Verhoudingsformule

De verhoudingsformule, empirische formule of minimale formule van een chemische verbinding is een chemische formule die de samenstelling van de verbinding geeft. In de verhoudingsformule staan de chemische symbolen naast elkaar, telkens gevolgd door een geheel getal (de index) in subscript. Deze indices geven de eenvoudigste verhouding van de aantallen atomen in de verbinding.[1] Bijv. CH en niet C6H6 voor benzeen. In de verhoudingsformule wordt de index 1 niet genoteerd.

De verhoudingsformule wordt gebruikt bij chemische verbindingen met een ionrooster (meestal zouten). Een voorbeeld is de formule van natriumchloride: men noteert NaCl en niet Na1Cl1. In het kristal hiernaast is te zien dat het zout niet is opgebouwd uit NaCl-moleculen: het onmogelijk is aan te geven welk natriumion (paars) bij welk chloorion (groen) hoort. Wel geeft de formule aan dat natrium en chloor in gelijke verhoudingen van hun ionen voorkomen in het kristalrooster.

Ook de samenstelling van stoffen met een covalent netwerk wordt als verhoudingsformule weergegeven, bijvoorbeeld siliciumdioxide met formule SiO2. De covalente structuur gaat verder (aangegeven door de stippellijnen bij een aantal zuurstof-atomen), De formule geeft de verhouding aan tussen beide atoomsoorten.

Voor sommige moleculen is de verhoudingsformule identiek aan de molecuulformule, zoals bij H2O (water) en CH2O2 (mierenzuur). De molecuulformule kan ook een geheel veelvoud zijn van de verhoudingsformule, zoals bij waterstofperoxide (verhoudingsformule HO en molecuulformule H2O2) en azijnzuur (verhoudingsformule CH2O en molecuulformule C2H4O2).

In reële verhoudingsformules, die men empirisch bepaalt, kunnen ook niet-gehele getallen voorkomen. IJzer(II)oxide heeft als theoretische verhoudingsformule FeO maar in de praktijk bevindt de samenstelling zich typisch tussen Fe0,84O en Fe0,95O.

Zie ook