Pols, de hartslag na de geboorte.
  • Grimas, reflexen en prikkelbaarheid
  • Activiteit, spierspanning.
  • Uiterlijk, de huidskleur van een baby.

In 1952 presenteerde Apgar deze test, in 1953 werd haar eerste beschrijving van de APGAR-score gepubliceerd in Anesthesia & Analgesia, een Amerikaans tijdschrift.[9]

In eerste instantie werd de APGAR-score enige terughoudendheid ontvangen. Men was sceptisch en vonden het onderzoek subjectief. Zo zou de beoordeling van de huidskleur en de reflexen van een baby verschillen per onderzoeker, wat zou leiden tot inconsistente uitslagen. Ook Apgar zelf was kritisch; zij uitte bezorgdheid over de vraag wie dit onderzoek bij baby's zou moeten doen; zij was van mening dat Verloskundigen de score expres hoger zouden laten uitvallen.[9] Apgar probeerde haar eigen zorgen te verminderen door aan te raden dat een neutrale factor het onderzoek zou moeten doen, zoals een operatieassistent. Ook heeft ze even samengewerkt met kinderarts L. Stanley James en anesthesioloog Duncan A. Holiday om de APGAR-score te verbeteren.[9]

In 1962 presenteerde Apgar en kinderarts L. Stanley James "Observations on the newborn scoring system". Hierin werden observaties bekend gemaakt vanuit onderzoeken die gedurende 8 jaar hadden plaatsgevonden bij ongeveer 27.000 pasgeboren baby's. Hun hernieuwde bevindingen bevestigden dat een lage APGAR-score in verbinding stond met een verhoogd risico op Kindersterfte. Ook lieten de resultaten zien dat kinderen die laag scoorden bij de APGAR-test meteen behandeld moesten worden.[9]

Door dit vernieuwde onderzoek nam de scepsis over de test af en vandaag de dag wordt de APGAR-score nog steeds gebruikt om het welzijn van een kind te meten als het net geboren is. Het speelt een belangrijke rol bij het verlagen van kindersterfte en blijft een onderdeel van de standaardprocedure binnen de verloskunde.[9] Dat Apgar hier een cruciale rol in heeft gehad, wordt samengevat in de volgende quote: "Elke baby die in een ziekenhuis waar ook ter wereld geboren wordt, wordt eerst gezien door de ogen van Virginia Apgar."[9]

Maatschappelijke impact

Apgar heeft op maatschappelijk vlak veel impact gehad. Zo was zij een vechter voor volksgezondheid, medisch onderwijs en moeder-foetale zorg. In 1958 volgt Apgar een sabbatical aan de Columbia-universiteit en tijdens een stage aan de Johns Hopkins-universiteit haalt zij een master in volksgezondheid om haar expertise verder te laten groeien. Een jaar later verlaat ze haar vertrouwde school en gaat ze werken bij de National Foundation for Infantile Paralysis, nu de March of Dimes. Apgar leidt daar de afdeling Aangeboren Afwijkingen; een nieuw opgerichte afdeling. Apgar richtte zich hier op behandeling en preventie van geboorteafwijkingen.[9]

Apgar promootte genetische counseling, vroege screenings en vaccinaties tegen rubella. Al deze acties zouden de zorg voor zowel moeder als kind bevorderen en kwam de gezondheid ten goede.[9]

In 1967 werd Virginia Apgar gepromoveerd tot Directeur van Fundamenteel Onderzoek en kort daarop werd ze benoemd tot Vicepresident Medische Zaken. Ze verbreedde haar werkveld door te gaan schrijven en lessen te geven op verschillende Amerikaanse scholen. Een populair opvoedboek is "Is my baby alright?" en komt uit 1972.[9]

Een hobby van Apgar was om te reizen. Tijdens deze reizen rond de wereld gaf ze lezingen over neonatale gezondheid en geboorteafwijkingen. Tegen het eind van haar carrière stortte ze zich in een grote samenwerking met onder andere American Medical Association en de March of Dimes. Ze richtte samen met nog andere genootschappen een comité op voor Perinatale Gezondheid. Dit focuste zich op de gezondheid van zowel moeder als kind en had als doel om de sterfte onder kinderen te reduceren.[9]

Onderscheidingen

Door de vele bijdragen aan de medische wereld heeft Virginia Apgar veel onderscheidingen gekregen. Zo ontving ze de Dinstinguished Service Award van de American Society of Anesthesiologists in 1961. In 1973 ontving ze de "Gouden Medaille voor Vooraanstaande Prestaties". In 1994 werd ze geëerd met een herdenkingspostzegel door de United States Postal Service en in 1995 werd ze meegenomen in de National Women's Hall of Fame.[9]

Nalatenschap

Veel dingen die Virginia Apgar bedacht of aan het licht bracht blijft een bron van inspiratie voor medische professionals en vrouwen die hierin een rol spelen. Apgar wordt gezien als degene die de weg voor vrouwen richting een medische carrière vrijmaakte en ruimte en kansen creëerde. Ook het evidence-based werken heeft door haar een flinke boost gehad, aangezien zij stond voor een systematische aanpak en datagestuurde benaderingen[9]

Virginia Apgar overleed op 7 augustus 1974 aan Cirrose, een progressieve leverziekte.[10]

Zie de categorie Virginia Apgar van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.